Op de ene muur hangt een poster met stoere Indianenkoppen. Naast het bed staat een soldatenkist met verkleedspullen van militaire snit, in de kast staan tanks en action men. Recht ertegenover, naast het andere bed, overheerst het roze: Barbies, posters van Britney Spears en The Kelly Family. Toch is dit de kamer van een eeneiige tweeling.

Tommie (7) is een meisje in hart en ziel. Lichamelijk is hij een jongen. Zijn broer is een echte kerel en loopt de hele dag te knallen en te schieten. Tommie laat zijn glimmende roze jurk zien. Hij is al even trots op zijn badpakken en zijn rode pumps, die hij op zijn vierde verjaardag van een vriendin van zijn moeder kreeg. "Vreselijk, dat getik op de vloer'', grinnikt zijn vader. Frans en Petra Grein wonen in Weert, recht tegenover de katholieke basisschool van Tommie en zijn broer. Ze hebben nog twee grote jongens. De ouders weten 'het' al sinds de peutertijd van de tweeling. Frans wiebelt met zijn handen: "Zo liep hij, en hij speelde alleen met meisjesspeelgoed.'' Alleen de naam van Tommie verraadt zijn geslacht. Zijn gezicht gaat schuil achter lange blonde lokken. Maar hij weet precies over wie het gaat: over hem, Tommie, meisje. Soms vult hij het verhaal van zijn ouders aan, en als het hem te lang duurt gaat hij acrobatieken-volgend jaar wil hij op turnen. Zijn broer voetbalt, net als de andere jongens. Als de meeste eeneiige tweelingen heeft Tom een warme band met zijn broer. Logeert de een bij oma, dan belt-ie vier keer per dag met de ander. Maar dat meisjesgedoe, daar schaamt Toms broer zich een beetje voor.

Er bestaat een woord voor kinderen als Tommie: genderdysforie. Dysforie komt van dysphoria: ziekelijke rusteloosheid, een gevoel van onbehagen. Dat lijkt 'erger' dan het stoere meisje dat dolgraag op voetbal wil of de jongen die liever met meisjes omgaat. Misschien komt dat door het uitgesproken gedrag van 'genderdysfore' kinderen. Ze willen er geen twijfel over laten bestaan, lijkt het. Els Schijf, coördinator van de zelfhulpgroep voor ouders, Berdache: "Alle genderdysfore jongens hebben Barbies.'' 'Het' komt niet doordat de moeder zo graag een jongetje wilde of juist een meisje, of omdat het jonge kind een oudere broer of zus na wil doen, zegt Schijf. Genderdysforie zit dieper, en komt ogenschijnlijk uit het niets te voorschijn. Uit de hersenen, zeggen neurofysiologen, waar rond het vierde jaar de mannelijke 'seksdimorfe' kern zich definitief onderscheidt van de vrouwelijke kern. De meeste genderdysfore en transseksuele mensen beginnen zich dan 'anders' te voelen. Tom logenstraft de wetenschap: bij hem begon het eerder. Op de crèche hulde hij zich al in een bloemetjesjurk. Petra: "Als ik hem afhaalde, wilde hij die niet meer uittrekken. Liefst trok hij zijn onderbroeken achterstevoren aan zodat de gulp niet te zien was.'' Thuis werden de oudste kinderen soms gek van al dat 'truttige' gedoe. "Als ze een opmerking maakten als 'Tom doe normaal, je bent geen meisje', liep hij stampend de trap op, gilde 'ik ben wél een meisje' en smeet de deur achter zich dicht. Dan ging de kamer overhoop.'' Zijn ouders waren eerder verbaasd dan bezorgd. De familie zei: dat gaat wel weer over, hij doet gewoon Petra na -terwijl zij meer in spijkerbroeken dan jurken loopt.

