Tot voor kort werd er uitsluitend over bericht in de sensatiepers onder koppen als 'Man werd vrouw' of 'Hoe' Theo Thea werd', maar nu heeft de hausse ook radio en tv bereikt. Zowel in Sonja's Goed Nieuws Show als in Sprekershoek mocht een transseksueel zijn/haar blijde boodschap brengen. De verhalen klinken altijd of ze het boek van Jan Morris uit het hoofd geleerd hebben, en van enige twijfel is geen sprake. Maar is de sekse-verandering wel zo zaligmakend als ze altijd wordt voorgesteld? Een onderzoek naar het wereldbeeld van mannen die zich vrouw voelen en de artsen die ze daarin daadwerkelijk kunnen veranderen.

De psychiater had hem gezegd dat hij geen transseksueel was, maar hij was niet van plan zich daar bij neer te leggen. Hij zou haar vanavond eens wat laten zien. Het was niet moeilijk een besluit te nemen over wat hij aan zou trekken. De nieuwe bontjas natuurlijk, en een rok met een coltrui erop. Dat flatteerde als je een brede nek had. De blonde pruik met losse krullen beviel hem nog steeds goed: vrouwelijk en toch niet overdreven. Het probleem was alleen hoe hij ongezien het huis uit kon komen. Het straatje in de nieuwbouwbuurt was smal, de voordeur kwam dus niet in aanmerking. Het pad langs de achtertuinen liep minder in het oog. Hij zou wachten tot een uur of negen, dan moest het we] donker genoeg zijn. En als iemand hem onverhoopt toch zou zien lopen was er goed beschouwd nog niks aan de hand. Waarschijnlijk zouden ze denken dat hij stiekem zijn vriendinnetje uitliet. Hij gnuifde bij de gedachte, ze moesten eens weten. Voorzichtig stond hij een paar minuten achter de keukendeur - de kust leek veilig. Nu oppassen voor de rozenstruik, daar had hij de vorige keer zijn panty lelijk aan opgehaald. Toen was hij niet verder gegaan dan de hoek van de straat, ditmaal stond er heel wat meer op het programma. Vlug doorlopen nu, maar ook weer niet opvallend gejaagd. Gewoon doen. De auto had hij die middag uit voorzorg een paar straten verder geparkeerd. Op een stil plekje achter de supermarkt. Gauw instappen en vol gas richting Utrecht.

Het was vlekkeloos gegaan. Tegen de ontmoeting met andere transseksuelen op de contactavond van de NVSH zag hij niet op, in gedachten had hij al eindeloos gerepeteerd hoe hij zou binnenstappen en zeggen: Ïk ben Ingrid."En zo ging het ook precies. Tevreden bleef hij zitten kletesen tot een uur of twee - zo laat mogelijk. Bij zijn terugkeer lag de straat er uitgestorven bij in bet licht van de lantaarns, maar toch sloop hij voor alle zekerheid door de achterdeur naar binnen - als een inbreker - om zich van zijn make-up en vrouwenkleren te ontdoen voordat hij de auto in de garage durfde te zetten. Het was al met al een heel gedoe geweest. Hij was bek af.

Moet je horen!" zegt mijn vroegere buurman samenzweerderig. "Weet je nog die vrijgezel met die twee Siamese katten die bij ons op het hoekje woont? Nou, die is vrouw geworden." Op zijn gezicht is een uitdrukking verschenen van vergenoegde voorpret, het is duidelijk dat hij me een ijzersterk verhaal gaat vertellen. "Zaterdagochtend stond ik de auto te wassen, en toen kwam-ie opeens naar me toe. Ik merkte wel dat er wat was - hij stond zo'n beetje te hakkelen en te schutteren weet je wel - en toen kwam het hoge woord eruit,

Hij zei: 'Vandaag zie je me nog als man, maar morgen zich je me als vrouw.' Ik begon zo'n beetje te lachen, want ik dacht dat het een geintje was. Maar hij meende het. Hij wil dat we hem Ingrid noemen." Zijn stem verraadt nog iets van zijn verbijstering, niettegenstaande zijn kennelijke voornemen om van de grillen van anderen geen punt te maken.

Zijn vrouw zegt: ,Ik wist niet wat ik hóórde Dick kwam binnen en riep: Kom eens, ik heb een klant voor je! Want hij had heel slim bedacht dat het misschien wel goed zou zijn als ik hem wat tips over huidverzorging zou geven en zo. Ik geef schoonheidsbehandelingen aan huis tegenwoordig, vandaar. En dat was niet tegen dovemansoren gezegd, want dezelfde avond kwam-ie al. Ik heb hem een kleimaskertje gegeven en een beetje wegwijs gemaakt over crèmes en cleansing milk en foundations. Hij is met een armvol spullen de deur uitgegaan." Haar toon krijgt nu iets professioneels: , Weet je wat het is, hij overdrijft nog zo. Veel te zware make-up bijvoorbeeld. En dan die afschuwelijke pruik! Ik heb meteen de kapper gebeld om te vragen of we na sluitingstijd eens even rustig wat pruiken konden passen. Het gaat overigens nu al beter hoor. Hij maakt zich al veel rustiger op dan de eerste dagen. Maar gisteren zag ik hem lopen met een piepklein roze handtasje, en toen woof-ie ook nog maar me met zo'n heel slap handje. Zo super-vrouwelijk allemaal. Toen heb ik hem wel uitgelegd dat hij maar beter heel gewoon kan doen. En ik moet zeggen: hij doet ontzettend z 'n best om het te leren. Het is ook verdraaid moeilijk. Ik heb er groot respect voor hoe hij bier in de buurt met iedereen is gaan praten om uit te leggen wat er met 'm aan de hand is. Moedig hoor." Enigszins haars ondanks komt er een brede glimlach op haar gezicht. Niet zonder leedvermaak zegt ze: ,Maar ja, dat figuur van 'm ... hij klaagt erover dat-ie maat 44 heeft in dameskleding. Toen heb ik gezegd dat-ie dan maar 'ns aan de lijn moest gaan doen. Dat moeten wij per slot van rekening ook ons hele leven."

Het is de mooiste zelfmoord die er is," zegt Ingrid over de dag dat ze 'om' ging en van een ietwat kalende veertiger in een donkerblond gelokte dame veranderde. "Het is de enige manier om jezelf te begraven en het nog te overleven ook. Mijn vader was altijd bezig om me aan de vrouw te helpen, maar de vrouw die ik zocht bleek ik zelf te zijn."

We zijn op weg naar de maandelijkse NVSH-avond voor transseksuelen en travestieten - door insiders de TenT genoemd - waar Ingrid ooit haar debuut als vrouw maakte. Ze is er inmiddels een vaste bezoekster geworden. Het is nu ruim een half jaar geleden dat ze haar herenkostuums voorgoed heeft opgeborgen. Ze krijgt van het team dat haar in Rotterdam onder behandeling heeft een hormoonpreparaat. ,Daar heb ik ontzettend om moeten zeuren," zegt ze, "ze bleven maar aarzelen en rekken. En het was belangrijk dat ik nog voor de winter met hormonen kon beginnen, want in de zomer kan je niet 'om' - als je dunne bloesjes met korte mouwen wil dragen moet je iets van een 'voorkant' hebben en niet te zwaar behaard zijn." Voldaan werpt ze een blik op de welving onder haar truitje. "Zo kan ik me tenminste vertonen. Mijn baard wordt trouwens_ ook al minder."

