Transseksuelen staan de laatste tijd sterk in de belangstelling. Het parlement zal zich nog dit jaar spreken over een wetswijziging, waardoor in de geboorteakte verandering van geslacht kan worden opgenomen. Ook komen de transseksuelen zelf uit hun schulp. Een recente autobiografie van een "man" die vrouw werd verscheen bij Elsevier onder de titel "Ik Moniek... een vrouw."

Wat is transseksualiteit of transseksisme?

Een gemiddeld voorbeeld van deze zelden voorkomende geslachtsverwarring is Ank Lichtenauer, met wie Emmy van Overeem en gesprek had. "Iedere avond bad ik: `Lieve Heer, waarom ben ik geen meisje'."

Er zijn echter ook transseksuelen die niet heteroseksueel gericht zijn. Zo'n uitzondering is Moniek van Dommelen, lesbisch en vader van een kind. Zij is de auteur van het zojuist verschenen egodocument. "lk kan alleen maar zeggen dat ik van mijn lichaam walgde." Ria Bremer sprak met Moniek en met de seksuoloog Van Emden Boas.


Ank Lichtenauer: "Iedere avond bad ik: Liever Heer, waarom ben ik geen meisje..."

Haar handen strelend over de heupen onder de lichtgrijze rok: "Overal waar ik voel, word ik zachter. Het is zalig, alles is ronder geworden." Ze had me verteld dat ze vroeger niet naar zichzelf durfde kijken. Hoe voelt ze zich nu als ze voor de spiegel staat? "Prima. Tot hier tenminste." Haar rechterhand horizontaal bewegend voor haar taille geeft Ank Lichtenauer de grens van haar welbevinden aan. Onder haar middel is zij nog man. Eind van dit jaar zal ze hoogstwaarschijnlijk in Engeland geopereerd worden en met een "vagina" terugkeren. Inwendige vrouwelijke organen zal ze altijd blijven missen. Maar Ank Lichtenauer is al dolblij dat ze haar mannelijke buitenkant kwijtraakt. Volgend jaar, is deze vrouw die als man geboren werd, gedetransseksualiseerd, dat wil zeggen, dan past haar gevoel vrouw te zijn bij haar lichaam. De heer F. W. B. Lichtenauer (ik wil mijn oude voornaam nooit meer horen") is dan definitief mevrouw A. Lichtenauer geworden.

Een aantrekkelijke vrouw doet open. Hoog op de benen, chique grijs ensemble, donkerbruine ogen in een pittig gezicht. Ze heeft iets pikants. Als ik later naast haar in de auto zit, en tegen het licht van de lantaarnpaal haar silhouet zie dat een vleugje te krachtig is voor een vrouw, begrijp ik waardoor dat komt. De vrouw in mij voelt zich aangetrokken tot de mooie jongen in Ank en de man in mij is geraakt door de hypervrouwelijke charme die zij uitstraalt. Ank heeft haar flat gezellig ingericht. De toegang tot de huiskamer wordt wat bemoeilijkt door een sierlijk fluwelen gordijn dat halverwege is opgebonden. "Toen ik na jaren als man te hebben gewerkt in vrouwenkleren op kantoor kwam, zei mijn chef: `We hebben wel wat aan je gemerkt, hoor. Je kon soms zo typisch reageren, net als mijn vrouw soms doet. En je had het altijd over gordijnen.'

Homofiel, hebben buren en buurtgenoten gedacht. Toen Ank als F. W. B. Lichtenauer in de Bijlmer woonde, lachten de mensen op de galerij achter hun hand als die jongeman van nummer zoveel weer eens de ramen aan het zemen was of met plantjes sjouwde. Dat meneer Lichtenauer achter de stijf gesloten gordijnen 's avonds vrouwenkleren droeg en zich daar opgelucht bij voelde, wist niemand.

Als klein "jongetje" al wilde Ank een meisje zijn. Maar het duurde tot Sinterklaas 1950 voordat haar hartenwens werd vervuld.

