Een meisje van twaalf, overheerst en gekleineerd door vaderfiguren. Daarover gaan de drie thematisch samenhangende verhalen in De naam van mijn vader, het debuut van Sabine van den Berg. De schrijfster heeft het in haar puberteit niet gemakkelijk gehad met haar transseksuele vader. "Ik wil het leven van een adolescent in kaart brengen."

"Toen ik twaalf was, was mijn vader nog een man. Op mijn zestiende werd hij een vrouw. Dus juist in de periode dat ik een eigen wil begon te krijgen, puber begon te worden, stuitte ik op een verschrikkelijke, mannelijke mannetjesputter. Want zo profileerde mijn vader zich. Hij was heerszuchtig. Had kolonel-achtige vrienden. Maar met zestien werd hij opeens een bondgenoot en begonnen we te wedijveren, want niet alleen ik werd een vrouw; hij ook."

Sabine van den Berg heeft altijd geweten dat ze ooit iets met deze periode in haar leven moest. Schrijven deed ze altijd al, schrijven doet ze nog en wel zo ongeveer de hele dag. "Ik schrijf dus ik besta." Haar indringende ervaringen zouden ooit in boekvorm gegoten worden. "Maar daar moest ik dan wel aan toe zijn. Dat was ik nu."

Uit het boek: `Laat hem maar denken dat ik bang ben. Hij voelt zich goed als hij me pest. Het kan me niet schelen. In het begin dacht ik er de hele dag aan. Als ik blauwe plekken had, voelde ik ze. Nu niet meer. Van wat er in mijn hoofd omgaat, heeft hij geen idee. Mijn gedachten komt hij niet te weten. Eigenlijk is hij zielig. Hij heeft niemand die hem aandacht geeft. Ik heb hem altijd nog. Als ik aardig tegen hem ben, snauwt hij.`

Ze had een boeiend feitenverslag kunnen schrijven over haar tienerjaren, maar haar debuut bevat drie fictieve verhalen waarin haar persoonlijke achtergrond en ervaringen slechts heel ver op de achtergrond een rol spelen. In de schrijnende verhalen in De naam van mijn vader draait het om macht, sadisme, onderdrukking, manipulatie en geestelijke terreur die ouderen uitoefenen op kinderen. In een kraakheldere, welhaast afgekloven stijl schrijft Sabine van den Berg over een meisje van ongeveer 12 jaar, dat in de drie verhalen de hoofdrol speelt. Geen woord teveel, de lezer krijgt de tenenkrommende scÞnes onverbloemd voorgeschoteld, nergens de vluchtweg van een stijlbloem of de troost van een beeldspraak.

Je kunt de verhalen ook los van elkaar beschouwen, maar terugkerende details wekken de indruk dat het om ÚÚn en hetzelfde meisje gaat. "Het ligt voor de hand dat je dit boek als een geheel leest. Voor mij is het hetzelfde meisje. Het is allemaal zo met elkaar verweven dat je je kunt afvragen wat nou het echte verhaal is. Dat kun je je namelijk altijd afvragen. Ik heb nu vanuit het meisje geschreven."

Met nadruk stelt Van den Berg dat haar verhalen niet autobiografisch zijn, maar duidelijk is dat ze wat betreft de onderdrukking van haar hoofdpersoon uit ervaring put. Toch is het boek geen trap na en koestert ze geen wrok tegen haar vader. Ze is zelfs heel mild.

"Als je vanuit de vaderfiguur zou schrijven, krijg je een heel andere waarheid. Ik vind dat er in het algemeen te weinig aandacht is voor mensen uit de directe omgeving van transseksuelen, dat zeker. Maar ik voel me geen slachtoffer. Iedereen is slachtoffer van zijn omgeving. Dat was mijn vader ook. Ik heb dit boek niet uit wrok of woede geschreven, helemaal niet. Neemt niet weg dat ik een gecompliceerde verhouding heb gehad met mijn vader, en nog steeds wel heb. Het is niet mijn vader: het is nu een vrouw. Hoe je het ook wendt of keert, je raakt wel je vader kwijt en krijgt er een onbekend iemand voor terug. In mijn geval juist in een periode, tussen mijn twaalfde en zestiende, dat je een vader wilt waar je tegenop kunt kijken, een vader met status."

