| |

Yolanda Smith promoveert op Gender Identity Disorder
De medische wetenschap staat tegenwoordig voor niets. Een man kan zich
om laten bouwen tot vrouw en andersom. Op voorwaarde dat hij of zij dat
heel graag wil natuurlijk. Maar is het eigenlijk wel ethisch verantwoord?
Volwassenen mogen dat wellicht zelf bepalen. Maar wat doen we als een kind
met een dergelijk verzoek komt? En in hoeverre kan een wens tot
geslachtsverandering het gevolg zijn van een psychisch probleem?
Transseksualiteit, in de medische handboeken ook wel Gender Identity
Disorder genoemd, veroorzaakt psychisch lijden en niet andersom, stelt
Yolanda Smith, als psychologe verbonden aan het Universitair Medisch
Centrum Utrecht. Met haar promotieonderzoek hoopt ze bij te dragen aan de
discussie over de ethiek van een geslachtsaanpassende behandeling. Smith:
De vraag is of je een ingrijpende en onomkeerbare wens tot
geslachtsverandering wel mag honoreren. En die vraag wordt alleen nog maar
prangender in de wetenschap dat die wens zich in heel veel gevallen al in
de vroege kindertijd openbaart. Want kinderen zijn nog niet volwassen in
hun denkwereld, en de keuze om toe te treden tot het andere geslacht zou
wel eens een te zware kunnen zijn om over te laten aan iemand wiens
genderidentiteit nog in ontwikkeling is.
Zorgvuldig
Smith onderzocht 345 aanvragers van een geslachtsaanpassende
behandeling. Hiervan werden er 232 toegelaten tot de behandeling. Bijna
200 voltooiden de behandeling, waarvan er 20 adolescenten waren. De
kernvraag van het onderzoek was of de behandeling effectief is gebleken
voor deze transseksuelen. Het is niet zo dat je met een wens tot
geslachtsverandering direct geopereerd kan worden. Daar gaat een
zorgvuldig diagnostisch onderzoek aan vooraf, want in feite ga je medisch
ingrijpen op een gezond ontwikkeld lichaam. Indien transseksuelen in
aanmerking komen voor een geslachtsaanpassing, wordt eerst een
hormoonbehandeling gestart, die 1 tot 1,5 jaar duurt. Daarnaast dient de
transseksueel gedurende deze periode te ervaren hoe het is om te leven in
de rol van de andere sekse. Een man moet in die periode dus volledig door
het leven gaan als vrouw. Hierna, als de transseksueel met succes en
tevredenheid in de nieuwe genderrol leeft, kan tenslotte een
geslachtsaanpassende operatie plaatsvinden.
Voor jonge transseksuelen, die tussen 16 en 18 jaar met de
hormoonbehandeling willen beginnen, gelden extra toelatingscriteria. Ten
eerste moet de genderstoornis zich al in de vroege kindertijd en in
extreme vorm geopenbaard hebben. Dat is vast te stellen aan de hand van
diagnostische gesprekken met ouders en de patiënt zelf. Daarbij moet je
denken aan jongetjes die gedrag vertonen dat meer bij meisjes past, en
afkeer vertonen van hun geslachtsdelen. Die vertellen hun moeder dat ze
later, als ze groot zijn, een meisje gaan worden. Dan schrik je als ouder
natuurlijk behoorlijk. Daarbij komt nog dat die zogenaamde
cross-genderidentiteit zich in de puberteit verder versterkt moet hebben.
Tenslotte moet de patiënt psychisch stabiel zijn en sociaal goed
functioneren. Dat laatste wordt gemeten aan de hand van vriendengroep en
school- of werksituatie. Als dat allemaal stabiel en goed is, wordt eerst
gestart met hormonen, waarvan de effecten nog omkeerbaar zijn. Als blijkt
dat het welzijn van de adolescent is verbeterd, wordt afgewogen of hij of
zij in aanmerking komt voor een hormoonbehandeling met blijvende effecten.
Vanaf de leeftijd van 18 jaar komen adolescenten in aanmerking voor de
onomkeerbare operatieve aanpassingen.