De elfjarige kreeg een stel meisjeskleren. Voor de grap. Maar voor het kind was het bittere ernst: "Als ik meisjeskleren aantrok, was het alsof er een stalen plaat voor me werd weggeschoven. Ik werd helemaal rustig van binnen."

Ank werd geboren in Rotterdam, in 1939, als derde in een gezin met een meisje en drie jongens. "Mijn vader en moeder kunnen er niets aan doen, hoor, transseksualiteit is niet erfelijk. Het ligt ook niet aan de opvoeding. Je kunt het je zo voorstellen dat in de foetus mijn geest als vrouw geprogrammeerd werd en mijn lichaam als man."

De in aantal groeiende studies over transseksualiteit komen met verschillende hypothesen omtrent het ontstaan van de man-in-een vrouwenlichaam of de vrouw-in-een-mannenlichaam, zoals de transseksuelen zichzelf kenschetsen. Sommige deskundigen wijten transseksualiteit aan een psychische stoornis. Anderen wijzen op het nul komma nul resultaat van welke psyhotherapie ook -- zeggen dat het een kwestie is van afwijkingen in de chromosomen. Waar de oorzaak ook ligt en of de betrokkenen vanaf de vroegste jeugd heeft weten een ander te zijn dan zijn lichaam aangeeft of dat dit besef pas op latere leeftijd doorbrak, genderdvsforie betekent een lijdensweg: het nooit aflatende gevoel van ander geslacht te zijn dan je lichaam aangeeft, ontneemt alle blijheid aan je bestaan.

Het aantrekken van kleding die bij je gederidentiteit behoort, lucht de transseksueel op, maar is niet voldoende. De transseksuele vrouw of man wil dat ook haar/zijn lichaam zo goed mogelijk bij zijn of haar "echte" sekse wordt aangepast. Van man naar vrouw is dan gemakkelijker dan omgekeerd. Mannelijke geslachtsorganen kunnen worden weggenomen en uit overgebleven huid daarvan en met huid van de dijbenen kan een vagina worden geconstrueerd. Hormoonbehandelingen zorgen ervoor dat het lichaam door vetafzetting rondere vormen krijgt. Hormooninjecties bevorderen de borstgroei. Ank: "Je borsten gaan pijn doen als die groei begint. Ik heb zelfs maandenlang last gehad van melk." Van vrouw naar man betekent dat de borsten en inwendige vrouwelijke organen weggenomen worden. Maar een penis construeren gebeurt nog nergens ter wereld perfect. Wel kunnen de chirurgen ervoor zorgen dat de man geworden transseksueel voortaan staande kan plassen, zodat hij tenminste in dat opzicht zich niet van andere mannen onderscheidt. Hormoontherapie zorgt bij de vroegere vrouw voor baardgroei en lichaamsbeharing. Via hormonen en spraaklessen kunnen de transseksuelen hun stem verhogen of verlagen.

Ank Lichtenauer wilde als .,jongetje" van zes, zeven jaar altijd al met meisjes spelen. Bij vadertje en moedertje was hij moedertje. Als kleuter liep hij altijd achter mamma aan. Mocht hij in de keuken in een pan roeren, dan was hij gelukkig. Doen wat zijn moeder deed was meisje zijn

