Haar dochter was zestien, toen ze vertelde dat ze liever een jongen wilde zijn. Caroline Hulshof uit Goor had op dat moment nog nooit van transseksualiteit gehoord. `Maar opeens begreep ik waarom ze geen jurkjes aan wilde.` Hulshof is coördinator van (H)Erkenning, een zelfhulpgroep voor familieleden van transseksuelen. Haar dochter is inmiddels getransformeerd en werd een man. `Je moet als ouder wel mee-veranderen, anders raak je je kind kwijt.`
Nu, achteraf, kan ze een heleboel dingen verklaren. Waarom haar dochter altijd zo onrustig was, bijvoorbeeld. En waarom ze zo jongensachtig deed en nooit met poppen speelde. `Ze was baldadig en kon enorm ravotten. Klom in bomen en was het liefst de hele dag buiten met haar broers aan het voetballen. En ze wilde nooit jurkjes aan, zelfs niet tijdens verkleedpartijen. `t Is een halve jongen, zeiden mijn man en ik vaak tegen elkaar.` Caroline Hulshof uit Goor hield het er maar op dat het de leeftijd was. `Soms deed mijn dochtertje net of ze een jongen was. Dat vond ze leuk. Ik heet Frank, zei ze dan. Ach, het zal wel over gaan als ze ouder wordt, dacht ik.` Maar het ging niet over. Toen haar dochter in de puberteit kwam, kreeg ze het alleen maar moeilijker. `Je wist nooit goed wat je aan haar had. Ze wist zich als meisje geen houding te geven. Vond het vreselijk dat ze ongesteld werd en borsten kreeg. Ze haatte haar lichaam en kon er duidelijk niet mee uit de voeten.` `Toen ze zestien was zei ze op een dag: Mam, ik moet je iets belangrijks vertellen". Maar opeens wist ik al wat ze wilde zeggen. `Jij steekt in het verkeerde lijf`, zei ik. En ze knikte. Ik weet het heel zeker, mama; ik ben transseksueel".` `Dat was het dus. Mijn dochter voelde zich een jongen, wilde liever een jongen zijn. Ik had nog nooit van transseksualiteit gehoord, maar opeens vielen alle puzzelstukjes op hun plaats.` Caroline Hulshof is sinds enkele jaren co÷rdinator van (H)Erkenning, een zelfhulpgroep voor ouders, partners, kinderen, familieleden en vrienden van transseksuelen. Een geslachtsverandering heeft niet alleen grote gevolgen voor de betrokkene zelf, maar is minstens zo ingrijpend voor de mensen in zijn of haar omgeving. `Ik heb er destijds heel wat tranen om gelaten`, zegt Caroline. `Ons leven lag plotseling overhoop. Mijn man en ik hadden het gevoel dat wij een weg moesten gaan die nog nooit iemand gegaan was. Dit zou de buitenwereld nooit kunnen snappen. En hoe vertel je zoiets aan de familie? We moesten er maar mee leren leven, dachten we. Ik had nog de meeste pijn om wat mijn kind moest doormaken. Het moet afschuwelijk voor haar geweest zijn dat ze er niet zo uitzag als ze zich voelde. Ze wilde dat lichaam niet. Ik was vooral ook bang dat ze buitengesloten zou worden door de maatschappij. Ook nam ik het mezelf lange tijd kwalijk dat ik het niet eerder gezien had. Lag het aan ons? Lag het aan de opvoeding?` Een jaar na haar bekentenis begon haar dochter over een artikel dat ze in een jeugdblad gelezen had. Het ging over transseksualiteit en over iemand die een geslachtsaanpassende behandeling had gehad, inclusief hormoonbehandeling, psychologische gesprekken en een operatie. `Ze vertelde ons dat zij dat ook wilde`, zegt Caroline. `Aanvankelijk hadden we het daar erg moeilijk mee. Ik bedoel, we wisten niet eens dat zoiets ³berhaupt k¾n. Hoe kon je nou van een vrouw een man maken? En kun je dan gewoon verder leven als een jongen? Ik ben erover gaan nadenken en lezen en we hebben er veel met elkaar over gepraat. Je moet als ouders wel mee-veranderen. Doe je dat niet, dan ben je je kind kwijt.` Ze heeft nooit getwijfeld aan de gevoelens van haar dochter. `Ze klonk z¾ overtuigend. We konden niet anders dan haar serieus nemen.` Ze glimlacht: `Juichend en zelfverzekerd ging ze naar het ziekenhuis.