Een deel van de mensheid toe wordt geboren als vrouw en blijft dat, anderen gaan van begin tot eind als man door het leven. Sommigen hebben het gevoel beide te zijn en dat geeft problemen. Ze merken dat hun 'ziel' in een lichaam van het verkeerde geslacht zit. Jan de Boer, ooit gereformeerd predikant in Haarlem, was zo iemand. Hij moest een lange, met talloze moeilijkheden bezaaide weg afleggen. Sinds enkele jaren is het leed echter geleden. Janine de Boer praat er openhartig over in haar woning in Amsterdam-Oost.

Begin februari 1982 troffen vrienden, familie en bekenden van Jan de Boer een grijs geboortekaartje tussen de post aan. Via die kaart liet J.A.A. de Boer weten: "Het is mij een vreugde U kennis te geven van mijn transformatie, die heden heeft plaatsgevonden, waardoor 'Jan tot Janine herboren is. Ik hoop, dat U in mijn vreugde wilt delen." In het Haarlemse Elisabeth Gasthuis was de hergeboorte via een medische ingreep verwezenlijkt. Vonr de toen 48-jarige Janine waren daarmee natuurlijk nog lang niet alle problemen overwonnen, maar het ergste was toch achter de rug.

Van jongs af aan had Jan de Boer het vage gevoel dat er iets niet klopte. Hij had een mannelijk lichaam waaraan niets mankeerde, maar ergens diep van binnen het gevoel dat er een vrouwelijke geest, een vrouwelijke ziel in dat mannelijk lichaam stak. Tegenwoordig wordt over dergelijke zaken iets (maar nog niets eens zo heel veel) makkelijker gepraat, maar in die tijd was een man gewoon een man en een vrouw gewoon een vrouw. Janine: "Ik heb die twijfel destijds zo ver mogelijk weggedrukt. Ik gedroeg me juist heel nadrukkelijk als iemand van het mannelijke geslacht. Ik deed bijna overdreven gewoon. Ik wilde me als man bewijzen."

Maar de twijfel bleef, ook in later jaren. "In mijn jonge jaren dacht ik dat het in mijn huwelijk wel over zou gaan, dat het dan allemaal wel goed zou komen. Ik ben toen inderdaad getrouwd. Het was een redelijk gelukkig huwelijk en we kregen drie kinderen. Die zijn nu 23, 10 en 8 jaar oud. In totaal heeft dat huwelijk twintig jaar geduurd. Maar het gevoel dat ik 'anders' was, nam niet af. Het werd juist sterker. Pas nadat we twaalf jaar getrouwd waren, heb ik er voor het eerst met mijn partner over gesproken. We. dachten dat -we sterk genoeg in onze schoenen stonden om het te kunnen opvangen."

"Tot mijn 45ste dacht ik ook steeds dat ik erin moest berusten, hoewel het je natuurlijk nooit loslaat. Bij toeval kwam ik eens een boekje tegen waarin over zulke dingen iets stond. Dat kwam als een schok. De schok dat het 'een verschijnsel' was, dat het een naam had. Overigens trok dat boekje het helemaal in de sfeer van perversie en decadentie."

Dat boekje is een van de aanzetten geweest die bij Jan de Boer tot een proces van bewustwording leidden. De langzame, moeizame ontdekking dat het 'anders zijn' niet kon worden verholpen door de vrouwelijke binnenkant aan te passen aan de mannelijke buitenzijde. Totdat geleidelijk het besef rijpte dat het lichaam zou moeten worden aangepast aan het innerlijk. Janine: "Ik beschouw de ziel als het wezenlijke van een mens, wezenlijker dan het lichaam."

Van 1974 tot 1977 was De Boer predikant in de gereformeerde kerk. Eind jaren zeventig vertrok bij naar Zwitserland om als pastor te werken onder de verspreid in dat land wonende Nederlanders. In de alpenrepubliek geraakte een en ander in een stroomversnelling. In september 1979 viel het definitieve besluit dat het lichaam aan de ziel moest worden aangepast, dat het mannelijke lijf door middel van een operatie vrouwelijk moest worden.