Anks moeder stierf toen het kind tien jaar was. Niemand wist nog wat er met hem aan de hand was. Hij praatte er niet meer over, wijs geworden door de afwijzende reacties als hij zei een meisje te zijn. Op school lag hij dwars, wilde niet leren. Werd met dertien jaar naar de LTS gestuurd om timmerman te worden. Had hij immers niet - toen hem gevraagd werd wat hij wilde worden (en dat was schoonheidspecialiste) - in het wilde weg geantwoord "bruggenbouwer"? Dat timmeren werd een mislukking. Dan maar naar de bakkersschool. Hij kwam in de kost bij een weduwe die toeliet dat hij in zijn vrije tijd in huis in meisjeskleren rondliep. Na drie jaar bakkerscursus kwam F.W.B. in de bakkerij te werken. Sinds 1954 wist hij wat er met hem aan de hand was. In een tijdschrift had hij gelezen over de transseksuele Amerikaanse piloot Christian Jorgensen die van man tot vrouw geworden was. Ank: "Voor het eerst in mijn leven wist ik dat ik op iemand leek. Mijn vader was anders en ik leek ook niet op mijn moeder. Maar deze man begreep ik. Ik wist precies wat het was. Iedere avond bad ik immers Lieve Heer, waarom ben ik geen meisje, waarom ben ik geen meisje. Ik masseerde mijn borsten om ze te laten groeien, zodat de mensen zouden zien dat ik een meisje was. 's Nachts droomde ik altijd dat ik een meisje was. En 's morgens altijd die ontgoocheling. Wéér dat jongenslijf."

Na de bakkerij moest F.W.B. in militaire dienst. Als kok gelukkig, dus viel het niet zo op dat hij anders was. Homofiel, dachten ze. "Ik hield ervan netjes de tafel te verzorgen, de spullen keurig bij te houden, het gezellig te maken voor zover dat kon. Dus ik functioneerde wel. Het ergste was dat ik in die diensttijd maar één keer vrouwenkleren aan heb kunnen doen. Dus ik miste de psychische ontspanning die me dat gaf, ik had het vaak benauwd, ik werd angstig, durfde niets meer. Bijvoorbeeld niet naar etalages van vrouwenzaken kijken of vrouwendingen kopen. Als je in de Rotterdamse Bijenkorf van de parkeergarage komt, moetje over de damesafdeling. Het zweet brak me dan uit. Ik was echt radeloos. Ik moest het verdringen, diep wegstoppen. Dan ging ik naar huis, pakte een rok uit de kast en smeet hem er weer in. Ik durfde niet meer, ik wist bij god niet wie ik was. Om te laten zien dat ik een man wou zijn, kocht ik een grote auto als statussymbool. Ik dacht maar steeds: Je bent toch een man, je moet iets bereiken in de maatschappij en met die kunsten ophouden. Dat heeft me kapot gemaakt." Wonend in Amsterdam liet Lichtenauer zich verwijzen naar het C.O.C. door een psychiater die de diagnose "homofiel" stelde. "Met tranen kwam ik terug. Ik paste er niet, ik was een vrouw." In 1968 wilden ze in het Wilhelminagasthuis een chromosomenonderzoek bij me doen, maar ik heb geweigerd. Ik was zó onzeker geworden. Stel je voor dat ze me ook nog het idee dat ik vrouw was af zouden nemen. Ik was helemaal dichtgeklapt.

"Tussen mijn dertigste en achtendertigste heb ik min of meer stil gestaan. Praatte er met niemand over, hield alle contacten oppervlakkig. Ik kreeg er een tic van. Las veel over transseksualiteit en deed overdag mijn werk op kantoor. Had geen echte vrienden. Ik was altijd moe. zoveel energie kostte het om in het verkeerde lijf te leven."

Intussen werd F. W. B. steeds nerveuzer en groeide de haat jegens haar lichaam. Ze dronk steeds meer alcohol. Ziende dat het naar een climax toeging, besloot ze een eind te maken aan de onzekerheid. Ze verhuisde naar een dorp in Zuid-Holland, om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Via een begrijpende huisarts kwam zij bij de Genderstichting terecht: "Op 22 december 1978 ging de bal aan het rollen." Gesprekken met psycholoog en maatschappelijk werkster, onderzoeken in het ziekenhuis naar bloed, lichaamsopbouw, beharing, chromosomen volgden." Op 21 maart 1979 ben ik gestart met de hormoonbehandeling en dus met vrouwzijn."