` Dat is nu dertien jaar geleden. Haar dochter was toen negentien jaar. `Mensen vragen me vaak of ik het niet erg vind dat ik geen dochter meer heb. Maar ik heb er een zoon voor teruggekregen, antwoord ik dan. Mijn man en ik zeiden wel eens tegen elkaar: Onze dochter is dood, leve onze zoon!` `Natuurlijk, ik heb vroeger ook fantasieÙn gehad over hoe het zou zijn als mijn dochter zou gaan trouwen, of als ze zelf kinderen zou krijgen. Dat zal ik ook erg missen. Maar hoe moeilijk de weg ook geweest is en hoeveel verdriet je er ook van hebt; het blÝjft je kind. Je wilt dat het in harmonie is met zichzelf. Het transformatieproces was daarvoor de enige weg. Toen dat in gang werd gezet, zagen we hem helemaal opbloeien. Eindelijk kwam de mens tevoorschijn die hij in wezen was. Hij voelde zich bevrijd en kon eindelijk zichzelf zijn. En daar kwam bij dat de buitenwereld hem door zijn nieuwe uiterlijk ook ging benaderen zoals hij zichzelf zag.` Caroline Hulshof en haar man waren in 1988 mede-oprichters van de zelfhulpgroep (H)Erkenning, die deel uitmaakt van de Werkgroep transseksualiteit-Genderdysforie van Humanitas. Ze leidt de gesprekken op de tweemaandelijkse ontmoetingsdagen en bemant thuis de hulptelefoon. Op de ontmoetingsdagen zijn overigens geen transseksuelen aanwezig. `De meeste aandacht van de omgeving gaat altijd uit naar de transseksuelen. Zij kunnen terecht bij psychologen en andere hulpverleners. Maar voor de partners, kinderen, ouders en familieleden staat de wereld net zo goed op z`n kop. Maar bijna niemand vraagt zich af hoe zÝj zich voelen. Daarom hebben we de zelfhulpgroep opgericht. Het helpt om er met anderen over te praten. We luisteren naar elkaar en weten precies waar de ander het over heeft. Ook snijden we bepaalde thema`s aan. Hoe vertel je het de familie, bijvoorbeeld. Hoe opener en gewoner je erover doet, hoe beter het is. Toch zijn er nog veel vooroordelen, al moet ik zeggen dat ik zelf geen enkele vervelende ervaring heb gehad. Wel kreeg ik veel vragen van mensen die er moeite mee hadden vanwege hun geloof. Mocht je wel snijden in een gezond lichaam? En was dat geen knutselen aan de schepping? Maar ik zei tegen hen: Je moet het maar zien als een mannelijke ziel in een vrouwelijk lichaam. Het lichaam is het omhulsel van het eigenlijke wezen.` Iemand noemde haar eens de ambassadrice van transseksuelen. `Ik heb er heel veel van geleerd. Mannelijk of vrouwelijk; ik weet nu dat het allemaal niet zo strict ligt. Niemand is voor 100 procent mannelijk of vrouwelijk. Uiteindelijk gaat het om het wezen van de mens. Dßt moet tot z`n recht komen. En als je buitenkant dan niet klopt met hoe je je van binnen voelt, heb je grote kans dat je vastloopt.` `Ik heb een heel goed contact met mijn zoon. We hebben veel met elkaar meegemaakt en hebben daardoor een hele bijzondere band gekregen. Het is een heerlijk mens. En hij is gelukkig een vrouw tegengekomen die hem accepteert zoals hij is. Soms bekijk ik nog wel eens foto`s van vroeger en dan stuit ik op een foto van mijn vroegere dochtertje tijdens een van die zeldzame keren dat ze een jurkje droeg. Ach, gut, denk ik dan. Het arme kind...` (H)Erkenning houdt zes keer per jaar een bijeenkomst voor ouders, partners, kinderen, familieleden en vrienden van transseksuelen. Voor meer informatie: 0547-260314. De Hulptelefoon is dagelijks bereikbaar op hetzelfde nummer. Eventueel kan het antwoordapparaat ingesproken worden. Op 11 november a.s. is er in Amsterdam een symposium over transseksualiteit voor ouders, partners, kinderen, familie en behandelaars van transseksuelen. Voor meer informatie en aanmelding: Werkgroep transseksualiteit-Genderdysforie: 020-5231100. Bron:
De Twentsche Courant Tubantia, 1 november 1999 |
||