Het is juni. Een handjevol mensen hangt rond de bar. Het is nog te licht buiten: als de schemering invalt druppelen de bezoekers geleidelijk binnen. Sommigen maken hun entree als vrouw. Anderen zijn als man gekleed en verdwijnen met een sporttas onder de arm in de kleedruimte omdat de metamorfose zich nog moet voltrekken. Dat zijn beslist geen transseksuelen, want die zouden niet graag op die manier de indruk wekken dat ze maar 'verklede kerels' zijn. De aanwezige travestieten doen met hun verkleedpartijen deerlijk afbreuk aan de transseksuele pretentie dat we gezellig met vrouwen onder elkaar zijn. Eén heer verkleedt zich zelfs helemaal niet en zit de bijeenkomst uit in pantalon en colbert. ,Dat vind ik nou toch zoiets minderwaardigs," sist Ingrid in mijn oor. En hardop voegt ze de overtreder toe: "Hé Louise, ik vind niet dat je er leuk uitziet vanavond, je bent anders veel knapper!" De aangesprokene - een al wat oudere man - mompelt ter verontschuldiging iets van 'hard gewerkt' en 'ik moest ook nog koken en met de hond uit, ik ben te moe'. Maar Ingrids gezicht blijft op afkeurend staan. Wat stijfjes omklemt ze haar handtas. , Ik ben hier de burgertrut, dat zie je zeker wel," fluistert ze, en werpt een veelbetekenende blik op de TenT-gastvrouw die zich opmerkelijk heeft uitgedost in een glimmend rood fantasiepak met bijpassende lange oorbellen, en als finishing touch een camelia die op het hoogste punt van haar krullebol in evenwicht wordt gehouden. Zo te zien hebben de bezoekers niets anders gemeen dan dat het biologisch gesproken mannen zijn die - om uiteenlopende redenen - vanavond een rok en een bloes hebben aangetrokken. Wat zoeken ze hier? ,Het is een gelegenheid om je aan anderen te tonen. "zegt Ingrid. "Je kunt over je problemen praten, en iets van elkaars ervaring leren. Het is ook een spring-plank om met de professionele hulpverlening in contact te komen."

Transseksuelen kunnen zich wenden tot de Stichting Nederlands Gender Centrum. Habitue's gebruiken die naam echter zelden of nooit. Ze zeggen: 'Ik loop bij Anton' of 'ik zit in Amsterdam'. En daarmee bedoelen ze dan dat ze gesprekken voeren met de psycholoog van de Stichting, dr A. M. Verschoor. Voor het gevoel van de meeste transseksuelen is Anton Verschoor de Stichting, iedere transseksueel in Nederland krijgt vroeger of later onherroepelijk met hem te maken. Tenminste, als hij of zij de wens koestert met hormonen behandeld te worden en in aansluiting daarop het geslachtsorgaan operatief te laten veranderen. De fel begeerde diensten van dr L. Gooren - de internist die hormonale tovermiddelen als Lvnoral en Androcur verstrekt - en dr Ph. J. H. Lamaker - de plastisch chirurg die een penis kan ombouwen tot een vagina, of de baarmoeder en borsten kan weghalen (de zogenaamde 'penisconstructie' wordt zelden toegepast) - blijven buiten bereik als Verschoor er niet van overtuigd is dat de hulpvrager een authentieke transseksueel is. Hij doet de screening voor de Stichting en dient het medische team dat zich met de behandelingen bezighoudt van advies. Onder transseksuelen doen allerlei barre verhalen de ronde over de wijze waarop zijn machtige hand al menigmaal het ganse raderwerk heeft stilgelegd. De proband - zoals een cliënt van de Stichting genoemd wordt - staat daar vrijwel machteloos tegenover: Anton wikt en Anton beschikt. De situatie wordt nog verergerd door het feit dat er een groot tekort is aan operatiemogelijkheden. Er zijn maar weinig chirurgen die zin hebben deze medisch en psychologisch gecompliceerde ingreep te verrichten. En bovendien maken ziekenhuisdirecties en verpleegkundig personeel vaak bezwaar. Het gevoel is dat er een dikke zestig probandi op de wachtlijst staan om geopereerd te worden. Het totale aantal adressen dat in het bezit is van de Gender Stichting wordt grofweg - de administratie is wat slordig - geschat op ruim 600. Per jaar komen er ongeveer 60 nieuwe probandi bij - waarvan een derde deel uiteindelijk besluit tot hormoontherapie en een chirurgische ingreep.

Anton Verschoor

Het is duidelijk dat de tien ziekenhuisbedden per jaar die dokter Lamaker tot zijn beschikking heeft bij lange na niet genoeg zijn om deze aanwas te verwerken. Een aantal transseksuelen wijkt dan ook uit naar Engeland of Casablanca om zich te laten opereren. Een enkeling - zoals Ingrid - probeert het in Rotterdam bij het Ziekenhuis Dijkzigt, maar daarover wordt met nog meer afgrijzen gesproken dan over het schrikbewind in Amsterdam. , Ze zagen je daar helemaal dwars middendoor, die psychiaters van het team," zegt iemand, "en dan moet je nog maar afwachten of ze je ook echt gaan opereren." De meesten vervoegen zich dus toch maar bij Anton, met angst en wrok in het hart. Soms ook vervuld van dankbaarheid, want hij doet het toch maar. Wat zou je zonder hem moeten beginnen''

Het uitgangspunt van de Stichting - zoals dat verwoord staat in de brochure De Transseksuele Mens - klinkt overigens onschuldig genoeg. In het voetspoor van 0. M. de Vaal, pionier op dit gebied en voorganger van Verschoor, gaat de Stichting er principieel van uit dat de wens tot detransseksualisatie (dat houdt in: hormonale therapie en de noodzakelijke chirurgische ingrepen) legitiem en authentiek kan zijn'. De Stichting handelt op basis van het 'Ja, tenzij . . .' principe, een terminologie die ontleend is aan de abortus-strijd waar de hulpverlening aan transseksuelen in allerlei opzichten trouwens wel een beetje aan doet denken. Wat een 'authentieke transseksueel' is, is bijvoorbeeld al even moeilijk vast te stellen als wat 'een ongewenste zwangerschap' is. Eigenlijk kan de betrokkene dat alleen maar zelf beoordelen. En net als bij abortus gaan psychologen en medici die in de praktijk met het verschijnsel te maken krijgen ervan uit dat als de cliënt zich eenmaal in het hoofd heeft gezet dat ze deze ingreep wil, praten om haar tot andere gedachten te brengen geen enkele zin heeft.

