In januari 1982 is een wetsontwerp ingediend waarop een groep mensen al vele jaren heeft gewacht: de transseksuele mens. Het ontwerp wil mogelijk maken dat de geslachtsaanduiding in de geboorte-akte van de transseksueel wordt gewijzigd. Die verandering is op grond van de bestaande wetgeving niet mogelijk. Daarom leven ongeveer honderdvijftig transseksuelen in ons land in een onhoudbare situatie, waarin ze voortdurend pijnlijk :orden herinnerd aan hun vorige leven. Het wetsontwerp verstaat onder transseksuelen: "Personen die de overtuiging hebben tot een ander geslacht te behoren dan vermeld staat in hun geboorteakte en die lichamelijk aan het verlangde geslacht zijn aangepast."

Er is dus een principieel verschil tussen de transseksuele mens en een travestiet. De transseksueel streeft naar lichamelijke aanpassing, de travestiet heeft sterke behoefte zich aan de buitenwereld te tonen als iemand van het andere geslacht door zich om te kleden (travestie).

Lara woont in een Drents dorpje. Ze vertelt in deze reportage over haar leven en over de noodzaak definitief een streep te kunnen zetten onder haar verleden. Zij werd tien jaar geleden geopereerd, maar de ambtelijke molens hebben haar nieuwe leven als vrouw nog niet bereikt.

Lara groeide op in Amsterdam in een katholiek gezin. Ze kwam terecht op een jongensschool, waaraan tevens een klooster was verbonden. De zusters beschreven hem als een 'tenger, zeer teruggetrokken kind, dat zichzelf isoleerde'. Deze eigenschappen vertaalden de zusters in 'stiekem'. "Ik wilde niets liever dan open en eerlijk zijn, maar ik kon niet mezelf zijn, niet de meisjesachtige jongen die ik was. Een echte jongen zou ik nooit zijn. Ik wilde liever met de meisjes spelen, in ieder geval dicht bij hen zijn. Bij hen voelde ik me volkomen veilig, bij hen hoefde ik niet stoer te zijn. Jongens en meisjes werden tot mijn grote verdriet streng gescheiden gehouden."

Op de lagere school raakte hij steeds verder in een isolement. Jongens treiterden hem. 0ok de leraren deden mee aan het spel van de vernedering. Zij riepen hem voor de klas: "Wil de jonge juffrouw even voor het bord komen? "Zijn jongenslichaam met specifieke "meisjesachtige" kenmerken, zachte ogen , lange wimpers, stil en timide, waren de bron van deze plagerij. Hij werd zich steeds bewuster van zijn uiterlijk, "mijn enige houvast in het afschuwelijke leven"." Wat er met hem aan de hand was kon hij niet vermoeden, maar zeker was dat hij nooit een jongen wilde worden.

Denken over seksualiteit was taboe, ook voor hem, maar de afschuw voor zijn eigen lichaam en vooral voor "wat daar zat", groeide. "Ik wist dat er iets met mij niet klopte. Ik voelde me geen jongen, maar een meisje. Mijn angst en schuldgevoelens werden heviger naarmate ik ouder werd en meer over mijzelf nadacht. Het denkbeeld ooit een man te moeten zijn werd een nachtmerrie. Ik wilde geen man worden en leefde in een fantasiewereld waarin ik de vrouw zijn die ik was."

Op zijn dertiende jaar brak de oorlog uit. Hij was al zover vereenzaamd, dat hij ervan overtuigd was, dat de dood de enige oplossing kon zijn voor zijn dilemma. Angst voor een mislukte zelfmoordpoging en voor een verder leven als gehandicapte weerhielden hem van die vlucht. Totdat zijn vader, wiens oogappel hij was, in 1943 stierf. Hij zocht naar de mogelijkheid "passief zelfmoord" te plegen en gaf zich bij de Duitsers aan. "Ik wist dat de oorlog veel slachtoffers maakte. Ik hoopte op een goede dag bij een bombardement om het leven te komen."

Hij beleefde in die jaren ook zijn eerste seksuele contacten: een verkrachting. "Ik werd seksueel misbruikt omdat ze in mij een soort vrouw zagen. In deze contacten beleefde ik mezelf ook als vrouw, ook al waren de contacten vals en pijnlijk". Terug in Nederland." Een geestelijk wrak. Hij realiseerde zich dat hij verder zou moeten leven en dat alles voor niets was geweest.

