| |

Het eerste dat wij doen als we iemand op straat tegenkomen, is - bewust
of onbewust - signaleren of we hier met een man of een vrouw te maken
hebben. De verdeling in twee seksen: man en vrouw, is alles overheersend.
Sommigen kunnen of willen zich niet schikken in dit gender-keurslijf. De
filosofe Judith Butler is er een van. De komende dagen treedt zij in
Amsterdam op bij het 'Genderbende transgender festival'.
Transgenderisten
Drie vrienden staan aan de bar en verderop staat een prachtige vrouw.
Maar er klopt iets niet aan haar. Het is fascinerend en onuitstaanbaar
tegelijk. Er is maar één manier om een einde te maken aan de verwarring:
kent de vrouw de buitenspelregel?
Ja, ze kent hem. Tevreden nemen de drie vrienden een slok van hun bier. Ze
weten weer waar ze aan toe zijn: zij is een vent! De travestiet in deze
reclame voor Amstelbier is in zekere zin een onmogelijk wezen. De
verwarring die de verschijning van de travestiet oproept - is het nu een
man of een vrouw? - is hiervan een teken. De travestiet is namelijk geen
man, althans, geen échte, en ook geen echte vrouw. Wat is hij/zij dan wel?
De
Amerikaanse professor Judith Butler neemt het in haar filosofie vooral op
voor homoseksuelen, maar haar theorieën zijn met gemak uit te breiden tot
alle 'transgenderisten' - een verzamelterm voor alle mensen die zich niet
in het keurslijf van de seksen kunnen dwingen. Zij stelt dat er in onze
cultuur geen plaats voor hen is. Homoseksuelen, travestieten,
transseksuelen en interseksuelen (mensen die met een onbestemd geslacht
geboren worden) zijn geen man en geen vrouw, maar iets anders. Daarmee
vallen zij buiten de categorieën waarmee wij onze wereld indelen. Zij zijn
onmogelijke wezens.
Het problematische aan de categorieën man en vrouw is dat ze niet zomaar
af te schaffen zijn. Ze vormen een zeer krachtige culturele norm. Het
sterkste argument waarop de norm berust, is dat het sekseverschil een
natuurlijk fenomeen is. Niemand zal in eerste instantie ontkennen dat in
de natuur alle levende wezens zijn opgedeeld in mannetjes en vrouwtjes.
Om de redenering te ontkrachten dat vrouwen voor de kinderen horen te
zorgen vanwege het biologische feit dat vrouwen nu eenmaal kinderen baren,
introduceerde de vrouwenbeweging de term gender. Hierdoor kon men een
verschil maken tussen een biologische en een culturele opvatting van sekse.
Biologisch gezien is ieder mens nu eenmaal of een mannetje of een vrouwtje
(sekse), maar de cultuur bepaalt welke gedragingen en rolpatronen daarbij
horen (gender), zo luidt de redenering achter dit onderscheid.
Hoewel menigeen zich al niet zal kunnen verenigen met de opvatting dat
biologische verschillen op zich betekenisloos zijn en dat de cultuur er
een bepaalde invulling aan geeft, doet Butler er nog een grote schep
bovenop. Zij gaat zelfs zo ver te stellen dat ons onwrikbare geloof in de
natuur als ultieme waarheidsgrond een culturele bevlieging is. Niet de
natuurwetten bepalen hoe onze sociale normen eruit zien, maar de sociale
normen bepalen de manier waarop wij naar de natuur kijken. Zo zien we in
de natuur alleen maar mannetjes en vrouwtjes omdat we er door een bepaalde
bril naar kijken, aldus Butler.
Vroeger bestond de strikte verdeling van de wereld in twee seksen helemaal
niet, zo laat historicus, Thomas Laqueur in zijn boek 'Making Sex - Bodies
and Gender from the Greeks to Freud' (1990) zien. De status van
biologische 'feiten' als de basis voor de waarheid is een mythe volgens
deze studie, die overigens in hetzelfde jaar verscheen als het eerste
spraakmakende boek van Judith Butler: Gender Trouble. Tot het einde van de
zeventiende eeuw werden mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen eerder
gezien als variaties op één thema. Wat bij de man uitwendig was, was bij
de vrouw 'omgekeerd' in het lichaam gebleven.