"De transformatie van een mannen- naar een vrouwenlichaam is moeizaam. In bed had ik het soms ineens loeiwarm en dan weer rillend koud. Mijn borsten doen vaak pijn en psychisch voel ik me nog onzeker, labiel. Ik huil veel. Dat begrijp ik wel, ik maak als het ware mijn puberteit als meisje door. Die hele hormonale verandering is zeer ingrijpend. Ik viel van 76 kilo af tot 62 kilo (sommige transseksuelen worden dikker). Je potentie vermindert, er viel een bepaalde spanning van me af, ik hoef mezelf niet meer te bevredigen."

Ank Lichtenauer maakt er in haar omgeving geen geheim van dat ze bezig is zichzelf te transformeren. In de flat stelde ze de bewonerscommissie op de hoogte die haar als jongeman had zien komen. "De volgende dag kwamen ze met een bos bloemen. Andere buren zeiden: We bewonderen u. Maar ik zei: Dat hoeft niet, als u me maar blijft groeten."

Psychisch voelt Ank zich ook veranderd: "Ik ben zorgzamer geworden, kan minder goed sjouwen (mijn spierkracht is verminderd) en ik ben attenter geworden op details. Ik zie meer kleine dingen in de natuur, in de stad, zoals schaduweffecten en kleuren."

In december gaat ze waarschijnlijk naar een Engels ziekenhuis. In Nederland worden alleen in de Amsterdamse Dijsselhofkliniek transseksuelen geopereerd, tien per jaar. De achterstand bedraagt twintig à dertig. Ank: "En zolang kan ik niet meer wachten, dat houd ik niet uit." Er gaat een Nederlandse chirurg naar toe om de Engelse chirurg te vragen en te wijzen hoe hij hij haar een clitoris moet aanleggen. "Dat doen ze in Engeland nog niet. Hier wel, hier maken de chirurgen van een zenuwuiteinde een 'clitoris'. Ook blijft er van de penis een heel klein gevoelig topje over. Dat doen ze in Engeland ook wel."

De operatie is zwaar. In het zojuist verschenen boek Ik Moniek... een vrouw (Elsevier) vertelt de gedetransseksualiseerde Moniek van Dommelen dat zij meer dan een halfjaar met een rubber klos in haar nieuwe vagina moest leven om te voorkomen dat deze zou dichtgroeien. Ank: "Dat hoeft nu nog maar twee maanden." Ze heeft groot vertrouwen dat ze er goed doorheen komt: "Ik heb er mijn hele leven naar verlangd. Nu het eindelijk zover is, zul je mij niet horen klagen."

Waarom worden er in eigen land zo weinig detransseksualisatie-operaties verricht? Ank: "Omdat er bij directies en verpleegkundige staven nog veel weerstand is. Soms wil de chirurg wel, maar stelt de directie geen bed beschikbaar. Als er drie ziekenhuizen zouden zijn die ons zouden willen helpen, hoefden we niet naar Engeland of Singapore. Het is schandalig dat er zo met ons gesjoemeld wordt."

Meneer Lichtenauer ziet er bijna uit als mevrouw Lichtenauer. De overtollige haargroei is echter nog een zwaar kruis. "Het duurt twee jaar voordat alle haarzakjes zijn dichtgeschroeid. De behandeling - twee keer per week - is erg pijnlijk. En duur." Ank vecht er voor om de ziekenfondsen zover te krijgen dat ze de noodzaak van epilatie - elektrisch verwijderen van de gezichtsharen - bij transseksuelen erkennen en subsidiëren. Door het middel Androcur - een soort chemische castratie -vermindert de baardgroei. Het doet nog meer: "Je zou kunnen zeggen dat het mannelijk lustverlangen wegebt. Maar doordat ik Lynoral krijg - oestrogeenhormonen - ontstaat er een vrouwelijk seksueel bewustzijn."

Ank: Ik hoop nog eens ooit een relatie op te kunnen bouwen. Als ik straks één mens ben in plaats van twee in een lijf, en mijn gevoelsleven in evenwicht is gekomen met mijn nieuwe lichaam. zal ik gelukkig zijn.

