Nicky is een vlot kind van elf jaar. De slaapkamer hangt vol met Mariah Carey-posters, er slingeren pruikjes en barbiepoppen rond en er liggen make-up spulletjes in een laatje. Niks vreemds, alleen is Nicky een jongen.

Nicky is, zoals je dat noemt, een genderdysfoor kind. Hij speelt met meisjesspullen, draagt liever meisjeskleren en praat over meisjesdingen. Sterker nog, hij wil meisje zijn. Dat weet Nicky al jaren en toch is hij pas elf jaar.-Er is alleen één groot probleem. Binnenkort komt de onvermijdelijke puberteit eraan. Als Nicky niks doet, krijgt hij de baard in de keel en gaan er stoppeltjes op z'n kin groeien. Iets wat Nicky absoluut niet wil.

Speciaal voor kinderen zoals Nicky is er een methode die de puberteit af kan remmen. Een must voor veel genderdysfore kinderen, want de kenmerken van de puberteit worden door hen als erg pijnlijk ervaren. Het zijn namelijk kenmerken van een geslacht waarvan ze niet voelen dat ze daartoe behoren. In Nederland wordt de methode al tien jaar met succes gegeven. Engeland volgt het Nederlands voorbeeld sinds een aantal jaren en daar behaalt men ook goede resultaten. Maar in de rest van de wereld is de puberteitsremmende methode nog nergens beleid. Toch zijn er steeds meer landen die het voorbeeld van de praktijk van psycholoog en hoogleraar genderontwikkeling Peggy Cohen-Kettenis willen navolgen.

Zij bekijkt in het Academisch Ziekenhuis van Utrecht of een kind wel of niet aan de methode toe is. "Als ik geen meisje mag worden, doe ik het zelf wel', zegt Nicky. Hij is erg stellig in zijn verlangen, maar vraagt toch: "Als jij mij ziet, zie je dan een jongen of een meisje?'. Een paar weken geleden heeft Nicky een spreekbeurt op school gegeven over genderdysforie. Sindsdien wordt hij iets minder geplaagd, omdat klasgenootjes nu weten wat er met hem aan de hand is. "Sinds die spreekbeurt durf ik ook als meisje naar school. Daarvoor had ik altijd jongenskleren aan naar school en als ik thuis was deed ik jurkjes aan en zette ik pruikjes op. Alle jongens speelden vroeger altijd dat ze agent of soldaatje waren. Dan zat ik daar met een roodkapje-pakje aan.' Zo greep Nicky nog wel meer gelegenheden aan, zoals carnaval, om zich voor te doen als meisje. Nu durft hij zich ook op een doordeweekse dag als meisje voor te doen. "Vandaag had ik ook voor het eerst nagellak op naar school.'

Nicky's gedrag vertoont al vanaf zijn vierde meer kenmerken van het vrouwelijke geslacht dan van het mannelijke. "Treintjes, autootjes en ander jongensspeelgoed gooide Nicky altijd weg', vertelt zijn moeder. Toch weten Nicky's ouders nog maar kort wat er met hem aan de hand is. Twee jaar geleden zagen ze een tv-programma waarin een genderdysfore kind werd geïnterviewd. Nicky's moeder: "We wisten altijd al dat Nicky anders was dan andere kinderen, maar we wisten niet precies wat er aan de hand was. Dat kind in dat programma was zo herkenbaar voor ons dat we meteen dachten: 'Dat heeft Nicky ook'.'

Ten tijde van het tv-programma was er veel media-aandacht voor genderdysfore kinderen. Er werden destijds Kamervragen gesteld over de puberteitsremmers, met name over de wenselijkheid om die bij kinderen vanaf dertien jaar toe te dienen. Cohen: "In die tijd was er een korte discussie. De methode is compleet omkeerbaar. Als een kind weet dat hij niet van geslacht wil veranderen, stopt de behandeling en gaat de puberteit gewoon weer verder.' Nog steeds is de methode niet helemaal onomstreden. De Heerlense psychiater Joost à Campo waarschuwt er in zijn nog te verschijnen proefschrift bijvoorbeeld voor dat schizofrene kinderen ook vaak het verlangen krijgen om van geslacht te veranderen. En dat ze dus ten onrechte met de puberteitsremmers zouden kunnen beginnen. Hij zegt ook dat je van een kind van dertien nog niet kan zeggen of het überhaupt schizofreen is. Maar tot dusver zijn er nog geen kinderen die spijt hadden van de behandeling. Cohen-Kettenis: "De ervaring leert dat we pre-schizofrene kinderen er altijd uit kunnen pikken. Een kind dat al vanaf extreem jonge leeftijd genderdysfoor gedrag vertoont, lijkt absoluut niet op een kind dat het gedrag laat zien als onderdeel van een zich ontwikkelende schizofrenie.'

Als het kind zestien jaar is, kan hij of zij overstappen op een hormoonbehandeling. Deze behandeling is in feite het begin van de echte overgang naar het andere geslacht, maar is ook nog gedeeltelijk omkeerbaar.

Niet elk genderdysfoor kind blijkt later transseksueel te zijn. Ongeveer een kwart blijkt heteroseksueel, zeventig procent homoseksueel en vijf procent transseksueel. De puberteitsremmers geven het kind de mogelijkheid om langer na te denken welke optie de meest waarschijnlijke is. Cohen: "De behandeling heeft mogelijk ook invloed op de geestelijke ontwikkeling van het kind, maar dat is nog niet onderzocht. Toch staat het in schril contrast met de geestelijke gevolgen die het niet geven van de behandeling kan hebben.'

Nicky en zijn ouders zijn sinds kort aangesloten bij een werkgroep waar ze onder andere over de puberteitsremmers worden ingelicht. Ze zijn er nog niet uit of Nicky ook echt met de behandeling begint, hoewel hij het zelf graag wil. Nicky's moeder: "Als Nicky grote problemen krijgt omdat hij jongen is, moeten we hem steunen in zijn verlangen. Nu is hij redelijk gelukkig, maar we weten in ieder geval dat de methode bestaat." Nicky's vader voegt daar aan toe: "Ik ben in ieder geval blij dat we in een land leven waar deze behandeling bestaat."

Ouders van genderdysfore kinderen kunnen contact opnemen met werkgroep Berdache, 030-2717035.


Bron: De Limburger, 28 november 2001
Door: Niels Guns

Terug naar index