|
'Ik hield nog steeds van Hans' Hans was de grote liefde van Karin (30). Ze woonden samen en zouden gaan trouwen. Tot ze ontdekte dat hij transseksueel was. In de jaren die volgden, zag ze haar vriend veranderen in een vrouw. "Ik ken Hans al bijna mijn hele leven, vanaf mijn zesde. Hij was mijn buurjongen, twee jaar ouder dan ik. In mijn ogen was hij heel groot. Een enkele keer speelden we samen, met nog een ander buurmeisje. Toen ik twaalf was, ging hij verhuizen. Maar we wonen in een dorp, dus al spraken we elkaar niet, via via hoorde ik nog wel eens hoe het met hem was. En op de middelbare school zat hij bij mijn broer in de klas. Er was altijd een bepaalde aantrekkingskracht tussen ons, maar doordat hij een paar jaar ouder was, was hij onbereikbaar. Van m'n 18e tot 22e woonde en werkte ik in het buitenland. Toen ik terug was, kwamen we elkaar tegen op een feestje. De vonk sloeg over; we werden als magneten naar elkaar toe getrokken. We trokken die avond met elkaar op en hij zei dat hij een keer langs zou komen. Ik geloofde het amper, zou wel zien, maar drie dagen later stond ie voor de deur. Nog geen drie maanden later woonden we samen en wisten we zeker dat we met elkaar zouden gaan trouwen. Ik was verliefd. Hij zag er stoer uit, maar was heel gevoelig, begripvol, precies zoals een man in mijn ogen moest zijn. Onze relatie was heel onstuimig. Hij was mijn grote, ware liefde en ik wilde hem nooit meer kwijt. We woonden ongeveer anderhalf jaar samen toen we een weekend naar Brussel gingen. Daar kwamen we in een travestietentent terecht. Ik zat me enorm te ergeren. De mannen zagen er zo dellerig uit. Als ze zich als vrouw wilden verkleden, waarom maakten ze dan zo'n karikatuur van zichzelf? Welke vrouw zag er nou ze uit? Hans reageerde heel fel. Hij vond dat ze er wèl mooi uitzagen. We kregen er ruzie over die niet in verhouding stond met waar het om ging. De volgende dag vroeg ik hem wat er nou eigenlijk aan de hand was. Toen kwam het eruit: hij had veel in die travestieten herkend. Hij zou zich ook als vrouw willen kleden, vóelde zich ook vrouw, maar was opgesloten in zijn eigen lichaam. Ik moest er hard om lachen, wat een stomme opmerking. Die was gek. Maar het was geen grap, hij was heel verdrietig. Ik was verbijsterd. We gingen terug naar huis en ik begreep er niets van. Hoe kon dat nou? Ik kon het niet geloven. Hij moest zich maar eens laten onderzoeken. Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik had in het verleden een jongen gekend die later omgebouwd werd tot vrouw. Daar wilde ik toen niets van weten. Alles wat ik niet kende, wees ik af. Maar nu ging het om mijn partner, de man van wie ik hield. Ik kan moeilijk omschrijven wat je dan voelt. je houdt niet ineens op van elkaar te houden. Ik hoopte natuurlijk ook dat het een farce was, dat het over zou waaien. Heel naïef. Natuurlijk ging het niet vanzelf over. Ik ben degene geweest die hulp is gaan zoeken. Ik wilde weten waar we aan toe waren. Het was allemaal heel verwarrend, voor hem en voor mij. Ik was bang hem te verliezen, hij was bang mij kwijt te raken, maar ik vond dat dat niet hoefde. We konden toch vrienden blijven? Ik ging wat rondbellen en via via kwamen we terecht bij de Genderstichting bij de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daar zouden allerlei tests en onderzoeken gedaan worden om te beoordelen of het echt zo was. Mensen schijnen het soms, om allerlei redenen, ook voor te wenden. Maar uit die tests bleek overduidelijk dat het werkelijk zo was. Honderd, duizend keer heb ik me afgevraagd of ik het nou nergens aan had