|
'Je wordt er een echte man van hoor, van dat transseksuele gedoe.'
'Als kind al trok ik de kleren van mijn zusje aan. Je voelt die onrust, maar je kunt het niet benoemen. Je weet dat het niet snor zit, die lul is er wel, maar je wilt dat ding niet - weg ermee, die hoort niet bij mij. Nee, daar werd niet over gesproken. Er werd in die tijd over niets gesproken.' Dansen, het circus, aan de trapeze hangen, dat was de wereld waarvan Raoul droomde. Hij wilde danser worden of acrobaat, maar zijn ouders wisten niet eens dat er een balletschool bestond. Uiteindelijk naar de toneelschool in Gent. 'Ik heb die school niet afgemaakt, want het was eigenlijk mijn ding niet. Ik dacht: mooi hoor, Shakespeare en Molière en zo, maar zo praten de mensen tegenwoordig toch niet. In de balkonscène uit Romeo en Julia wil Romeo toch eigenlijk maar één ding zeggen: Kom naar beneden jij, ik heb een stijve van jou, ik ga je rammen, slet! Daar kwam bij dat ik in die tijd al veel te onrustig was, ik was niet wie ik was - dat speelde ook een rol.' Toch werd hij op de toneelschool 'ontdekt' en speelde een paar jaar bij diverse groepen. Totdat het niet meer ging in dat mannenlichaam. Hij vertrok naar Amsterdam, dook onder in de hippie-scene , vond daar een dokter die hem hormooninjecties gaf, en werd uiteindelijk in Casablanca geopereerd. 'Nu word je bij zo'n operatie voortdurend begeleid, er zijn psychiaters en cursussen, alles wordt betaald. In mijn tijd was daar geen sprake van. Na een week stond ik weer op het vliegveld van Brussel, ik had een lange broek aan en het bloed stond tot aan mijn knieën. Als dat allemaal achter de rug is, denk je dat alle deuren voor je open gaan, maar dat is niet zo. Ze sluiten zich juist. Ik heb heel veel gevallen van zelfmoord onder lotgenoten meegemaakt. Je kunt alleen maar overleven door een grote discipline. Jezelf niet laten verdrukken, altijd je voet tussen de deur, altijd zeggen: ik eis mijn plaats op in de maatschappij. Je wordt er een echte man van hoor, van dat transseksuele gedoe.' Tien jaar werkte ze als stripteaseuse in revues. 'Ik heb in de grote Europese huizen gestaan: het Casino van Venetië, de Moulin Rouge in Torino, de Battacan in Genève - ja, ik heb mijn bustehouder op menig erotisch podium achtergelaten. Ach kind, ik had zo'n mooi lijf toen.' Uiteindelijk trouwde Vanessa met een Nederlandse man, ze zei het theater vaarwel en samen begonnen ze een antiekzaak in Gent. Zestien jaar heeft dat huwelijk geduurd, toen was het op. Langzaamaan pakte ze haar oude vak weer op: komediespelen, teksten schrijven, scenario's voor tv-comedy's. Totdat op een dag de telefoon ging. Alain Platel aan de lijn, de Vlaamse theatermaker wiens voorstellingen tot de internationale top behoren. 'Bent u vrij?' vroeg hij haar, 'wilt u bij mij spelen?' . Het contact leidde tot de memorabele moederrol die zij vertolkte in Allemaal Indiaan, Platels voorstelling die over de hele wereld, onder meer in het Holland Festival, te zien was. Daarna vroeg hij haar na te denken over een voorstelling over haar eigen leven. Ze had net het boek Ik ben mijn eigen vrouw van Charlotte von Mahlsdorf gelezen - over de lotgevallen van een Duitse transseksueel - en zag daarin raakvlakken met haar eigen leven. Met regisseur Lies Pauwels van Victoria, nauw verbonden met Platel, sprak ze daar uitvoerig over en uiteindelijk resulteerde dat in White Star. Uit de speakers in het Grand Theatre klinkt keihard de muziek van Tsjaikovski's Zwanenmeer. Voordat ze op moet, nevelt Vanessa nog even wat parfum om zich heen - 'Guerlain, schatje, altijd Guerlain'. Gekleed in een ouderwets badpak verbeeldt ze vervolgens met sierlijke balletbewegingen de stervende zwaan. 'Guck mal Mutti, ich bin ein Schmetterling', zegt ze - alsof ze weer het jongetje is dat voor haar moeder danst. Even later is ze de oudere vrouw: 'Guck mal Mutti, ich bin ein Clown!' In een andere scène wordt heftig geplaybackt op Christina Aguilera's pathetische ballad Beautiful ('You are beautiful, no matter what they say'). Vanessa, met grijze pruik, staat hand in hand met het jongetje dat een blonde pruik op heeft en een jurkje aan - het verloop van een bizar leven in n raak beeld samengevat. Het zijn sterke, emotionerende scenes die er flink inhakken. In deze productie vechten negen mensen voor een plek in een wereld die hen niet welgevallig is. Vanessa: 'Het idee dat het een documentaire over mijn eigen leven zou worden, hebben we al snel losgelaten. In de improvisaties heeft iedereen nu een deeltje van het verhaal opgepikt en daar iets geheel eigens van gemaakt. In het begin waren de repetities pijnlijk omdat er zoveel dingen van vroeger naar boven kwamen. Het was bijna een vorm van therapie.' Regisseur Lies Pauwels heeft Vanessa's levensverhaal weten om te buigen
tot universeel theater over anders zijn. White Star is onvervalst Vlaams
montagetheater, zonder vast verhaal, puttend uit de popmuziek, klassieke
muziek, moderne dans, videoclips en de populaire cultuur. Uitbundig, maar
ook ernstig. Of zoals Pauwels zegt: 'Het is een doorgeefluik van ellende
geworden.' Met Allemaal Indiaan heeft ze in alle grote kunsttheaters van
Europa gestaan: Salzburg, Parijs, Avignon, Amsterdam. Nu kan ze haar kont
nauwelijks keren in een kleedkamer in Groningen. Maar voor haar is een
podium een podium - of je nu in een nachtclub je benen de lucht in gooit
of in Avignon hoge kunst maakt. 'Vroeger moest ik op de juiste manier de
kleren van mijn lijf rukken, anders had ik geen werk. Nu moet ik een
toneelrol zo goed mogelijk spelen, anders vragen ze me niet. In het
algemeen ben ik, vrees ik, moeilijk te casten. Alain zag daar doorheen:
"Jij bent geen buitenaards wezen, in mijn voorstelling ben jij gewoon een
moeder van vier kinderen". Er zijn er maar weinig die dat durven.' Bron: Volkskrant, 21 oktober 2004 |
||