De brochure zegt het zo: ,Het gaat hier om een continu en niet te verdringen gevoel lid te zijn van de andere sekse dan de uitwendige en inwendige geslachtsorganen doen veronderstellen. Het zal duidelijk zijn dat deze beleving voor het kind, later de puber en de volwassene, even onbegrijpelijk is als voor de buitenstaander. (-) Dit zoeken naar de eigen identiteit kan leiden tot allerlei maatregelen en vragen. Ben ik ziek? Ben ik homo? Experimenten met homofiele relaties; ik verbeeld me maar wat! Hij, de als man geboren transseksuele mens, zoekt extreem mannelijk werk of kiest voor het huwelijk in de hoop, dat alles wel vanzelf ,over zal gaan'. De praktijk leert echter dat al deze manoeuvres en noodsprongen geen enkele verandering teweeg brengen in de gevoelens en de wens tot de transseksualisatie. "

De Stichting spreekt dan ook van 'zelfdiagnose' - een snort equivalent van het credo 'de vrouw beschikt'. In de brochure staat: "Deze overwegingen en de nu reeds gedurende 12 jaar opgebouwde ervaringen met de transseksuele mensen hebben tot de conclusie geleid, dat bij de hulpverlening geen ander uitgangspunt kan en mag worden gekozen dan de gevoelens van de hulpvrager zelf. " Dat kan ook moeilijk anders, want vooralsnog ontbreekt ieder 'objectief criterium' aan de hand waarvan transseksualiteit zou kunnen worden vastgesteld Transseksuelen onderscheiden zich lichamelijk in geen enkel opzicht van mannen of vrouwen die niet transseksueel zijn. Maar als dat zo is, wat valt er dan eigenlijk nog aan screening te doen voor Verschoor? Dat is de paradox. Want de chirurgen die de ingreep moeten verrichten willen wel graag enigermate 'gedekt' zijn - het is per slot een onherroepelijke ingreep. Daarom wordt er eerst uitvoerig met de proband gepraat, en wordt de eis gesteld dat hij of zij eerst een jaar lang 'proefdraait' in de rol van een lid van de gewenste sekse. Het 'eigen gevoel' geeft de doorslag, zeker, maar pas als de deskundige er een loodje van goedkeuring aan gehangen heeft.

Ik ben waarschijnlijk een ontzettend a-typische transseksueel," zegt Ingrid geestdriftig over haar proefjaar, "alles lukt mij, ik weet niet wat het is. Soms word ik er gewoon bang van: ik krijg altijd m'n zin. Ik denk dat het komt omdat ik vreselijk nuchter ben en de zaak weloverwogen heb aangepakt. Er zijn natuurlijk van die zielige gevallen die thuis wegkruipen en zich gaan zitten beklagen dat de mensen geen begrip voor ze hebben. Ja, dan red je het niet natuurlijk. Ik ben iedereen altijd open en eerlijk tegemoet getreden. Als ze aan je merken dat je dit met een geweldige inzet doet, dan accepteren ze je wel. Ik ben zeker een heel bijzonder geval of zo, maar ik heb eigenlijk al die problemen nooit zozeer gehad."

Haar optimisme grenst aan euforie, als een monument van onverzettelijkheid zit ze achter het stuur van haar auto. We zijn voor de verandering nu eens op weg naar de TenT-avond in Amsterdam. "Ik moet je wel waarschuwen dat je geweldig veel kritiek zult krijgen als je dat geval van mij zó positief in de krant zet. Al die anderen hebben het altijd vréééselijk moeilijk met alles. Ze zullen dit niet willen geloven. Je krijgt de wind van voren!" De wijze waarop ze in de loop van de avond haar tactiek aan de andere bezoekers presenteert stuit inderdaad op een uitgesproken kille ontvangst. "Nou, ik heb wel andere ervaringen," is het zure commentaar van Jozefien. Haar mondhoeken zijn neergetrokken en diepe lijnen lopen vanaf haar neusvleugels naar beneden. "Ik heb thuis een stapel sollicitatiebrieven liggen waarmee ik met gemak de muren kan behangen, maar een baan ho maar."

Dat zet een domper op de stemming van Ingrid. Ze moet toegeven dat ook zij er lang niet zeker van is of ze haar baan bij het autoimportbedrijf, waar ze voor haar omschakeling werkte, wel weer terug zal krijgen na de operatie. Ze zit al meer dan een jaar thuis met ziekteverlof, wat inmiddels heeft geleid tot een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsverklaring.

"Zie je wel," zegt Jozefien bitter, "je komt er nog wel achter dat het allemaal geen lolletje is. En heb je al eens geprobeerd om een paar fatsoenlijke pumps in maat 42 te krijgen?"

Als Ingrid - wel enigszins gedempt maar niet gebroken - volhoudt dat het toch allemaal erg aan jezelf ligt, ontaardt de discussie bijna in een fikse ruzie. Jozefien is getrouwd geweest en de verhouding met haar ex-vrouw en haar twee kinderen laat veel te wensen over. De opmerking van Ingrid dat zij godzijdank altijd zo verstandig is geweest dit beruchte struikelblok voor transseksuelen te mijden, stemt Jozefien niet bepaald milder. "Bof jij even," is het laatste schot dat ze lost, waarna ze vervalt in gemelijk zwijgen.

Wat zou dat nou zijn?" vraag Ingrid even later, en knikt besmuikt in de richting van iemand die zich nogal opzichtig heeft toegetakeld met veel strapless disco-glitter. De adamsappel is nogal geprononceerd. "Nou, dat lijkt me niet al te moeilijk te raden," zeg ik wat al te vlot. Ingrid kijkt even teleurgesteld. Had ik het spel mee moeten spelen en net doen of ik serieus rekening hield met de mogelijkheid dat ook deze curieuze vogelverschrikker best een 'echte' vrouw zou kunnen zijn?

De spelregels zijn soms nogal subtiel bij de TenT. Fundamenteel is natuurlijk dat iedereen in vrouwenkleren 'zij' is - een verspreking op dat punt is onvergeeflijk. Andere regels zijn wat moeilijker te leren. Het is bijvoorbeeld heel gewoon om bij wijze van conversatie aan iemand te vragen of hij travestiet dan wel transseksueel is. En ook de meer intieme details van operaties, seksuele voorkeur of huwelijksleed laten zich heel rechtstreeks benaderen. Maar een gedachteloos gestelde vraag naar iemands achternaam, adres of werkkring kan leiden tot plotseling wantrouwen en een schrikachtige ontwijking: de TenT is een voornamen-cultuur, iedereen komt hier anoniem. Veel raadsels blijven daardoor onopgelost, het is moeilijk om een beeld te krijgen van de achtergronden van de mensen die hier komen. Wat te denken bijvoorbeeld van de jongen die zo op het oog volstrekt normaai gekleed is - als man - tot hij opstaat van zijn donkere plaatsje achter de bar en opeens in plaats van een pantalon een kort satijnen sportbroekje blijkt te dragen? Al even mysterieus is de figuur die ooit kwam opdagen in een minirok en een damesbloesje, maar met daarboven uit een onmiskenbaar mannenhoofd met een volle zwarte baard.