kunnen merken. Maar nee. ook sexueel niet. Hij was wel altijd meer gericht op mij dan op zichzelf. Neuken hoefde voor hem niet altijd. Maar dat vind ik op zich alleen maar prettig, een man die zo denkt. Achteraf was dat misschien iets bijzonders. Net zoals hij altijd al zijn lichaamshaar wegschoor. Een ander was bij wijze van spreken trots op een borsthaar, maar hij niet, het moest allemaal glad zijn. Hij had ook een voorkeur voor zachte stoffen, maar of dat nou aanwijzingen zijn dat iemand misschien transseksueel zou kunnen zijn? Ik heb er nooit bij stilgestaan, pas achteraf bracht ik die dingen met elkaar in verband. Het enige wat wel heel duidelijk was en waar ik nooit een vinger achter had gekregen, was dat hij niet echt tevreden was over zichzelf. Hij was heel perfectionistisch, het was niet gauw goed in zijn ogen. Hans zou vrouw worden. Hij werd begeleid door de Genderstichting. Ik ben een paar keer mee geweest maar het duidelijk dat ik er weinig te zoeken had. Alles was op hem gericht. De behandelingen werden uitgestippeld: hij kreeg hormoonbehandelingen, een neuscorrectie, want hij had een echte mannenneus, en zijn adamsappel zou worden weggehaald. Daarna zou zijn penis verwijderd worden en zou hij een vagina krijgen. Ik had het gevoel dat ik hem definitief kwijt was. Hans was onbereikbaar, alsof hij dood was, terwijl hij dus nog gewoon bij me was. Ik voelde me machteloos, was boos om wat er gebeurde. Tegelijkertijd wist ik dat hij er niets aan kon doen en ik wilde hem ook niet afvallen. Ik wilde hem juist helpen. Lichamelijk contact hadden we niet meer, hoogstens nog een zoen. Dat was al zo sinds Brussel. Ik gruwde van het idee, maar tegelijkertijd schreeuwde mijn lichaam om hem. Het was allemaal zo verwarrend. Ik vroeg me ook af: als hij een vrouw is, met wie ben ik dan naar bed geweest? Ben ik lesbisch? Ik kwam er niet goed uit. Ik heb toen contact gezocht met een zelfhulpgroep van partners en familieleden van transseksuelen. Daar door had ik iets om op terug te vallen, maar ik vond er geen gelijkgestemden. Er was wel een meisje die het, net als ik, tijdens haar relatie had ontdekt, maar die was al veel verder. Niet iedereen kon begrip opbrengen voor Hans. Zijn ouders hadden het er bijvoorbeeld heel moeilijk mee. Ze wezen het af en namen mij eigenlijk kwalijk dat ik achter hem stond. Vrienden van hem raakten we kwijt omdat ze niet wisten wat ze ermee aan moesten. En dan waren er nog mensen die vonden dat ik het niet moest pikken, mensen met wie ik verder niets wilde omdat ze het niet begrepen. Alles bij elkaar betekende dat wel dat ik nergens naar toe kon met mijn boosheid. Want die voelde ik natuurlijk ook. Het was moeilijk voor Hans, maar ook voor mij. En ook van hem heb ik te weinig 'sorry' gehoord. Niet omdat hij er iets aan kon doen, maar hij had er wat begrip voor mijn gevoelens mee kunnen tonen. Dat neem ik hem nog wel eens kwalijk. Doordat zoveel mensen het lieten afweten, raakten we steeds meer op elkaar aangewezen. Er werd ook vreselijk gekletst. Soms zeiden mensen het zelfs openlijk: 'Jij gaat toch met die transseksueel? Nou, dan zal er met jou ook wel iets mis zijn'. Dat maakte eenzaam. Het was wel duidelijk dat we niet samen konden blijven wonen. Ik wilde Hans niet kwijt, maar eigenlijk was dat al gebeurd. Ik wilde hèm, niet háár. Alleen kregen we niet direct een woning toegewezen en konden we geen van beiden ergens anders terecht. Het heeft nog bijna twee jaar geduurd voordat Hans een huis kreeg toegewezen. Twee jaar, waarin hij langzaam een vrouw werd. Hij slikte hormoontabletten en begon zich