Toch blijft de vraag bestaan of het ethisch verantwoord is om een
dergelijke ingrijpende keuze over te laten aan jongeren in de puberteit,
ook al is de weg naar de definitieve beslissing goed begeleid. Uit het
onderzoek blijkt dat bijna niemand achteraf spijt heeft van zijn of haar
beslissing, vervolgt Smith. Van de 200 transseksuelen had er achteraf een
spijt en een ander bedenkingen. Dat zijn er natuurlijk twee teveel, maar
procentueel is het heel erg weinig. In feite is het dilemma dat aan de ene
kant de behandeling het best uitgevoerd kan worden op jonge leeftijd,
omdat de uiterlijke kenmerken, vooral bij jongens, dan nog zodanig zijn
dat ze na hormoonbehandeling er ook meer uitzien als vrouw. Op latere
leeftijd, na de puberteit dus, kunnen typisch mannelijke kenmerken als een
zware stem en een vierkante kaaklijn de acceptatie door de buitenwereld
behoorlijk in de weg staan. Aan de andere kant zijn adolescenten ook
mentaal en sociaal in een sterke ontwikkelingsfase. Dit roept de vraag op
of ze dan al goed kunnen beslissen om levenslang als het andere geslacht
te leven. Het aardige is dat het onderzoek heeft laten zien dat juist de
oudere deelnemers, dus die waarbij de uiterlijke geslachtskenmerken al
waren uitontwikkeld, meer moeite hadden om volledig als het andere
geslacht geaccepteerd te worden dan de adolescenten. In feite is die
uitkomst logisch, aangezien het uiterlijk voor een groot deel succes en
tevredenheid na de behandeling voorspelt.
Niet gek
Over transseksualiteit heerste tot voor kort nog de opvatting dat het
om een zuiver psychische aandoening zou gaan. Met andere woorden: een
transseksueel is een beetje geschift. Smith bestrijdt dat: Dat klopt niet.
In de eerste plaats omdat ze psychisch stabiel zijn. Een geesteszieke is
dat niet. Tevens blijkt ook uit dit onderzoek dat transseksualiteit niet
noodzakelijk gepaard gaat met psychopathologie. Verder is er
waarschijnlijk ook een biologische oorzaak. Recent onderzoek heeft
namelijk aangetoond dat er in de celstructuur van de hersenen het een en
ander aan de hand is. In de hypothalamus, een piepklein onderdeel van de
hersenen dat de hormoonproductie aanstuurt, heeft men verschillen gevonden
in de grootte van een bepaalde celkern. Die specifieke celkern is
verschillend bij mannen en vrouwen. Deze celkern toonde bij transseksuelen
grote overeenkomsten met die van het andere geslacht, hetgeen bij
niet-transseksuelen, die om medische redenen waren blootgesteld aan
hormonen van het andere geslacht, niet zo was. Het zou dus heel goed
kunnen dat transseksualiteit ook een biologische achtergrond heeft. Zie
het als een discrepantie tussen de ontwikkeling van de hersenen en die van
het lichaam in de prenatale fase. Dit is een aanwijzing dat transseksuelen
niet geestelijk gestoord zijn, maar biologisch kunnen verschillen van
niet-transseksuelen. En ik zeg met opzet kunnen verschillen, omdat dit nog
niet voldoende is onderzocht.
Die biologische bevinding is niet meer dan een hulpmiddel in de ethische
discussie. Het onderzoek was er in eerste instantie op gericht om te
controleren of de symptomen van de Gender Identity Disorder weg waren na
de behandeling. Smith: De conclusie die we mogen trekken is dat de
behandeling effectief is gebleken voor transseksuelen. Er zijn sterke
aanwijzingen dat een vroege behandeling tot betere resultaten leidt, met
name voor het uiterlijk. En dat is in feite bepalend voor het succes van
de behandeling. Maar hoe succesvol ook, het leidt niet tot een zorgeloos
leven. De winst van een behandeling is echter wel dat een transseksueel
normale problemen ook als dagelijkse problemen kan gaan zien. Het is
ethisch behoorlijk controversieel en ik vind dat we de discussie aan
moeten blijven gaan. Maar het primaire doel, namelijk het oplossen van de
GID-symptomen is na behandeling in bijna alle gevallen een feit. Kortom,
het psychisch lijden wordt opgelost door de behandeling.
Koffietijd
De nieuwgeboren vrouwen waren na de geslachtsaanpassing veel
uitvoeriger over hun gevoelens en over hoe de buitenwereld had gereageerd.
Die babbelden er lustig op los. Een hoog Koffietijdgehalte dus. Smith: Ja,
inderdaad. Echte vrouwenpraat. Daar moesten we veel meer tijd voor
uittrekken. De vrouwen die man waren geworden waren daarentegen in de
meeste gevallen juist kort van stof in hun antwoorden. Ze reageerden op
onze vragen voornamelijk met goed, niet goed en ja of nee. Heel mannelijk
dus. Een gezonde geest in een gezond lichaam; misschien kun je dat wel
zeggen, ja. Of beter nog: een gezonde geest in een passend lichaam.
Bron: Ublad 2002
Door: Bas Bruin
Zie ook:
Sex Reassignment : Predictors and Outcomes Of Treatment for Transsexuals
dissertatie door Yolanda Smith (PDF-bestand)
Terug naar index
|
|