Voorzover het valt na te gaan zijn alle rangen, standen, beroepen en levensstijlen wel zo'n beetje vertegenwoordigd. Er komen onderwijzers en wetenschappelijk medewerkers, kunstenaars en sociaal werkers. Maar ook bouwvakkers, en schoolverlaters die in een kraakpandje wonen. Privé vertonen transseksuelen ook zeer uiteenlopend gedrag. De een valt op vrouwen en noemt zichzelf dus 'lesbisch', terwijl een ander niets liever wil dan een huwelijk - als het wetsvoorstel om het geslacht in de geboorteakte te mogen wijzigen erdoor is gekomen tenminste, nu kan het nog niet - met een weduwnaar die een paar kinderen heeft, 'zodat ik als moeder iets voor die kinderen kan betekenen'. En een derde belt opgewonden op om te melden dat ze sinds haar operatie - een maand geleden - al met tientallen mannen naar bed geweest is, en ook nog met diverse vrouwen. "Ik ben ontzettend graag passief in de liefde," juicht ze, "ik vind het heerlijk om door een man versierd te worden. Tegenwoordig houd ik me trouwens bezig met SM, dat is ook een openbaring voor me!"

In het begin dachten we dat er zoiets bestond als 'de klassieke transseksueel'," zegt mevrouw B. A. van Bargen, die in haar functie als psychiater met de transseksuelen praat die zich tot Ziekenhuis Dijkzigt wenden. "Dat hadden we uit de vakliteratuur opgemaakt, daar heette het dan dat zo iemand leed aan 'het klassieke transseksuele syndroom'. Daarbij werd een hele reeks kenmerken opgesomd. De typische transseksueel zou het gevoel dat hij tot de andere sekse behoort bijvoorbeeld al van jongsafaan gehad hebben. Verder hoorde erbij dat zo iemand er als kind 'meisjesachtig' uitzag - als het om een jongetje ging dan altijd - en dat hij liever met poppen speelde dan met andere jongetjes te gaan voetballen. Zittend een plasje doen werd er ook wel bij genoemd. Het verlangen om van geslacht te veranderen - dat wil zeggen het lichaam aan te passen aan de ervaren geslachtsidentiteit - zou bovendien constant en onveranderlijk zijn. Nou, de ervaring heeft ons geleerd dat dat meer uitzondering is dan regel. Het wisselt. Sommigen komen pas met het probleem als ze al van middelbare leeftijd zijn. Heel vaak hoor je dat de wens tot geslachtsverandering gedurende bepaalde perioden in iemands leven op de achtergrond raakt, of zelfs een tijdje helemaal afwezig is. We hebben hier iemand gehad die hemel en aarde bewoog om een operatie te krijgen en die, toen hij van ons het groene licht had gekregen, doodleuk zei: 'Nou hoeft het niet meer. Ik heb gewonnen, dat is erkenning genoeg.' Trouwens, ook ná de operatie was er iemand die 'spijtoptant' werd, dat is ellendig natuurlijk. Door dat soort ervaringen word je nog voorzichtiger met je oordeel."

Dr Van Bargen: "We behouden ons het recht voor een operatie te weigeren."

Maar hoe kan je dan überhaupt bepalen of iemand voor een operatie in aanmerking komt?

"Ons belangrijkste criterium is of de wens daartoe gedurende langere tijd bestaat - en duurzaam blijkt - en of de persoon in kwestie in staat en bereid is om zich sociaal te handhaven in de 'andere rol'. Net als in Amsterdam dus eigenlijk, met dit verschil dat de screening hier gebeurt door een psychiater en een psycholoog, en dat wij wat meer slagen om de arm houden. Ook als iemand in relaties en in z'n werk heel goed als lid van de gewenste sekse blijkt te functioneren, behouden we ons het recht voor een operatie te weigeren. Daar moet je dan wel zwaarwegende argumenten voor aanvoeren natuurlijk."

Zoals?

"Nou, bijvoorbeeld dat iemand lijdt aan psychotische waandenkbeelden."

Zoals de waan dat hij een vrouw is?

"Nee," zegt ze glimlachend, "dat is wat anders. Het heeft er wel wat van weg - sommige transseksuelen denken bijvoorbeeld dat ze echt menstrueren als ze wat bloed zien, terwijl het dan gewoon nierstenen zijn - maar het verschil tussen dat soort wishful thinking en een waan, is dat de psychoticus niet meer te beïnvloeden is door een confrontatie met de realiteit. Die blijft denken dat hij een baarmoeder van binnen heeft, ook als je hem bij wijze van spreken open maakt om te bewijzen dat het niet zo is. Als psychiater heb je geleerd om dat soort dingen juist te schatten. Maar toch ben ik altijd heel voorzichtig in mijn oordeel. Garanties zijn moeilijk te geven. Er blijft bijna altijd wel ruimte voor twijfel, hoe grondig je ook te werk gaat."

In het contact- en informatieblad van de TenT stond geruime tijd geleden een opmerkelijke ontboezeming te lezen. Onder de kop HET RELAAS VAN EEN MENS liet de schrijfster aan haar kennissen in de TenT weten dat zij na een periode van ziekte en vereenzaming tot de conclusie was gekomen dat haar problemen op een ander vlak lagen. Ze schreef:

"Ik denk dat die transseksualiteit van mij op een bepaald niveau, een bepaalde diepte in mijn ziel, heel belangrijk was, zo, als vrouw, kon ik mezelf zijn. Maar door die geweldige doorbraak in mezelf ben ik op een diepere laag in mijn ziel gekomen en dan is niet meer belangrijk wat op een minder diepe laag wel belangrijk was. Ben ik dan geen transseksueel? Dus eigenlijk toch geen vrouw? Ach, op dit niveau is die vraag helemaal niet belangrijk meer voor me. Ik ben geen man, dat weet ik wel zeker. Ik weet wel zeker met wie ik me echt verbonden voel, dat zijn vrouwen. Maar voor mij is de drang om min of meer kunstmatig zo te worden er niet meer. Ik voel me mens en de vraag naar man of vrouw is niet meer wezenlijk voor mij." Dit stukje sloeg in als een bom. Het was het gesprek van de maand in TenT-kringen. Afkeuring en verbijstering streden om de voorrang. Hoe kon dit nu? De hoeksteen van de opvattingen over transseksualiteit wordt gevormd door het uitgangspunt dat transseksualiteit iets onveranderlijks is: je bent vrouw of je bent het niet. Als vrouw geboren vrouwen - 'echte' vrouwen mag je natuurlijk niet zeggen - veranderen ook niet opeens van sekse, dus dat zou voor transseksuelen ook moeten gelden. Ook de hulpverlening gaat daar van uit, althans in Amsterdam. Al met al was het erg verontrustend. Een paar maanden later volgde een onverwachte ontknoping, toen bleek dat de schrijfster van het artikel andermaal van gedachten veranderd was. Ze wilde tòch weer doorgaan met de hormoontherapie en zich voorbereiden op een operatie. Een zucht van opluchting voer door de gelederen. Zie je wel, allemaal onzin. Eens een transseksueel, altijd een transseksueel.