ook regelmatig als vrouw te kleden. Wat er dan door me heen ging... Mijn maag draaide om, mijn hart draaide om. Gelukkig deed hij het altijd heel beschaafd: een spijkerbroek, een truitje en een sjaaltje om zijn hals om zijn adamsappel te bedekken. Geen uitdagende korte rokjes of zo. Hij tiet zijn haar groeien en gebruikte make-up om zijn baardgroei te verbergen. Hij veranderde in een vrouw, en ik liep ernaast. Soms kon ik er niet meer tegen en schreeuwde dat hij gewoon moest doen. Maar dat kon ie nou net niet. Niet het 'gewoon' dat ik wilde. Ik zag ook dat mannen belangstelling voor hem kregen. Daar werd ik soms boos van, dan wilde ik wel gillen: 'Zien jullie het dan niet? Dat is mijn vent hoor!' Als ik terugdenk aan die tijd, was het een hel. Het was vaak alsof ik naast mezelf stond, naar een film keek. Ik denk dat dat de enige manier was om te overleven. Als ik er helemaal niet meer tegen kon, ging ik naar mijn moeder. Ze heeft me altijd geholpen, maar ik kon ook niet bij haar blijven. Toen Hans eindelijk een eigen huis kreeg, was dat dus een enorme opluchting. Nog steeds wilden we elkaar niet kwijt, we zouden vrienden blijven. Maar nu konden we wel ons eigen leven gaan leiden. Ik was dolblij dat ik in ons huis kon blijven, maar dat bleek toch verkeerd gedacht. Het was een huis vol herinneringen. Leuke, maar vooral van de laatste periode ook heel vervelende. Ik zag het helemaal niet meer zitten en ben bij de Riagg geweest, en ook bij een psychologenpraktijk. Maar er zijn zo weinig mensen die hier ervaring mee hebben. Adequate hulp was er gewoon niet. Anderhalf jaar geleden kreeg ik deze woning, en daar was ik heel blij mee. Het is een leuke buurt met leuke mensen met wie ik ook contact heb. Alsof ik aan een nieuw hoofdstuk kon beginnen. Hans en ik hielden intussen contact, Nog steeds wilden we elkaar niet kwijt, durfde ik hem ook niet los te laten. Hans werd Hanneke. Van een knappe man werd hij een mooie vrouw. Hij kreeg borsten en zijn penis werd een vagina. Het resultaat daarvan heb ik gezien, dat móest ik zien. Ik wilde weten hoe het eruit zag. Zien is geloven, daar kwam het op neer. Ik werd er jaloers van, het zag er allemaal zo perfect uit. Hans is er duidelijk beter van geworden. Hij voelt zich goed, tevredener met zichzelf, hij is gelukkig. Maar niet met mij. Een jaar geleden hebben we alle contact verbroken. Ik merkte dat er iets aan de hand was. Normaal belde hij een paar keer per week, maar nu had ie dat al een paar dagen niet gedaan. Hij bleek verliefd te zijn geworden op een vrouw. Op zich is dat niet verwonderlijk, want de sexuele voorkeur verandert zelden bij iemand die transseksueel is. Ik denk dat het goed is dat het nu is afgesloten. Ik had alleen eerder moeten beseffen dat ik er een punt achter moest zetten, want sinds ik dat gedaan heb, gaat het ook met mij steeds beter. Ik heb nieuwe vrienden gekregen aan wie ik veel steun heb. Ze nemen me mee uit, zijn er voor me. Ik had er alles voor over om Hans te houden, en daarin ben ik mezelf wel eens kwijtgeraakt. Vier jaar heb ik al. leen voor hem geleefd. Pas toen ik dat had afgesloten, kon ik aan mijn eigen leven beginnen. Misschien kunnen Hans en ik ooit 'vriendinnen' worden, maar dat kan ik me nu nog niet voorstellen. Ik zal hem altijd blijven zien als mijn vriend, de man van wie ik ontzettend veel heb gehouden." Om redenen van privacy zijn de namen van de betrokkenen veranderd. Heb jij ook iets ingrijpends meegemaakt en wil je daarover vertellen in Viva? Schrijf dan naar Aan Viva Verteld, Postbus 1630, 2130 JA Hoofddorp. Bron: Viva, 14 februari 1999 |
||