Pas later ontstond het idee dat het wezen van mensen en dingen ook in hun
natuurlijke verschijningsvorm gezocht moest worden. Butlers strijd voor de
erkenning van transgenderisten is er dus niet op gericht om afwijkende
vormen van seksualiteit ook 'natuurlijk' te noemen, zij wil juist aantonen
dat ook 'gewone' seksualiteit geen natuurlijk fenomeen is, maar cultureel
bepaald.
Dat de natuur nog wel eens afwijkt van de 'natuurlijke' vormgeving van de
twee seksen, blijkt uit het feit dat er regelmatig kinderen worden geboren
met een onbestemd geslacht. Corrigerende operaties aan de genitaliën en
hormoonbehandelingen komen eraan te pas om het lichaam in de sociale
constructie van het twee-seksenmodel te dwingen. Vaak worden deze ingrepen
voor de buitenwereld, en soms zelfs voor de persoon zelf, verzwegen. Zo
geven sociale constructies het lichaam letterlijk vorm.
Deze medische ingrepen geven aan dat niet alleen de manier van leven van 'transgenderisten'
dus als afwijkend en afkeurenswaardig wordt gezien, maar dat zij zelfs in
hun lichamelijke bestaan ontkend worden. Het homoseksuele lichaam dat geen
nageslacht voortbrengt, het lichaam waarin de transseksueel zich niet
thuis voelt, het lichaam van de interseksueel dat vanaf de geboorte een
onbestemd geslacht heeft, en het lichaam dat door geslachtsoperaties
veranderd is, worden als niet natuurlijk bestempeld en daarmee verworpen,
stelt Butler.
De
film Paris is burning (1990) is er een prachtige illustratie van.
De documentairemaakster Jenny Livingston volgt een groep transgenderisten
in de New Yorkse ball-scene. In deze uitgaans-scene vinden voornamelijk
zwarte mannelijke homoseksuelen een uitlaatklep voor de vernederingen en
frustraties die ze dagelijks op straat ondervinden. 's Nachts worden in de
verschillende 'huizen' waar de jongens lid van zijn, wedstrijden gehouden
in het zich vermommen in allerlei categorieen zoals: de zakenman, de
studente en de militair.
Doel van deze drag-contests is, zoals de deelnemers zelf vertellen,
echtheid: zó goed samenvallen met het uitgebeelde dat niet meer te zien is
dat het hier om een vermomming gaat. Die echtheid is in de eerste plaats
nodig om over straat te kunnen, zonder in elkaar te worden geslagen.
Volgens een andere analyse die de geïnterviewden in de film zelf aandragen,
streven de drags ook echtheid na om te bewijzen dat ze wel geslaagd zouden
kunnen zijn in het leven; dat ze een zakenman, een student, een échte
vrouw of échte man hadden kunnen zijn, ware het niet dat hun etnische
afkomst en hun seksuele geaardheid dat verhinderen. Zij proberen zo goed
en zo kwaad als het gaat aan de culturele normen te voldoen, maar in het
echte leven, buiten de ballroom, worden zij weer met de neus op de feiten
gedrukt: hun biologische lichaam wordt, vaak met geweld, verworpen.
Hoe nu tegen deze terreur van de biologische feitelijkheid in opstand te
komen? Hoe kan men zich verzetten tegen deze heteroseksuele norm die in
feite ook het leven van 'gewone' mannen en vrouwen terroriseert? De
oplossing van Judith Butler ligt in het systematisch saboteren van de
norm. De drag-contests zijn daar in haar ogen bij uitstek geschikt voor.
Door als man serieus de norm van vrouwelijkheid na te streven en tegelijk
te weten nooit aan die norm te kunnen voldoen, worden de grenzen ervan
zichtbaar gemaakt en gerelativeerd.
Tegenstanders van Butler vinden deze manier van verzet veel te beperkt.
Filosofe Martha Nussbaum beschuldigt in haar artikel 'The professor of
parody' in The New Republic (1999) Butler ervan een onrealistische en veel
te theoretische oplossing te bieden voor de dagelijkse realiteit van
geweld, discriminatie en mishandeling. Butler verdedigt zich tegen deze
kritiek door te stellen dat zij als lesbienne uit eigen ervaring weet hoe
moeilijk het is te ontsnappen aan het web van sociale normen en waarden
rondom mannelijkheid en vrouwelijkheid. De komende dagen zullen we er uit
haar eigen mond meer over kunnen horen.
Bron: Trouw, 8 december 2000
Door: Eva van der Plas
Terug naar index
|
|