"Maar het is toch niets bijzonders om te twijfelen?" vroeg de aanstichtster van al deze verwarring onschuldig, toen haar zigzag-koers door een paar TenT-bezoekers ter sprake werd gebracht. , Het is per slot geen pond suiker dat je koopt, er is alle reden om er voor de operatie eens goed over na te denken. De pest is alleen dat je tegen Anton nooit iets over je twijfels kunt zeggen, want dan zet hij het hele zaakje stop. Hij zou niet en de beslissingsmacht moeten hebben en de taak als raadgever moeten vervullen: daardoor kan je nooit eerlijk met hem praten. Want al die verhalen van mensen die al vanaf hun derde jaar zo zeker weten dat ze een meisje zijn, geloven jullie daarin? Nou, ik heb er vaak genoeg aan getwijfeld hoor, dat mogen jullie best weten." Ze keek afwachtend de kring rond. Maar iedereen zweeg bedrukt en staarde naar de grond. Buitenstaanders krijgen zoiets nooit te horen. Hoezeer transseksuelen ook van elkaar verschillen, een ding hebben ze gemeen: ze hebben tegenover de vijandige buitenwereld iets te verdedigen. Of je nu het ene interview leest in de geïllustreerde pers of het andere - liefst onder koppen als MAN WERD VROUW of HOE THEO THEA WERD - ze lijken allemaal op elkaar als twee druppels water. Sinds kort heeft de hausse in dit soort verhalen zelfs de TV bereikt: Moniek van Dommelen mocht in Sonja's Goed Nieuws Show haar verhaal vertellen voor een ademloos publiek, en de NOS liet een transseksueel aan het woord in het programma Sprekershoek. Hun verhalen klinken alsof iedere transseksueel het boek van Jan Morris heeft gelezen en vervolgens uit het hoofd geleerd: het is het klassieke scenario - hetzelfde waar mevrouw van Bargen op stuitte in de vakliteratuur - en van enigerlei twijfel is daarin nooit sprake. Pas als je fang met transseksuelen omgaat komt er soms iets van naar buiten.

Er zijn verschillende redenen voor die conspiracy of silence. Voor transseksuelen zelf is het natuurlijk een bedreigende zaak, dat twijfelen. Het is al moeilijk genoeg om een beslissing te nemen over zoiets vol strekt onherroepelijks als een chirurgische verandering van geslacht, zonder dat je ook nog eens rekening moet houden met de mogelijkheid dat je je misschien niet van jongsafaan en tot in alle eeuwigheid een 'vrouw' hebt gevoeld en zùlt voelen. De 'zelfdiagnose' is wat dat betreft een tweesnijdend zwaard: het is wel prettig dat je zelf mag uitmaken of je transseksueel bent of niet, maar aan de andere kant legt zoveel vrijheid ook een zware druk op je. Bijna iedere transseksueel die ik ooit heb ontmoet verlangde naar iets dat meer zekerheid bood. Een soort 'lakmoesproef : wordt het papiertje anders van kleur dan ben ik er een. Tot tweemaal toe heb ik hooglopende ruzie gehad met transseksuelen die volhielden dat er wel degelijk een 'objectief' criterium voor transseksualiteit bestond. De een beet me woedend toe dat het PUUR LICHAMELIJK was, en dat dat ook WETENSCHAPPELIJK BEWEZEN was, en dat ze er verder geen woord meer over wilde horen. Basta!!! De ander voegde me al even nijdig toe dat 'iedereen weet dat het criterium ligt in de vrouwelijke psychologie' en nergens anders, en dat ze dat heus wel kunnen vaststellen bij de Gender Stichting. 'Waar screenen ze je anders anderhalf jaar voor?!'

Maar de hulpverleners hebben ook zo hun redenen om liever niet over opdoemende twijfel te spreken of na te denken. Geen chirurg die graag zo'n ingreep doet, en zeker niet als de overtuiging ontbreekt dat er in alle gevallen een goede en dringende reden voor is. Voor de psychologen en psychiaters geldt hetzelfde. Transseksuelen en hulpverleners versterken elkaar bovendien nog in die houding, want de probandi zijn zo bang dat hun hormoonkuur of operatie niet door gaat, dat ze graag bereid zijn om de hulpverleners precies te vertellen wat ze willen horen. Of wat ze dénken dat hulpverleners willen horen. Een oude rot op dit gebied zegt laatdunkend: "Ach, je liegt ze toch gewoon wat voor. Ik heb al zoveel toneel gespeeld in m'n leven. Je moet het een beetje bréngen als het ware. En als ik m'n zin niet kreeg dan haalde ik een mes te voorschijn en dreigde met zelfmoord. Of ik het ook echt gedaan had?" Ze moet hartelijk om de vraag lachen. "Nee, natuurlijk niet, ik ben daar gek."

Wie totaal afhankelijk is van anderen moet wel een uitgekiende overlevingsstrategie ontwikkelen. Wie niet sterk is leert al snel om slim te zijn.

Vrouw zijn betekent voor mij net zoiets alsof iemand met een bloem langs mijn ziel strijkt," zei een transseksueel die uit wanhoop maar in de poëzie vluchtte, nadat ik haar een avond lang had doorgezaagd over de vraag wat dat nou is: je 'vrouw' voelen. Anderen drukken zich prozaïscher uit en reppen van een 'vrouwelijke geest' in hun mannenlichaam, of van 'mijn vrouwelijke kant die ik nooit mocht ontwikkelen'. Vaak klinkt het nogal stereotyp. 'Vrouwelijk' wordt dan geassocieerd met 'zacht', 'warm', 'gevoelig en emotioneel', 'passief' en 'verzorgend'. Iemand zegt: ,Sinds ik me als vrouw kan bewegen in het dagelijks leven zie ik alles met andere ogen, het is een wedergeboorte. Nu pas zie ik de bloemen en hoor ik de vogels." En soms komen mensen niet verder dan: 'gewoon heerlijk, het gevoel van een rok om je benen'.

Het zegt me niet veel, hoewel ik zelf toch ook een vrouw ben.

"Al die OH-verhalen over een 'vrouwelijke geest in een mannelijk lichaam', daar geloof ik helemaal niets van," zegt mevrouw Van Bargen monter. Ik denk dat transseksuelen niet weten hoe het is om je man of vrouw te voelen. Ze zitten er ergens tussenin. Wat ze wel weten is dat ze zich van jongsafaan 'vervreemd' hebben gevoeld van hun lichaam. Ze zeggen vaak: "ik zit niet lekker in m'n vel' en ze zien dat andere mensen zich daar wel prettig in voelen. Die vervreemding is iets anders dan onvrede met je lichaam. U of ik kunnen ontevreden zijn met een bepaald aspect - bijvoorbeeld vinden dat we te kleine borsten hebben of zoiets - maar dat doet niets of aan het gevoel dat dat lichaam bij ons hóórt. Dat het van jezelf is. Mijn veronderstelling is dat bij transseksuelen die lichaamsbeweging gestoord is, dat ze geen 'lichaamsbeeld' van zichzelf hebben. Als ze in de spiegel kijken zien ze iemand die ze niet als zichzelf herkennen. Soms verwaarlozen ze hun lichaam ook heel erg, verzonden een wondje niet en dat soort dingen. Zoiets kan ontstaan in de vroege jeugd - door het fysieke contact tussen ouders en kinderen bijvoorbeeld. En op latere leeftijd gaan die mensen dan op zoek naar een verklaring voor dat vervreemde gevoel, en dan vinden ze dit. Maar het echte probleem ligt volgens mij dieper."

Maar wat voor zin heeft het dan om een operatie te adviseren?