Ze brengt me naar mijn auto. Haar eigen straat is opgebroken. Moeizaam maar elegant stapt ze hooggehakt over stenen en door het zand terwijl ik op mijn platte schoenen gemakkelijk mijn weg zoek. Ank Lichtenauer heeft, zegt ze; een dure smaak. "Ook toen ik me nog als man moest voordoen, kocht ik al mooie kleren. Ik heb altijd een goeie smaak gehad. Ik wou dat transseksuelen de eerste jaren belasting terug kregen voor de nieuwe kleding die we moeten aanschaffen." Mevrouw Lichtenauer is watje noemt hvpervrouwelijk. Van feminisme en de daarin gepreekte ontwikkeling in de vrouw van mannelijke kwaliteiten moet ze niets hebben: "Daar heb ik genoeg van gehad. Ajuu paraplu. Ik wil mooi zijn." Terwijl we op een nieuw aangelegd asfalt stappen en zij haar grijze schoentjes schoonveegt, zeg ik: "Je bent dus gedoemd tot elegance." Haar antwoord: "Dat is beter dan transseksueel."


Moniek van Dommelen: "Ik walgde van mijn man-zijn"

We beginnen allebei nogal onzeker bij dat eerste gesprek. Zij, omdat het proces dat ze heeft doorgemaakt nog zo vers in lichaam en geest aanwezig is en nauwelijks verwerkt. Ik, omdat ik over transseksisme alleen maar heb gelezen, wetenschappelijk en populair. Plus een gesprek met de seksuoloog Van Emde Boas. Meer niet.

Het "met mevrouw Van Dommelen" had door de telefoon misschien wel wat donker geklonken, maar wat moest ik me daarbij voorstellen.

Ze heeft een boek geschreven "Ik Moniek... een vrouw", een verzameling dagboekaantekeningen verwerkt tot een verhaal van een 46 jarige vrouw, die ruim veertig jaar man was, gehuwd, een dochter, afgestudeerd rechten, gescheiden en toen omgebouwd werd van man tot vrouw. .,Een geconstitutioneerde transseksist" noemde de Amsterdamse Van Emde Boas haar, want er is geen twijfel. Moniek was geboren als Wilhelmus Cornelis Maria uit een ongetrouwde moeder en kreeg later de naam van zijn pleegouders. Wim Mes Maar ze zegt dat ze in een voor haar vreemd lichaam is geboren. De burgerlijke stand zegt nu man.

De man zelf zegt vrouw. "Ik ben ervan overtuigd dat je in dit soort gevallen te maken hebt met een subtiele vorm van organische intersekse," zegt Van Emde Boas. Moniek zegt: "Ik heb geen idee hoe het komt. Ik kan wel allerlei ervaringen in mijn jeugd, mijn opvoeding, pleegouders, jongenstehuizen. en gebrek aan liefde opnoemen die psychiaters en psychologen mij in de loop der jaren als mogelijke oorzaak hebben genoemd. Ik kan alleen maar zeggen, dat ik mijn man-zijn verafschuwde, van miin lichaam walgde, of zoals ik in het boek schrijf: "Ongeveer op mijn vijftiende kwam ik in de puberteit. Op mijn lijf begonnen overal donkere haartjes te groeien die iedereen kon zien... Ik had altijd gedacht dat het mij niet zou gebeuren. Ik begon mijn lijf te verafschuwen en deed pogingen de haren te verwijderen. Met een schaartje knipte ik ze één voor één af, maar dat hielp niets. ze groeiden gewoon weer aan. Bij de drogist kocht ik van mijn zakgeld een ontharingsmiddel. De pasta rook vreselijk en veroorzaakte rauwe rode plekken op mijn benen. maar helpen deed het evenmin. Tenslotte gaf ik de hopeloze strijd op. De nacht van mijn zestiende verjaardag heb ik vreselijk gehuild. Ouder worden hield in dat ik tegelijkertijd mannelijker zou worden. ...ik kon er met niemand over praten en besloot er maar beste van te maken..."

