Dirk Jan de Boer was in 1943, midden in de oorlog, vier jaar. En, nog een meisje. 'Ik herinner me haarscherp dat ik naar de jongens op het plein keek en dacht: ik ben net zoals zij.' De Boer moest 55 jaar worden voordat hij, in 1994, in het Amsterdamse VU-ziekenhuis kon worden verlost uit zijn vrouwenlichaam.   

Transseksuelen als De Boer kunnen tegenwoordig veel eerder worden behandeld. Pubers die zeker weten in een 'verkeerd' lichaam te zijn geboren, krijgen in het VU-ziekenhuis een 'puberteitsvertragende' hormoonbehandeling die verhindert dat hun lichaam zich seksespecifiek ontwikkelt. Meisjes krijgen geen borsten en jongens houden hun hoge stem en gladde wangen. VU-hoogleraar hormonenleer Louis Gooren behandelt drie jongens en vier meisjes van 12 tot 14 jaar. Een 17-jarig meisje heeft al een geslachtsveranderende operatie ondergaan en is inmiddels man.

'Dit is echt misbruik van de geneeskunde', meent Heleen Dupuis. De hoogleraar medische ethiek vindt kinderen van 12, 13 jaar veel te jong voor zo'n ingrijpende medische behandeling. 'Het is overmoed als een arts denkt dat hij voor een 12-jarige kan voorspellen hoe het later met hem zal gaan. De hele hormoonhuishouding moet nog op gang komen. Hoe kan je dan met zekerheid weten hoe iemand zich zal ontwikkelen? Ik ben werkelijk geschokt dat dit in Nederland gebeurt.'

Gooren vindt de behandeling niet te vroeg. 'Het gaat om kinderen die bidden dat de puberteit aan hen voorbijgaat. Meisjes die zijn geboren in een jongenslijf zien hun broer uitgroeien tot bijna twee meter met schoenmaat 52 en kolenschoppen van handen. Ze zijn als de dood dat ze met die lichaamskenmerken later nooit meer een attractieve dame kunnen worden.'

In de kinderjaren van De Boer was nog geen sprake van kennis van, of openheid over transseksuele gevoelens. 'Ik sprak er als kind met niemand over. Ik weet nog precies dat op mijn dertiende de broek voor meisjes in de mode kwam. Ik heb mijn moeder gek gezeurd om z'n ding. Die broek heb ik nooit meer uitgetrokken.' De Boer kan zich voorstellen dat de buitenwacht pubers te jong acht voor zulke vergaande beslissingen. 'Maar als kind weet je zo zeker dat je verkeerd zit. Daar is geen twijfel over mogelijk. Ik gun het deze kinderen met heel mijn hart dat ze vroeg worden geholpen.'

Ook prof. Gooren is ervan overtuigd dat de pubers die zich melden terecht worden behandeld. Het gaat niet om een lichtzinnige ingreep bij meisjes die van een potje voetballen houden of jongens die wel eens met Barbie spelen.

'Het gaat om kinderen voor wie de puberteit een ontwrichtende gebeurtenis is. Om kinderen die langer zijn geobserveerd en waarvan de ouders goed op de hoogte zijn van de problemen. En gelukkig is de maatschappij opener dan dertig jaar geleden.'

In Nederland wordt het merendeel van de transseksuelen geholpen en begeleid in het VU-ziekenhuis. De psycholoog Peggy Cohen-Kettenis, hoogleraar Genderontwikkeling en psychopathologie in Utrecht, heeft zich als eerste en enige toegelegd op geslachtsproblemen bij kinderen. Zij beoordeelt welke kinderen voor behandeling in aanmerking komen. Dat zijn niet meer dan tien à vijftien jongeren per jaar. Ze worden uitvoerig onderzocht en ook met hun ouders wordt gesproken. Als alle behandelaars ervan overtuigd zijn dat het kind transseksueel is en de behandeling aankan, krijgt de jongere hormonen.

Volgens Cohen, 'heeft het geen zin de jongeren tot hun achttiende op sleeptouw te nemen in een psychotherapie en dan pas met behandelen te beginnen'. Als een jongere in het verkeerde lichaam zit, geen ongewenste extra sekse-kenmerken ontwikkelt en snel geopereerd wordt, zijn de sociale problemen op latere leeftijd kleiner, meent Cohen.

De Amsterdamse psychoanalytica Iki Halberstadt-Freud deelt dat optimisme niet. 'Voor een verkeerde ontwikkeling van de seksuele identiteit in de eerste twee levensjaren bestaan geen goede oplossingen. Mijn ervaring is dat mensen die niet geopereerd zijn, niet gelukkig zijn, maar die wel geopereerd zijn, evenmin.' Het fysieke resultaat van een operatie aan de geslachtsorganen is meestal evenmin geslaagd. 'Ik vind het nogal ver gaan om jonge mensen eerst kapot te maken om daarna te kijken of ze heel worden.'


Bron: Volkskrant, 9 januari 1999

Terug naar index