"De praktijk leert dat het probleem niet verdwijnt na de operatie, maar het kan wel een stuk minder kwellend worden. Niet bij iedereen; sommigen helpt het wel, anderen niet. Wie? Tja, daarvoor ga je of op je ervaring en op de grondige voorbereiding. Maar het blijft kiezen tussen twee kwaden. Toch denk ik dat het zeker zinvol is in bepaalde gevallen, zinvoller dan niets doen in elk geval."

Wat het is snap ik ook niet," zegt Yvonne Kroonenberg, die gedurende een paar jaar als psychologe met de Gender Stichting heeft samengewerkt om Anton Verschoor wat te ontlasten. "Maar ik neem aan dat het een authentiek verlangen is. Als iemand z'n pik er of laat zagen, dan doet ie 't ergens om. En je brengt ze er toch niet van af. Van tegenstand worden ze alleen maar feller en wanhopiger, en dan gaan ze met zelfmoord dreigen. Stapelgek ben ik ervan geworden, want ze belden bijna iedere avond wel op. En 's nachts soms ook nog. Die mensen waren ten einde raad, die konden echt niet meer. En het eerste daaraan vond ik dat ik ze zo weinig te bieden had."

Yvonne Kroonenberg heeft inmiddels de samenwerking met de Stichting beëindigd: ze kon zich niet langer verenigen met de daar gevolgde werkwijze. "In de brief aan het Stichtingsbestuur heb ik geschreven dat ik opstapte, omdat de Stichting een te gering soortelijk gewicht heeft om zo hoog van de toren te blazen. Dat heeft men maar al te graag op willen vatten als een persoonlijk conflict tussen Anton en mij, maar het gaat in feite om heel fundamentele verschillen in inzicht. Er is een veel te geringe operatiecapaciteit - nog maar tien bedden per jaar voor Lamaker - en vroeger is dat ooit 24 per jaar geweest. Het liep steeds verder terug. En wat deed de Stichting om oplossingen aan te dragen? Niets, voorzover ik kan zien. De heren van het bestuur waren wel steeds druk bezig met brieven schrijven, lezingen geven en vergaderen, maar voor transseksuelen wend niets gedaan. De probandi worden gek van het lange wachten op de operatie. Maar Anton eiste toch dat ze keurig om de twee maanden een nieuwe afspraak met ons maakten. Op den duur wilden ze dat niet meer natuurlijk, want we hadden ze meestal niets nieuws te melden, geen enkel perspectief te bieden. Dus kwamen ze niet opdagen op het spreekuur. Anton nam ze dat kwalijk, ik niet. Ik had er geen zin in om die mensen dwangbrieven te schrijven, terwijl ze met onze 'hulp' toch al zo weinig opschoten. Anton bepaalt bijvoorbeeld wanneer de mensen 'om' moeten, of dat ze nou uitkomt of niet. En dat, terwijl ze niet eens een maatschappelijk werker hebben om al die omschakelingen te begeleiden. De Stichting heeft geen cent te makken, en dan is het gotspe om zulke hoge eisen te stellen aan de mensen die van je afhankelijk zijn. Het enige dat Anton deed als reactie op de problemen en de gigantische achterstand, was obsessief lijsten maken. Iedereen moest op een wachtlijst. Hij was als de dood dat iemand voor zijn beurt zou gaan, stel je voor! Zelfs mensen die op eigen houtje de zaak al voor elkaar hadden - in Londen bijvoorbeeld - kregen geen medewerking van hem. Die moesten ook eerst op een lijst. Hij was helemaal op hol."

De Weinreb van de transseksuelen?

"Ja zoiets. Wat is een net woord voor 'machtswellusteling'? Laten we zeggen dat hij een 'gedreven monopolist' is, hij kan niks delegeren. En dat was gegeven de omstandigheden bar ineffectief."

Anton, we zijn woest!" "luidt de eerste zin van een brief die op 15 april jongstleden door een aantal anonieme afzenders - de 'Anti-Anton-Liga' - aan Verschoor wend verstuurd. De briefschrijvers gaan verder: "Sommigen van ons worden al jaren door je belazerd (begeleid), anderen hebben bewust voor zichzelf een wijze les uit je behandeling getrokken en proberen nu moeizaam buiten jou om hun noodzakelijke voorzieningen te verkrijgen, vaak zelfs via illegale kanalen!"

Boven het epistel staat in vette letters EEN ERNSTIGE BEDREIGING en verderop wordt in hetzelfde lettercorps geëist: JE ROT OP. Dit schrijven brengt heel wat beroering teweeg op de vergadering die de Landelijke Werkgroep TenT heeft uitgeschreven. Sommigen hebben kritiek op het feit dat de brief openbaar is gemaakt - hij zat gestencild bij de vergaderingsagenda die aan de leden is verzonden - maar de meesten zijn van mening dat het een goed ding is dat het beleid van de Stichting nu eens ten discussie komt. Al spoedig regent het klachten. Niet alleen over de Stichting en over Anton Verschoor, maar ook over de arrogantie van artsen, de brutaliteit van verplegend personeel -'ze staan je gewoon uit te lachen als je komt!' - en uiteindelijk over de feilen van de hele maatschappij. Eén dame raakt volledig overspannen en roept met overslaande stem: ,Ze moeten ons wèl accepteren als gewone mensen! Het lijkt wel alsof er een grens is tussen de transseksuelen en de samenleving!" En een ander klaagt al even geëmotioneerd: ,We worden als schapen naar de slachtbank geleid door de medische stand. Ze horen je uit en ze doen niks! Maar wij zijn niet abnornaal, de maatschappij is abnormaal!"

Enkele transseksuelen vatten bet pandemonium op als een versterking voor hun pleidooi dat er iets gedaan moet worden aan de misstanden, ze willen de los-zand-vrijblijvendheid van de TenT tegengaan en door organisatie bereiken dat er aan effectieve belangenbehartiging wordt gewerkt. Maar dat ligt niet zo gemakkelijk, want bet verloop onder de leden is groot - de TenT heeft een 'doorgangshuis' karakter - en bovendien wil bet tussen de transseksuelen en de travestieten nooit zo erg boteren. Ook vanavond niet. De travestieten willen graag vasthouden aan de gedachte van een 'breed draagvlak', een platform waar allerlei mensen elkaar kunnen ontmoeten om erachter te komen wie 'en wat ze zijn, zonder meteen 'in een hokje gestopt te worden'. De politiek georiënteerde woordvoersters van de transseksuele fractie zien meer in 'aparte organisatie': 'we hebben belangen die niet identiek zijn aan die van jullie!' Tenslotte laait de discussie zo hoog op, dat twee travestieten nog staande de vergadering bet pand verlaten. Met opgestoken zeil.

Het lijkt erop alsof de groep transseksuelen - althans een kleine voorhoede daarvan - nu eigenlijk wel eens echt out of the closet wil, en als instrument voor de emancipatiestrijd teruggrijpt op de oerhollandse gedachte van soevereiniteit in eigen kring. Het woord 'buitenstaander' valt vaak. De positie van de voorzitster is bijvoorbeeld omstreden: is ze zelf transseksueel of travestiet? Nee? Met welk recht zit ze dan achter de bestuurstafel?