Toen Tom steeds vaker in een jurk rondliep, namen ze hem tegen zichzelf in bescherming. Ze stelden regels in: voortaan mocht hij alleen binnen een jurk dragen. Petra: "We vonden die regels op dat moment het beste wat we konden doen. Maar Tom wilde steeds verder, hij had op ieder probleem een oplossing. 'Als ik gepest word zeg ik: kijk maar naar jezelf', zei hij. Hij was ons steeds een stap voor.''

En van die regels begreep hij niets. 'Waarom mogen andere meisjes wel in een jurk naar school, mag dat dan wel van de directeur?' Hij werd er ongelukkig van, zat de hele dag op zijn kamer. Petra: "We hoorden steeds vaker dat zijn piemel eraf moest, 's morgens zei hij: ik droomde dat ik geen piemel meer had maar een sneetje en als ik later groot ben krijg ik dan een baby in mijn buik? Als we hem dan uitlegden dat dat niet kon wilde hij ons niet aanhoren.''

Zijn ouders bespraken het probleem met de meester, die hun kon vertellen over Berdache. In de kring deden Toms klasgenoten er niet moeilijk over. 'Wat zielig voor Tom', zei een kind. De ouders legden folders neer voor de andere ouders. Inmiddels hadden ze begrepen dat ze niet de enigen waren, en dat was ook voor Tom een openbaring. Via Berdache kwamen ze terecht bij Peggy Cohen, hoogleraar en klinisch psycholoog in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht. Vele testen en lijsten later bleek er inderdaad sprake te zijn van genderdysforie. Tommie kreeg speltherapie in het AZU, waarbij hij leerde dat de grenzen tussen de meisjes- en de jongenswereld niet zo scherp hoeven te liggen.

Het lijkt allemaal zo zwaar: zo'n duur woord voor Tommie's gedrag, testen, therapie, zelfhulpgroep. Wordt hier niet eerder een probleem gemaakt door professoren, hulpverleners en ouders? "Als de sociale contacten goed zijn, waar zou je je dan druk over maken'', geeft Els Schijf van Berdache toe. Maar voor kinderen als Tommy of haar eigen zoon, ook groot Barbie-liefhebber, moet wel iets extra's gebeuren, vindt ze. "Ze wijken nu eenmaal af. Ze zijn kwetsbaar, makkelijk te plagen.'' Voor haar zoon van negen heeft Schijf een scheldwoordenboek aangeschaft, want zijn vocabulaire was niet opgewassen tegen de vijandigheden op straat. "Aan tafel doen we vaak een rollenspel, dan ben ik een kind dat hem uitscheldt voor 'vuile flikker' of iets dergelijks, en hij blaft terug. Dat is bevrijdend'', zegt Schijf. Tom is één keer uitgescholden, en daar was hij erg overstuur van, vertelt zijn moeder. Toch vallen de reacties op school en in de buurt reuze mee. Petra: "Ik zie hem niet als mijn dochter, maar ook niet als mijn zoon. Het is wel verwarrend. Vooral als hij zich 's avonds uitkleedt, dan zie ik dat piemeltje en denk ik: o ja.''

"De regels van toen zijn vervaagd, omdat we ons vaker afvragen: waarom zou hij niet een jurk aan op straat? We zijn tegenwoordig meer open naar de buitenwereld.'' Toms ouders hebben meer respect gekregen voor mensen die zich 'anders' gedragen, respect dat is afgedwongen door hun eigen zoon. "Begrijpt u dat ik trots ben op Tom?'' vraagt Frans.

Ook Tom is tevreden, zijn plasser mag blijven zitten. Op school draagt hij 'sekse-neutrale', niet-stoere broeken. Thuis gaat meteen de jurk weer aan. De buurt is het gewend en de familie weet niet beter, zegt Petra. Frans citeert zijn vader, de opa van Tom: "Als dat jong zo wíl zijn, dan mág-ie zo zijn.''

Info: Berdache: 030-2717035 of kinderen@wgtrans.nl


Bron: Trouw, 9 augustus 2000
Door: Henriëtte Lakmaker

Terug naar index