De beide echtelieden gingen apart wonen. Overigens in goede harmonie. Janine laat niet na te benadrukken dat de vroegere partner en de drie kinderen naar beste kunnen hebben gereageerd op de transseksualiteit van wat vroeger hun man en vader was. "De oudste, een zoon, vatte het heel goed op en heeft me ook goed bijgestaan. De twee jongste kinderen waren vooral verdrietig omdat hun vader het huis verliet. De eerste tien minuten dat ze me 'anders' zagen waren ze verlegen, maar dat is heel snel bijgedraaid. De kinderen komen hier geregeld logeren."

Nadat de beslissing om 'de operatie' te ondergaan was genomen in september 1979, volgde in april 1980 een hormoontherapie. Die dient ertoe de mannelijke baardgroei te remmen en wat rondere lichaamsvormen te verkrijgen. In februari 1982 werd de 'ombouw'operatie uitgevoerd. De start van een nieuw leven, in veel opzichten het einde van het oude.

Op dat moment was de strijd in de werkkring al gestreden. Nog afgezien van allerhande theologische vragen waar een gelovige transseksueel mee te maken krijgt, leverde uiteraard ook het predikantschap problemen op. Voor het werk in Zwitserland was ds. De Boer slechts 'uitgeleend' door de Haarlemse gereformeerde kerk. Formeel bestond er nog steeds een dienstverband. Na diverse gesprekken - eerst met het moderamen van de gereformeerde kerk in Haarlem-Noord, daarna met de classis (die in dergelijke zaken de beslissende instantie is) - werd afgesproken dat De Boer predikant kon blijven met alle daaraan verbonden rechten, maar daarvan tot aan de operatie geen gebruik zou maken. Ds. De Boer werd vervroegd emeritaat (pensioen, DK/RF verleend op grond van tijdelijke 'arbeidsongeschiktheid' wegens een sociale handicap. Momenteel is De Boer niet aan een vaste gemeente verbonden, maar gaat ze uit preken waar dat wordt gevraagd.

Janine: "Het blijft wel mijn ideaal om ooit nog eens een vaste standplaats te vinden, maar dat is heel moeilijk. Natuurlijk vormt mijn transseksuele verleden al een groot struikelblok. Bovendien ben ik met mijn twintig dienstjaren veel duurder dan jonge predikanten. Als er al werkloze predikanten van mijn leeftijd zijn, ondervinden die waarschijnlijk hetzelfde nadeel, hoewel dat niet te bewijzen valt. Ik denk wel dat het economische motief voorop staat."

Naar Haarlem terugkeren is momenteel geen reële mogelijkheid, hoewel De Boer daar nog wel een bijbelkring .leidt. "Ik zou op dit moment ook niet terug willen. Er zijn nu nog te weinig jaren overheen gegaan. Te zijner tijd zou ik wel in de Haarlemse kerk willen voorgaan, maar ik kan niet verwachten dat de hele kerkgemeente dat aankan. Dit is trouwens de eerste keer dat ik me in het openbaar als vrouw presenteer aan de mensen in Haarlem. Ik hoop dat ze begrijpen dat ik overigens een gewoon mens ben."

Sinds eind 1982 wilde De Boer weer preken en heeft daartoe, zij het niet in een vaste kerkgemeente, nu alle ruimte. Bovendien leidt ze in Amsterdam een gemengd gereformeerd/hervormde bijbelkring. "Ik vond het destijds wel eng, maar ik heb het toch gedaan. Het gaat heel goed. Op een gegeven moment vroeg iemand van die bijbelkring of ik presidente wilde worden van de plaatselijke afdeling van de Nederlandse Christen-Vrouwenbond. Typisch iets voor u, zeiden ze. Ook dat heb ik gedaan en het bevalt me uitstekend. Het is een gezelschap van vooral oudere vrouwen. Dat is een bevestiging ja. Ik heb het bestuur van de vrouwenbond over mijn achtergrond verteld en de algemene reactie was: goh, wat heb je dan veel meegemaakt. Ik ben echt één van hen.

