| |

Afgelopen
zondagochtend is in haar woonplaats Eindhoven de auteur Renate Stoute
overleden. Als René Stoute debuteerde de schrijver in 1982 met de
autobiografische roman Op de rug van vuile zwanen. De titel van dit boek,
ontleend aan een versregel van Paul van Ostaijen, verwijst naar het
bestaan als heroïne-junk dat Stoute tot zijn 27ste had geleid. Enige tijd
zat hij in de gevangenis; ook was hij boekverkoper. Op de rug van vuile
zwanen geldt als een klassiek boek in de Nederlandse letterkunde, mede
door de persoonlijke en onbevangen toon ervan. Een sterke observatie eruit
is de volgende zin, enkele malen terugkerend: `Jong zijn is een sinister
complot.'
Travestie, gedaanteverwisseling, transseksualiteit, een man die zich
kleedt als een vrouw, werden in de loop van de tijd een obsessie voor
Stoute. In 1991 publiceerde hij Het grimmig genieten, gevolgd door Een
goeie travestiet zie je niet (1994). Beide boeken gaan over travestie en
over wat Stoute het laatste taboe noemde: `Kan een man een vrouw worden?'
In datzelfde jaar zei hij in een interview: ,,Ik beschouw mezelf als een
jongensmeisje of meisjesjongen. Waarom zou dat niet kunnen? Een man die af
en toe een rokje draagt? Met seks heeft het weinig te maken. Die drijfveer
is vervaagd. Het gaat om identiteit. Het kostte me jaren getob voor het
zover was. Als vierjarige was ik al gebiologeerd door vrouwenkleren. Thuis
loop ik graag en femme rond.'' Stoute, ondertussen vader van twee
kinderen, onderging in 1995 een hormoonkuur en liet zich een jaar later,
in december 1996, van geslacht veranderen. Ook de auteursnaam wijzigde:
René Stoute werd Renate Stoute. Ondertussen was hij van Amstelveen naar
Amsterdam Oud-West verhuisd. Daar ontving Renate Stoute bezoek, gekleed in
vrouwenkleren en met sieraden. Voor Stoute was de gedaanteverandering geen
gril, maar een diep gevoeld verlangen vrouw te zijn. Door de transformatie
van geslacht onttrok ze zich aan het schemergebied van de travestiet.
In
1997 verscheen Waarom ik geen bloemenmeisje werd, haar boek over een
treurige jeugd in Haarlem en de scholen van die stad. Het kan gelezen
worden als de sleutel tot haar, latere, moeizame weg van junk en
gevangenisjongen naar vrouw. Zij noteerde, terugkijkend naar de tijd dat
zij een man was: ,,Als ik een andere vrouw zie, waarom ben ik dan niet zo
geboren?''
In haar laatste, weer autobiografische, boek, Uit een oude jas vol stenen
(1999), beschrijft Renate met eerlijke precisie de geboorte van een vrouw
uit een man. De dag dat René Stoute zich aanmeldde bij het gender-team van
de Universiteit van Amsterdam kon hij zich uiten. Tijdens het spreekuur
zei hij: ,,Ik ben een vrouw, geen kerel. Ik ben geen man en voel me als
vrouw meer op mijn plaats.'' Als Renate Stoute lukte het de auteur zich de
vrouwelijke bestaansvorm te creëren, waar ze zo naar verlangde. Ze
formuleerde: ,,Ik wilde eindigen als een niet meer zo jonge vrouw in een
nieuwbouwwijk.''
Bron: NRC, 22 maart 2000 Door: Kester Freriks
|
|