•  
     


    Steeds meer transseksuelen uit Latijns Amerika en Oost-Europa gaan in Nederland in tippelzones werken, signaleert Paul Vennix. Hun positie is slecht: ze blijven buitenstaander, hebben geen toekomstperspectief en lopen ook nog eens een groot risico op besmetting met HIV.

    Boven de bijdrage van Marleen Barth en Thanasis Apostolou over heroïneprostituees kopt de Forumredactie met 'Tippelzones horen niet in een beschaafde samenleving'. Een belangrijk probleem van de tippelzones is echter dat zij zich niet in, maar juist buiten onze samenleving bevinden: het zijn de afvalputjes van onze samenleving. Buiten de prostituees en hun klanten trekken zij ook randfiguren aan zoals drugsdealers, drugsverslaafden, pooiers en illegalen.

    Een dergelijke deprimerende omgeving, waar randfiguren uit de samenleving elkaar tegenkomen, nodigt uit tot normvervaging, haalt het slechtste in de mens boven en trekt andere marginalen.

    De prostituees die in tippelzones werken, zijn derhalve niet alleen in de meest letterlijke zin van het woord door hun werk buitenstaander. Zij staan ook buiten de maatschappij: door de vaak afgelegen ligging van de tippelzones, door het publiek dat er rondloopt en door de andere normen en waarden die er gelden.

    Wat zich in seksueel opzicht in de tippelzones afspeelt, sluit hierbij aan. De tippelzone trekt ook klanten aan die zich aan geen enkele regel willen houden, geweld tegen prostituees gebruiken en condooms weigeren. Doordat bovendien veel klanten de prostituees slechts zien als object en niet als subject, worden de prostituees bevestigd in hun bestaan als paria.

    Barth en Apostolou beperken zich tot de heroïneprostituees. We zien echter steeds meer dat transseksuelen uit Latijns Amerika en Oost-Europa in Nederland in tippelzones gaan werken. Zij vormen niet alleen door hun aantal (naar schatting ongeveer vijfhonderd) een geduchte concurrentie voor de heroïneprostituees. Steeds meer klanten zijn, zo blijkt uit onderzoek van vorig jaar, geneigd transseksuele prostituees te kiezen omdat die er vrouwelijker uitzien (siliconen) en 'beter' zijn dan de heroïneprostituees. Bovendien hoeft men niet te onderhandelen over anale seks.

    Een ander verschil met de heroïneprostituees is dat deze transseksuelen vanwege hun genderidentiteit in feite hun hele leven al buitenstaander zijn. Omdat het in het land van herkomst niet mogelijk was in de rol van het gewenste geslacht ander werk te krijgen of te behouden, belandt men daar veelal in de prostitutie. Geweld tegen en vervolging (ook door politie) van transseksuele prostituees komen daar algemeen voor, zelfs wanneer transseksualiteit en homoseksualiteit zijn gelegaliseerd.

    Wanneer men dan vanwege straatprostitutie in de gevangenis belandt, wordt men door andere gedetineerden en gevangenispersoneel verkracht. Uit een onderzoek uit 1996 bleek dat 64 van de 82 gedetineerde transseksuelen in een gevangenis in São Paulo met HIV-geïnfecteerd waren. Een en ander betekent dat in het land van herkomst voor transseksuelen elk toekomstperspectief ontbreekt, vanwege discriminatie en het HIV-risico.

    Meer en meer transseksuelen wijken daarom uit naar Nederland. Omdat zij hier illegaal verblijven, zijn zij wederom aangewezen op straatprostitutie. In wezen gaat het, gelet op het ontbreken van alternatieven, om gedwongen prostitutie.

    Transseksuele prostituees hebben daarnaast vaak psychische problemen als gevolg van traumatische ervaringen in het land van herkomst, een onzekere toekomst, acculturatiestress en marginalisatie. Veel van deze illegale prostituees kampen ook met hun onbehandelde genderidentiteitsproblemen, waarvoor gespecialiseerde hulpverlening noodzakelijk is.

    Behalve dat ze geen toekomstperspectief in Nederland hebben, lopen zij ook hier een groot risico op HIV. Zo blijkt uit het genoemde onderzoek onder klanten van transseksuelen dat veel van hen uit zijn op anale seks. Gelet op de frequentie waarmee deze transseksuelen anale seks hebben met hun klanten (die zeer veel wisselende seksuele contacten hebben, waarbij een belangrijk deel niet consequent condooms gebruikt) is de kans met HIV besmet te raken, aanzienlijk. Recent onderzoek heeft bovendien aangetoond dat homocondooms bij anale seks niet meer bescherming bieden dan standaardcondooms.

    Doordat in Nederland voor deze transseksuelen preventieactiviteiten zijn ontwikkeld, lijkt de HIV-prevalentie hier in vergelijking met andere landen gunstig af te steken, al zijn geen exacte recente cijfers bekend.

    De omstandigheden waarin deze transseksuelen leven, leiden tot depressiviteit, een negatief zelfbeeld, gebrek aan toekomstperspectief en continuering van de fundamentele onvrede met het eigen lichaam. Dit kan leiden tot onverschilligheid tegenover aids-preventie.

    De positie van deze transseksuele prostituees is door de nieuwe Wet identificatieplicht prostituees van 1 oktober 2000 (uitbreiding artikel 151a van de Gemeentewet) in Nederland verslechterd. Naar aanleiding van deze wet wordt de kans groter dat gemeenten in tippelzones (weer) overgaan tot een opjaagbeleid wat (transseksuele) prostituees van buiten de EU betreft. De negatieve gevolgen van een dergelijk opjaagbeleid liggen voor de hand:

    • Er zal verspreiding van de groep transseksuele prostituees optreden. Een deel van hen zal bovendien 'ondergronds' gaan. Voorlichting over veilig vrijen en drugsgebruik wordt hierdoor bemoeilijkt, waardoor HIV-risico's toenemen. Overigens geldt ook voor andere prostituees van buiten de EU dat de noodzakelijke HIV-preventie door dit opjaagbeleid ernstig wordt belemmerd.
       

    • Omdat de positie van deze transseksuelen door een opjaagbeleid verder verslechtert, zullen ze minder geneigd zijn zich te beschermen tegen HIV.

    HIV-preventie kan alleen succesvol zijn indien deze transseksuelen eindelijk een draaglijk perspectief wordt geboden. Dit betekent ook dat voor hen in Nederland keuze moet zijn voor ander werk. Daarnaast dient men ook om humanitaire redenen transseksuelen eindelijk in staat te stellen hun rol als buitenstaander te beëindigen. Info: Paul Vennix is als psycholoog verbonden aan het Nederlands Instituut voor Sociaal Sexuologisch Onderzoek.


    Bron: Telegraaf, 28 augustus 2001
    Door: Paul Vennix

    Terug naar index