De voorzitster vertegenwoordigt de NVSH, waar de werkgroep TenT formeel deel van uitmaakt, maar dat valt bij de politico's niet in goede aarde. "Het is hetzelfde als wanneer je een vergadering van flikkers zou laten voorzitten door een hetero." Trouwens, wat duet die journaliste hier eigenlijk? Alle ogen zijn nu gericht op mij. Dat is voor bet eerst dat iemand van de TenT zich druk maakt over mijn aanwezigheid, in bet algemeen geldt: hoe meer publiciteit voor 'de zaak' hoe beter. Kennelijk ben ik ook opeens gedegradeerd tot 'buitenstaander'. Na de vergadering ontstaat daarover zelfs een aanzienlijke ruzie. "Je snapt zeker niet hoe ergerlijk bet is dat er door anderen altijd maar over ons wordt geschreven!" wordt me toegesnauwd door iemand die ik tot dat moment had beschouwd als een goede kennis en een confidante. Honend voegt ze eraan toe: "Jij denkt zeker dat ik je hoftransseksueel ben hè? Maar een bloemetje meebrengen na m'n operatie was er niet bij. Jouw soort deugt niet. Jij solidariseert je niet met ons!"

De deur van de riante flat in Zandvoort wordt opengedaan door een jongeman met een romige teint, een koket snorretje, en een al wat verpieterde stralenkrans van hoogblond gepermanent haar. Hij draagt een minuscuul mouwloos truitje en een strakke broek van dunne crêpe. Hij heet Reinout van Tilborg Op bet balkon met uitzicht op zee zit zijn vriendin Josée, en kijkt naar de ondergaande zon. Josée is transseksueel. Samen - 'mijn lieve man Reinout en ik' - zijn ze opgetreden in bet NOS-programma Sprekershoek, waarop de reacties binnenstroomden. "Wel 500 telefoontjes," zegt Josée, "van mannen en vrouwen. Want dat er bijna alleen maar mannelijke transseksuelen zijn is een fabeltje. Er waren minstens 200 reacties van vrouwelijke transseksuelen bij schat ik."

Er wordt gepraat over de hulpverlening. Josée is ook terecht gekomen bij Anton Verschoor, en die keek gedienstig hoe haar uiterlijk was: hoe ze liep, hoe haar pruik zat, hoe ze haar nagels deed en wat dies meer zij. "Maar daar kwam ik niet voor," zegt Josée, "ik zei: beste man, ik wist bet al toen ik twaalf was. Het enige wat ik wil zijn hormonen en een operatie." Toen dat niet vlot genoeg geleverd werd naar haar zin regelde ze bet zelf. Hormonen worden in afgepaste porties verstrekt in bet VU-ziekenhuis waar dokter Gooren resideert - Josée nam niet een potje van bet preparaat mee, maar zeven. ,Ze keken even niet," zegt ze tevreden. Toen de voorraad niet langer strekte ging ze de hormonen halen in Duitsland. "Als je daar aan een arts een aannemelijk verhaal vertelt krijg je de handel z6 mee." Inmiddels had ze bij een andere arts een medicijnenhandboek ontvreemd - 'z6 lag bet nog op tafel en z6 zat bet al in m'n tas!' - en daaruit leerde ze alles wat ze weten moest van merken en doseringen. Receptenbriefjes van weer een andere arts zaten ook zo maar opeens in haar tas. ,Je moet de wegen een beetje leren kunnen," zegt Josée eenvoudig.

Josée heeft alles al meegemaakt, haar overlevingstactiek heeft ze the hard way geleerd: in de sfeer van de jeugdprostitutie in Amsterdam. Als twaalfjarige liep ze al van huis weg. Haar vader probeerde een 'echte man' van haar te maken door haar met haar moeder te laten neuken. Onder bedreiging met een loden pijp. Jaren later werd Josée onder druk van haar daadkrachtige familie gedwongen om in bet huwelijk te treden met een meisje dat 'zogenaamd zwanger' van haar was. Een shotgun wedding.

Het was een scholing in geweld en afpersing die Josée later uitstekend te stade kwam in de omgang met onwillige autoriteiten. Samen met Reinout - die vroeger Regina heette en als vrouw door het leven ging, maar nu toch maar weer als man opereert - houdt Josée een contactbureau voor homoseksuelen draaiende. Ze is al geopereerd. Via Anton Verschoors verwijsbriefje voor chirurg Lamaker: 'je kunt nou eenmaal niet om Anton been'. Maar de rest van de noodzakelijk geachte correcties - zoals een silicone-injectie in haar borsten - laat ze elders doen. Ze vindt dat bet tijd wordt om bet monopolie van Anton Verschoor te breken, en zint op middelen om buiten de TenT om - 'dat slappe zootje, daar doet iedereen even zielig, daar komt niks uit' - eens wat vaart in de transseksuele scène te brengen. Self help, is bet devies, en weg met de bevoogding door de zogenaamde deskundigen. Het paar doet me levendig denken aan die andere tweemanspartij van 'vrije jongens'. Niet iammeren maar aanpakken: "Je moet 't in het leven een beetje handig regelen." Binnenkort is de eerste vergadering van transseksuelen bij Josée aan huis. "Ik heb iedereen uitgenodigd," zegt ze met vorstelijke allure, ,kom je ook? Het is hoog tijd dat we de koppen eens bij elkaar steken."

Ik ben er verschrikkelijk kapot van," zegt Anton Verschoor. "Een week lang ben ik er volkomen stuk van geweest. Het ergste vind ik dat zoveel van de kritiek anoniem is. Tot wie moet je je richten? Laten ze toch met me komen praten!"

lemand heeft hem beschreven als 'die griezel', en zei dat hij sprekend op Catweazle lijkt, een ander had het over 'die hoge enge stem van 'm'. Ik zie alleen een heel gewone man van middelbare leeftijd met een klein sikje, maar ja, ik heb de diensten van de grote boze tovenaar gelukkig niet nodig. Misschien maakt dat alle verschil. We praten over de kritiek van onder andere Yvonne Kroonenberg, en haar verwijt dat de Stichting niet hard genoeg werkt aan een uitbreiding van het aantal operatieplaatsen.

"Natúúrlijk wil ik uitbreiden," zegt Verschoor bezwerend, "graag zelfs. Maar niemand wil er aan. Dat is mijn schuld toch niet? Met pijn en moeite hebben we nu gedaan gekregen dat Lamaker ook in Haarlem gaat opereren, dat levert ons weer tien operatieplaatsen per jaar op. En in Rotterdam en Groningen gebeurt ook wel wat. Ik schat dat we over een paar maanden een capaciteit hebben van 30 operaties per jaar. Maar dan duurt het toch nog wel tot 1982 voordat de achterstand is ingelopen.

"Ik begrijp best dat deze toestand frustrerend is. En zo nieuw is het niet, De Vaal heeft het ook meegemaakt; de boze brieven, de agressie, de verhalen over machtsmisbruik en de dreigementen. Transseksuelen leven onder een geweldige druk, en als ze dan keer op keer teleurstellingen moeten incasseren - omdat we ze niet vlug genoeg kunnen helpen - is het begrijpelijk dat ze hun spanningen afreageren op de Stichting. Of op mij. Maar mijn machtspositie wordt ontzettend overschat. Ik zit op het ogenblik niet eens meer in het Stichtingsbestuur. Hoe dan ook, ik kan in deze sfeer niet meer werken. Ik ben ook al een jaar of vijftig, en emotioneel kan ik dit so wie so niet langer aan."