Buiten de kerk verliepen de zaken wel eens stroever. Zoals iedere transseksueel ondervond ook Janine De Boer dat sommige mensen je als een baksteen laten vallen, dat sommigen de operatie botweg afwijzen als zelfverminking. Toch is het aantal van dergelijke gevallen haar meegevallen. Ze heeft ook heel goede ervaringen; mensen die haar transformatie accepteerden. "Het was minder akelig dan ik had gevreesd. Mijn vader bijvoorbeeld, die is 85 jaar en had nog nooit van transseksualiteit gehoord. Maar hij wil me volledig als zijn dochter aanvaarden."

"Ik probeer tegenover mensen die ik na mijn operatie heb leren kennen mijn verleden niet verborgen te houden. Vroeger had ik het gevoel dat ik steeds in een leugen leefde, dat ik iets van mezelf geheim moest houden. Dat wil ik niet meer. Ik vraag van mensen een totale aanvaarding."

Wat na de transformatie veranderde, was de manier van omgaan met mannen en vrouwen. "Ik heb tegenwoordig een makkelijker contact met vrouwen, meer het gevoel erbij te horen. Dat voelde ik vroeger ook wel, maar er was het obstakel dat ik er uitzag als een man. Ik was vroeger geregeld in gezelschap van alleen mannen, op vergaderingen bijvoorbeeld. Dat heb ik nooit zo prettig gevonden. Emoties mochten daar niet, men hield vast aan een afstandelijk soort objectiviteit."

Als ik nu met mannen verkeer, voel ik me aan de andere kant staan. Ik vind het wél leuk als een man me ziet, gecharmeerd van me is. Maar ik denk niet dat ik snel op een man verliefd word. Ik heb die behoefte nog niet gehad. Dat is trouwens een proces dat nog volop in ontwikkeling is. Ik weet dat een man afhaakt als hij me mee uit vraagt en ontdekt dat ik een transseksueel verleden heb. Zodoende leef ik nog gedwongen celibatair. Het is niet echt uitgesloten dat ik in de toekomst eens een man ontmoet die me volledig aanvaardt; doordat hij meer naar de binnenkant dan naar de buitenkant kijkt. Maar dat zou natuurlijk een enorme toevalstreffer zijn."

Wat rest is de vraag hoe een gelovig mens, een predikante bovendien, haar transseksualiteit kan rijmen met het geloof en de Schepper. Staat immers niet in Deuteronomium: "Een vrouw zal geen manskleren dragen en een man geen vrouwenkleed aantrekken. Eenieder die deze dingen doet is de Here uw God een gruwel". Janine de Boer heeft daar in het verleden inderdaad problemen mee gehad. "Tegenwoordig besef ik beter dat daar het probleem zat. Ik voelde me geen man maar moest wel in mannenkleren lopen. Dát was travestie. Vroeger voelde ik me altijd schuldig ten opzichte van mijn Schepper. Pas later kreeg het besef de overhand dat ik mezelf moest aanvaarden zoals ik was. Ik heb altijd een sterke relatie gelegd tussen God en de ziel. Die relatie is belangrijker dan het feit dat mijn ziel in een mannenlichaam zat."

"Ik beschouw God niet als een strenge, bestraffende, maar als een bevrijdende God, een God die vrije mensen wil en geen verkreukelde. Zo kon ik het verlangen om naar mijn aard te leven in overeenstemming brengen met mijn geloof. In dat licht bekeken mocht dat van mezelf. Bovendien: als een kind met een hazelip wordt geboren, probeer je dat toch ook medisch te verhelpen? En ik ben nu toevallig in een verkeerd lichaam geboren."


Bron: Haarlems Dagblad, 29 december 1984
Door: Daniëlle Kraft en Ronald Frisart

Terug naar index