Moniek is niet alleen transseksueel maar ook lesbisch, woont samen met een onderwijzeres van de hoogste klassen van het basisonderwijs. Ze werkt als juriste bij Rijkswaterstaat en wil praten. Onder haar eis naam, met een foto van vroeger en nu. Men mag haar verhaal weten. men mag haar kennen.

"Ik heb het gevoel dat het transseksuele proces in mijn leven vreselijk belangrijk is geweest en dat ik daar iets mee moet en kan doen. Ik hoop dat het boek en dit verhaal dat 'iets' is... Dan ben ik eerder eigen behoorlijk kwaad, agressief... en dat wil ik ook naar buiten, brengen. Ik vind de manier waarop de maatschappij met transseksisme omgaat behoorlijk kloterig."

Dit was het begin van een gesprek dat uren zou gaan duren. Moniek blijkt een aardige, charmant geklede vrouw. Sportief gekapt, weinig opgemaakt. Mooie handen. gaaf lakte nagels en alleen rond haar mond  en kin zie ik iets wat ik begrijp maar wat voor een buitenstaander gewoon een slechte huid zal zijn. De baardgroei is nu, na jarenlang pijnlijk elektrisch epileren en door zware anti-mannelijke hormoonpreparaten, vrijwel nihil. Sinds enige tijd behoeft Moniek zich niet meer te scheren en wordt de haargroei over haar lichaam minderen lichter van kleur.

Moniek is agressief. Niet tegen mij tijdens ons gesprek. Toen was ze eigenlijk alleen maar emotioneel. Vragen over haar nu veertienjarige dochtertje, over haar vrienden en kennissen van vroeger toen ze nog man was, over de reacties van het publiek toen ze er nog niet uitzag zoals nu, over de moeilijkheden om aan werk te komen en over alle gesprekken en operaties voor het eindelijk zover was, beïnvloeden het gesprek. Dan huilt ze, heel zacht zonder veel tranen, maar vreselijk intens. Ze heeft wat afgehuild in haar leven. Transseksuelen worden uitgekotst en wanneer men bereid is om iets milder te denken dan komt er al heel gauw het "niet begrijpen". Want zolang er niet wetenschappelijk is aangetoond, dat het hier gaat om iets wat "te bewijzen" valt, blijven de twijfels. Sommigen noemen transseksisme perverse homofilie. Weer anderen zeggen dat goede therapeutische hulp hen wel weer "normaal" zal maken. Maar de mensen die transseksisten begeleiden weten wel heter. Natuurlijk, er blijven grensgevallen waarbij therapeutische hulp wel kan helpen. Bijvoorbeeld bij homofielen die hun geaardheid niet kunnen accepteren en op deze manier een uitweg zoeken, maar de "constitutionele transseksist" kan alleen maar medisch en juridisch geholpen worden. Anders gaat het mis. Erg mis...

Van Emde Boas heeft honderden transseksisten gesproken, begeleid en doorverwezen naar een chirurg. Een begeleiding die bij hem zo'n vier jaar duurt. "Het enige kenmerk wat ik redelijk vind om met zo'n man of vrouw door te gaan na de eerste gesprekken is de authenticiteit van de zelfdiagnose. Iemand die zegt, ik voel me man in een vrouwenlichaam of vrouw in een mannenlichaam, dat is een subjectieve ervaring, die even oncontroleerbaar klinkt als "ik geloof aan God', maar op een gegeven ogenblik kun je toch de authenticiteit proeven."

Van Emde Boas kwam in Nederland in 1954 voor het eerst in aanraking met het ombouwen van man tot vrouw. In die tijd een hachelijke zaak waar het medisch tuchtrecht en ook justitie bovenop zaten. Toch ging hij door met een klein groepje "hulpverleners". Nu zou iedere plastisch chirurg de ingreep kunnen doen. Universitaire ziekenhuizen zijn voor de operaties meestal het geschiktst. Maar niet iedereen wil meewerken. We zijn wel tolerant maar hier kan niet iedereen begrip voor opbrengen. Het is niet meer zo erg als de hoogleraar die zo'n vijftien jaar geleden zei: "Als ik zo iemand in mijn spreekkamer krijg, trap ik hem er zo weer uit..." of de geneesheer-directeur van een ziekenhuis, die een transseksist vlak voor de operatie uit de operatiezaal liet halen... Maar de opmerkingen die Moniek naar haar hoofd geslingerd krijgt zijn ook niet mis.