"Zij is nu rond de zestig. Ik ben blij dat ze in deze tijd de kans heeft gekregen haar aard te volgen. Honderd jaar geleden had zoiets tot zelfmoord geleid en hadden we nooit geweten wat er aan de hand was. Het is mooi dat het in deze tijd kan. Het heeft mij wel mede gevormd natuurlijk. Daar ben ik blij om, want ik heb daar wel mijn thema aan te danken."
Sabine van den Berg (Leiden 1969) is journaliste en schrijfster. Ze publiceert met regelmaat verhalen in het literaire tijdschrift vol vrouwenliteratuur `Lust & Gratie`, waarvan ze ook redactielid is. Bovendien schrijft ze in `Elle Wonen` en `Villa d`Arte`. Sinds jaar en dag zwoegt ze op eigen werk. "Ik heb eerder boeken geschreven. Ze liggen allemaal in een la te verstoffen." Als voorbeeld noemt ze een parodie op een science-fictionroman. "Ik denk dat ik die eerdere boeken nodig heb gehad om dit boek te kunnen schrijven."

Liever dan van vingeroefeningen spreekt ze over omcirkelende bewegingen. Ze wist dat ze ooit haar grote thema bij de kop moest pakken. "In het science-fiction boek spelen louter Barbie-mannen. Ze hebben geen gevoel. Niet voor niets. Ik was er nog niet aan toe om over gevoelige zaken te schrijven. Nu wel, ik wilde een boek met gevoel en sfeer. Daar was moed voor nodig. Ik moest bij bepaalde gevoelens gaan zitten door terug te kruipen in de huid van een kind van twaalf."

En het moest fictie zijn, literatuur. "Mijn vader is niet dood, zoals in het eerste verhaal, niet blind, zoals in het tweede en ook geeft hij geen schilderles, zoals de vader in het derde verhaal. Het is niet interessant puur de feiten weer te geven. Ik wilde geen non-fictie boek over mezelf als dochter van een transseksueel. Je moet als schrijver toch proberen de dingen universeel te maken, anders is het niet interessant voor de lezer. Ik wil over universele thema`s schrijven als liefde, dood, familieomstandigheden, onderdrukking en eenzaamheid. Ik wil literatuur schrijven, uitstijgen boven het alledaagse. In dit boek heb ik geprobeerd de gevoelens van het meisje op een helling te zetten en haar gevoel van onderdrukking uit te vergroten."

Dat is haar uitstekend gelukt. De verhalen gaan door merg en been. "Rauw, maar dat was ook de bedoeling. Vandaar ook deze stijl. Het is kaal en eenzaam in de wereld van het meisje. Het kind moet in haar eentje zien te roeien met de riemen die het heeft. De stijl weerspiegelt dat."

Ooit publiceerde Van den Berg in `Lust & Gratie` het verhaal `Spiegels`, dat rechtstreeks hetzelfde thema behandelt. Vervolgens ontstond, als korte schets, wat uiteindelijk het eerste verhaal in haar boek is geworden. Zo sijpelde het thema haar werk binnen. In haar hoofd is ze al met haar volgende boek bezig. "Ik ben van plan, al klinkt het pretentieus, om het leven van een adolescent in kaart te brengen. Dit boek kun je zien als het begin van een trilogie. In deel twee komt dan de zelfstandigheid en `het afstand nemen van` aan de orde, en in deel drie de acceptatie."

Aan haar vader heeft ze haar boek nog niet laten lezen. "Ik heb haar wel voorbereid. Dit is geen trap na, geen wraakactie of zoiets. Ik heb iets positiefs willen doen met iets moeilijks. Ik zou het heel erg vinden wanneer mijn vader een schuldgevoel zou krijgen. Ik hoop dat ze begrijpt dat ik er iets moois van heb willen maken. Het is geen pessimistisch boek, toch? Ik heb er hoop in willen brengen."
Trots laat ze een prachtige zwart-wit foto van haar zoontje Mees, nu acht maanden oud. "Er is te weinig aandacht voor kinderen. Sla de krant maar open en lees wat er met die wezentjes gebeurt. Het kan allemaal nog veel gruwelijker. Mijn boek is maar een speldenprikje."

Sabine van den Berg: De naam van mijn vader - Uitgeverij Vassallucci, 128 blz., â 29,90 (gebonden).


Bron: Provinciale Zeeuwse Courant, 28 januari 2000
D
oor: Theo Hakkert

Terug naar index