Er komt een pijnlijke glimlach op z'n gezicht. "Ik denk dat ik zal moeten leren om mijn voldoening te putten uit de wetenschap dat ik jarenlang mijn uiterste best heb gedaan, en dat er echt wel iets bereikt is. Zonder dankbaarheid te verwachten. Dat vind ik soms nog wel moeilijk."

De secretaresse die me zal doorverbinden met de plastisch chirurg van Ziekenhuis Dijkzigt - professor J. C. van der Meulen - geeft me weinig kans dat hij me zal willen ontvangen. "0, dat zijn toch al van die lastige patiënten! Ik geloof nooit dat hij daarover wil praten."

Het kost inderdaad enige overredingskracht mijnerzijds, en als we tegenover elkaar zitten beperkt hij zich tot zeer zakelijke en nogal summiere antwoorden Kort memoreert hij dat de 'transseksualisatie'-operatie  in Nederland pas zo'n jaar of twintig bestaat. "Destijds was er een geweldige deining over. Het mocht niet, het was tegen alle regels. Daar heeft een commissie van de Gezondheidsraad toen nog over moeten adviseren, en die was er tegen, hoewel ze nog net niet op een absoluut verbod aandrong. Inmiddels is de Gezondheidsraad van standpunt veranderd. Ze vindt dat het nu wel mag, onder bepaalde condities. Woudstra - dat was de chirurg die de eerste operatie deed - heeft er destijds goed aan gedaan. De geschiedenis heeft hem gelijk gegeven." Lastige patiënten? Problemen met de verpleegkundige staf" Hij wuift het allemaal weg. Ook over de capaciteit in Ziekenhuis Dijkzigt kan hij kort zijn. "Ik weet niet hoeveel van dit soort operaties we precies doen. Zo weinig mogelijk in ieder geval. Waarom? Omdat ik niet elke transseksuele patiënt een goede toekomst kan garanderen, noch medisch noch sociaal. De resultaten van de operatie zijn gewoon nog niet goed genoeg, er treden te vaak complicaties op, vergroeiingen of fistels. Hoe vaak? Dat weet ik niet, een complicatiepercentage van 10 procent is al te hoog. Iedere complicatie is er eigenlijk een te veel. Als ik er zeker van was dat de patiënten psychologisch en fysiek - dus ook seksueel - goed konden functioneren na afloop zou ik er misschien positiever over denken." Toch staat hij er achter dat het gebeurt in zijn ziekenhuis. "Er is een reële nood en als arts ben je gehouden om je patiënten te helpen." Het plaatsvervangend hoofd van de afdeling verpleegkunde verzekert me eveneens dat er geen noemenswaardige problemen zijn bij de verzorging van transseksuele patiënten. Maar uit een onderzoeksrapportje dat iemand in het ziekenhuis gemaakt heeft blijkt dat er wel degelijk weerstanden bestaan bij verpleegsters tegen de verzorging van een transseksueel. Op weg naar buiten word ik aangeklampt door iemand die regelmatig met deze patiënten te maken krijgt. Ze wil wel eens horen wat ik van het verschijnsel denk. Ik vertel haar dat het me opvalt dat veel transseksuelen blijven 'hangen' in de transseksuele subcultuur, en volkomen lijken op te gaan in dat ene allesoverheersende probleem. Alsof er geen andere dingen meer bestaan in het leven.

"Ja, dat is mij ook wel opgevallen," zegt ze peinzend. ,Ze hebben ontzettend veel aandacht nodig. En ik weet niet of dat nou na verloop van tijd zoveel minder wordt, al zou je het wel hopen. Sommige transseksuelen komen hier al jaren en die zijn er nog steeds over bezig. Het is een obsessie voor ze."

Ik denk terug aan de woorden van Anton Verschoor, die me erop wees dat vrouwelijke transseksuelen veel minder 'obsessief' en krampachtig zijn over hun problemen dan mannelijke transseksuelen. Waarschijnlijk omdat ze het in de samenleving wat makkelijker hebben, ze vallen minder op. Verschoor zegt: "Na alles wat deze mensen zoal meegemaakt hebben vind ik het steeds weer een wonder dat een aantal van hen nog zo rustig en stabiel is. Je zou je er niet over moeten verbazen dat veel transseksuelen neurotisch zijn, maar dat sommigen er in slagen om dat niet te zijn."

Ingrid is geopereerd. Na ruim drie jaar touwtrekken is het dan zover. Op een zonnige middag zoek ik haar op in Ziekenhuis Dijkzigt met een bos bloemen en een stuk zeep van het merk Lady's Own. Triomfantelijk troont ze in de kussens, omringd door bezoekers, bloemstukken en kaartjes met gelukwensen. ,Is het mooi geworden?" vraag ik routineus, want dat is waar iedereen na zo'n operatie altijd obligaat naar informeert.

Wat beet mooi! Het is zelfs prachtig geworden, haar tevredenheid kent geen grenzen. Vooral omdat in de kamer naast haar een transseksueel ligt waarbij het allemaal minder voorspoedig blijkt te verlopen. ,Ze hebben haar als eerste geholpen," zegt ze veelbetekenend, "en toen dacht ik al: laten ze eerst maar warmdraaien op een ander, des te beter gaat het wanneer ik aan de beurt ben!" De kinderen van haar lotgenote lopen in en uit om het bezoek te bekijken en een tekening te brengen. "Hoe gaat het nou met je moeder?" vraagt Ingrid. ,Het is m'n moeder niet, het is m'n vader," zegt de oudste bokkig. Na enkele vergeefse pogingen om het kleine meisje te doordringen van de courante opvattingen omtrent de transseksualiteit geeft Ingrid het maar op. De vrede wordt bezegeld met een bonbon uit het nachtkastje.

Tot overmaat van vreugde is het bericht binnengekomen dat het auto-importbedrijf bereid is om Ingrid als ze hersteld is opnieuw op het hoofdkantoor te werk te stellen. Weliswaar op basis van het feit dat het GAK het grootste deel van haar salaris betaalt en het bedrijf de rest bijpast, zodat het geheel meer het karakter zal dragen van een soort Iarbeidstherapie', maar toch; het is een mooi succesje. De overwinning lijkt compleet. Stralend overziet Ingrid het slagveld en verzucht: ,Dat je nou zoiets moet doen om zó verwend te worden!"

Een paar maanden later spreken we elkaar en ik vraag hoe het gaat op haar werk. Maar dat blijkt een beetje tegengevallen te zijn. ,Het is wel fantastisch dat ze me zo hebben willen accepteren," zegt Ingrid, ,maar het is toch wel een erg mannelijke sfeer daar. Je zit de hele dag tussen al die kerels in. Weet je wat ik wel zou willen? Een baan als inkoopster voor een damesmodezaak of zoiets. Ik zou zo vreselijk graag een echt vrouwelijk beroep hebben. "


Bron: Haagse Post Magazine, 1981
Door: Emma Brunt

Terug naar index