"Ik herinner me de eerste keer dat ik als vrouw op straat liep. De wind speelde door mijn haren, waarschijnlijk was mijn kruintje duidelijk zichtbaar. Op weg naar de tramhalte. Mensen stootten elkaar aan. Opgeschoten jongens en meisjes kwamen voor me staan, keken me strak aan en begonnen te lachten. "Een vent of een wijf..." Als iemand me in het begin vroeg hoe laat het was, gaf ik antwoord. Dan werd er gelachen en ik begreep dat ik er ingelopen was. Mijn stem was die van een man..."

Over het aantal transseksuelen bestaan alleen maar gissingen omdat er op geen enkele manier is geregistreerd. De Amsterdamse internist L. J. G. Gooren spreekt in het voorwoord van het boek van Moniek over één op de veertigduizend mannen en de verhouding ten opzichte van vrouwen noemt hij tweeëneenhalf staat tot één. Het eerste cijfer, de veertigduizend, wordt door Van Emde Boas aan de hoge kant genoemd. Wel meent hij dat het aantal transsekuelen dat bij een wetswijziging naar boven komt een mogelijkheid kan zijn om statistisch onderzoek te doen. Dat wetsontwerp zou nog dit jaar in de ministerraad ter sprake komen waardoor de geboorteakte van de transseksueel gewijzigd kan worden. De wetswijziging is voorbereid door een commissie van de gezondheidsraad waarin Van Emde Boas zitting heeft.

Wim Mes voelde zich vrouw en wist daar geen raad mee, ging toch maar door als man... ging op zoek naar een vrouw. Hij vond er één op dansles en er ontwikkelde zich een relatie die uitmondde in een huwelijk waartegen Wim door een innerlijke stem zich steeds gewaarschuwd voelde. Maar hij ging door. Handelingen als man vond hij vreselijk. Toch wist hij zijn vrouw uiteindelijk zwanger te maken en in september van hun tweede huwelijksjaar kregen ze een dochter. Maar het bleef allemaal seksueel zeer problematisch en Wim vroeg zich af of, wanneer het met een vrouw zo moeilijk ging, een man misschien beter zou zijn. Er ontstonden homofiele contacten die thuis uiteindelijk niet meer konden worden geaccepteerd. De huisarts raadde aan een psychiater te zoeken maar het huwelijk was niet meer te redden. Toen hun dochtertje zeven was werd de scheiding uitgesproken. Wim was ook geen homofiele man. Steeds meer realiseerde hij zich dat er iets anders was. Het werd duidelijk. "Ik ben geen man... dat gevoel liet zich niet meer wegdrukken. Ik moest eruit. Weg uit dat lichaam.

"Ik maakte een afspraak met een psycholoog en vertelde hem een lang verhaal over mijn leven. Ik ben vrouw, zei ik tegen hem, help me. Zijn antwoord was even eenvoudig als geruststellend; ja. Er volgden nog meer gesprekken en na enige tijd zond hij me door naar een endocrinoloog. Het was de eerste stap op de weg naar het lichaam waar ik thuis hoor, het lichaam van een vrouw." We praten over de lange lijdensweg. Een doos met oude foto's wordt tevoorschijn gehaald. Het praten heeft alles weer zo dichtbij gebracht. De foto's waren jarenlang weggestopt geweest, net als de gedachte aan haar dochtertje die hij op vele foto's stralend in zijn armen houdt.