Fen tweede vlucht. "Ik ging naar zee. Daarmee probeerde ik te vergeten wat ik al van mezelf wist. Ik wilde voldoen aan de eisen van anderen, vooral van mijn familie. Ik moest werken en leven als een man, maar eigenlijk wist ik dat mijn geest niet te veranderen was en dat mijn lichaam moest veranderen. Ik probeerde voortdurend mijn problemen uit de weg te gaan, omdat ik niet begreep waarom ik me een vrouw voelde en toch in een mannenlichaam huisde. Mijn lichaam werd mijn gevangenis. 0ok op zee zagen de mannen, groot en sterk, mij als een soort vrouw." Tijdens de lange reizen waren er vele seksuele contacten met vele mannen die vrijwel allemaal "gewoon" heteroseksueel waren. Ik beschouwde mijn contacten niet als homoseksueel. De mannen waren getrouwd. Ik was voor hen de vrouw aan boord en speelde de hoerenrol, waarmee ikzelf ook tevreden was. Ik was vrouw". Zijn moeder probeerde hem te stimuleren een meisje te zoeken met wie hij zou kunnen trouwen. De gedachte alleen al was griezelig. Hij wilde geen sex beleven als man. Zijn eigen beleving zou nooit legaal worden.

Toch trouwde hij vele jaren later. In zijn eenzaamheid vroeg hij een meisje uit, eigenlijk alleen vanuit de drang ergens bij te willen horen. Zij klampte zich aan hem vast en werd verliefd op de man die zij in hem zag. Op de dag van de bruiloft moest hij een kostuum en een stropdas dragen. "Dat was de afschuwelijkste dag in mijn leven, een maskerade."

In de daarop volgende zestien jaar bereikte hij het dieptepunt in zijn leven. "Een aantal keren was er iets seksueel tussen ons. Er worden twee kinderen geboren. Ik had geen mogelijkheid mij nog langer te onttrekken aan dat wat zij van mij verlangde. Ik moest een man zijn. Zij wilde de kinderen zo ontzettend graag. Ik kon niet langer aan haar verlangen voldoen".

Een scheiding kon niet uitblijven. Op zijn werk aan de wal was hij inmiddels een robot. Hij leefde in een "gruwelijke werkelijkheid"."Op een dag kwam de mentale klap. Zwaar overspannen stortte hij op zijn werk in. Zo belandde hij bij de medische dienst van zijn werkgever. Daar heeft hij voor het eerst in zijn leven anderen moeten vertellen hoe hij zichzelf beleefde, hoe hij heeft gevochten tegen de wetenschap dat hij vrouw was en bleef, en hoe hij daarmee in een mannenlichaam moest leven.

In Nederland waren sinds het begin van de jaren zeventig enkele artsen betrokken bij de hulp aan transseksuele mensen. Onder hen waren met name dr.O.M. de Vaal en dr.Ph.J.FI. Lamaker die zich daadwerkelijk inzetten voor de transseksuele mens. In I972 kwam hij terecht op het spreekuur van dr. De Vaal. Voor het eerst werd er geloof gehecht aan zijn verhaal. Dr. De Vaal noemde Lara een "constitutionele transseksueel", iemand die bij de geboorte al zo was.

"Ik was blij eindelijk herkend en erkend te worden. Hij hief zijn armen op en riep: Lara, je bent prachtig. Hij had gelijk. Ik had geen lichaamsbeharing en mijn stem kon ik na enige oefening zo gebruiken dat ik niet meer opviel. Ik houd een aantal handicaps, zoals wat grotere voeten, daarmee valt wel te leven".

Na enkele jaren werd hij geopereerd: Wat daar zat werd weggehaald. Er werd ruimte gecreëerd in de ruimte tussen rectum en blaas. Daarna werd met eigen lichaamweefsel een vagina en dergelijke gebouwd.

"Het is echt fantastisch, prachtig. Het ziet er allemaal gewoon en vrouwelijk uit, Die operatie in combinatie met hormonale begeleiding hebben van mij de vrouw gemaakt, die ik altijd was. Ik kon eindelijk het leven leiden waarvoor ik bestemd was. Mijn nieuwe leven kon beginnen, maar ik moest wel alle schepen achter me verbranden".

Ze woont nu in Drenthe. Een mooie vrouw, donker, halflang haar, slank, t-shirt, verzorgd en charmant. Ze zou niet speciaal opvallen en geen aanleiding geven voor een gesprek over haar verleden als ze zich niet gediscrimineerd voelde."

Ze barst los: de Nederlandse staat discrimineert mij al tien jaar op een verschrikkelijke manier. De ambtenarij confronteert mij met mijn verleden waar ik en ook mijn familie zo graag definitief een streep onder willen zetten. In officiële kaartensystemen zit ik in de mannenbak."

Lara wil behalve haar voornaam ook haar familienaam wijzigen. Bovendien moet in haar geboorteakte de geslachtsaanduiding veranderd worden van mannelijk in vrouwelijk.

Bij Lara speelt niet alleen het probleem van de wijziging in de geboorte-akte een rol, maar ook de verandering van haar familienaam.Zij heeft nog een minderjarig kind, dat automatisch in die naamswijziging zou meegaan. "Het is allemaal zo emotioneel. Ze hebben mij allang vergeten. Ik kan niet accepteren dat deze zaak niet gewoon geregeld kan worden zonder mijn verleden op te rakelen. Ze zien toch dat ik vrouw ben?"


Bron: Zwolsche Courant, begin jaren tachtig

Terug naar index