"Ik probeer de gedachte aan haar te verdringen. Ze is net veertien geworden, ik heb geen contact met haar omdat mijn ex-vrouw haar niets over het proces wilde vertellen. Ik begrijp dat wel, maar dat ik als vader, waarmee ze een heel hechte band had, zomaar verdwijn, zal ook een moeilijk te verwerken zaak zijn. Misschien gaat ze wel zoeken, misschien krijgen we een kans wanneer ze het geestelijk aankan de zaak uit te praten. Nu zou ik wel eens stiekem op de hoek van de straat naar haar willen kijken, maar ze woont ver weg... te ver..."

Na jarenlange strijd eindelijk de toestemming voor de twee operaties. Eerst een castratie en later de definitieve bevestiging, penis en testikels waren weg, een vagina gecreëerd. Daarin een clitoris van de zenuwuiteinden van de eikel waardoor het krijgen van een orgasme tot de mogelijkheden behoort.

De kaartjes met de nieuwe naam werden verstuurd. De reacties waren niet bemoedigend. Veel van de oude vrienden en kennissen waren afgevallen. Wilhelmus Cornelis Marie werd Moniek Talitha Marie. Later veranderde de achternaam. Mes, de naam van haar pleegouders. werd Van Dommelen, de naam van haar biologische moeder.

Een transseksuele man kan lichamelijk heel goed een vrouw worden. Een transseksuele vrouw is wat de uiterlijke lichamelijke kenmerken betreft als man minder goed bedeeld. Een penis blijft ontbreken. Van Emde Boas: "Ik formuleer het altijd zo. De transseksueel heeft al zijn energie ingezet om de statusverandering er door te krijgen. Over het algemeen zijn mannelijke transseksuelen betrekkelijk a-seksueel. Als ze het proces eenmaal doorgemaakt hebben dan vinden ze het al lang mooi dat ze hun partner als vrouw een kunstmatige vagina kunnen aanbieden. Een tot man getransformeerde is in dezelfde positie als de man die geen erectie kan krijgen en de coïtus niet kan uitvoeren, maar in de eerste plaats heeft hij zijn handen en wat ik ontzettend belangrijk vind; hij is vrouw geweest en weet precies wat de ander prettig vindt. Seks is in de eerste plaats relatie."

Dit is ook voor Moniek het belangrijkste. Als transseksuele man en nu lesbische vrouw behoort ze binnen deze groep tot een minderheid. De Vaal noemde in een publikatie onlangs een procent op de tweehonderd transseksuelen.

Ze walgt van mannen, maar geeft toe dat zij, als vrouw nog niet zoveel kans heeft gehad om ze goed te leren kennen als een vrouw die 46 jaar vrouw is geweest. Haar afschuw van mannen is zo groot dat ze wel eens bang is door te slaan maar "dat probeer ik zo goed mogelijk in de gaten te houden. Het kan invloed hebben op mijn functioneren. Ik wil wel duidelijk maken dat ik een vrouw ben en mij als vrouw niet ondergeschikt wens te maken aan allerlei mannelijke toestanden."

Draagt ze nog wel eens een lange broek? "In het begin van het proces van sociaal-maatschappelijke rolverandering droeg ik geen pantalons. Ik had er nog veel te veel in de kast hangen. Nu is het zo dat wanneer ik het weer eens moeilijk heb gehad door vervelende reacties uit mijn omgeving mijn eerste reactie is: ik doe een broek aan. Niet om te provoceren, maar voor mijzelf. Voor de zekerheid..."

We stoppen. Monieks vriendin heeft een vegetarische maaltijd klaargemaakt. "Het boek `Ik Moniek... een vrouw' komt uit in de maanmaand, beginnend op 7 oktober en de eerste veertien dagen daarna. De krachten nemen dan toe. Een verklaring waarom ik het graag dan naar de winkels wil hebben en ook omdat de maanmaand op 9 oktober met nieuwe maan precies begint op mijn Jupiter-positie in het negende huis. En dat is iets heel bijzonders..."


Bron: Elseviers Magazine, 18 oktober 1980
Door: Emmy van Overveem en Ria Bremer

Terug naar index