|
AMSTERDAM - Er is geen sprake van dat jonge pubers worden 'omgebouwd' tot het andere geslacht, zegt prof. dr. P. Cohen-Kettenis, psychologe bij de afdeling kinderpsychiatrie van het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU). Zij vreest dat dit misverstand zal ontstaan door de publiciteit over de behandeling van kinderen voor transseksualiteit in het AZU en het VU-ziekenhuis in Amsterdam. Wel zijn er nu zeven jongeren van 14 en 15 die een hormoonbehandeling ondergaan om de ontwikkeling van hun geslachtskenmerken (borst- of baardgroei, stemverandering) te remmen. Zij weten zó zeker dat zij 'in het verkeerde lichaam zitten', dat zij een geslachtsveranderende operatie willen ondergaan zodra ze 18 zijn. Wanneer al vroeg hun geslachtsontwikkeling wordt afgeremd, verhoogt dat de kans dat ze er na de operatie overtuigend als 'nieuwe' man of vrouw uitzien. Al tien jaar geleden is de leeftijdsgrens voor het begin van een geslachtsveranderende behandeling verschoven van 18 naar 16 jaar. Jongens zijn op hun 18e geheel tot man ontwikkeld. Als vaststaat dat zij later vrouw willen worden, kunnen zij op hun 16e al beginnen met hormonen die de vermannelijking blokkeren. In 1997 is die leeftijdsgrens voor enkele gevallen naar voren geschoven in het kader van een experiment. Sindsdien kunnen kinderen van 14 en 15 al in aanmerking komen voor puberteitsremmende hormonen. "Langer wachten kan veel schade aanrichten'', zegt Cohen-Kettenis. "Een jongen heeft dan al een lage stem, die hem parten zal spelen in zijn latere leven als vrouw. Bij een meisje ontwikkelen zich dan de borsten, die zij afstotelijk vindt en probeert te verstoppen of zelfs af te binden. Bovendien moeten die later operatief worden verwijderd, waardoor zij levenslang littekens houdt. Vroeg ingrijpen kan al die ellende voorkomen.'' De behandeling kan worden onderbroken als het kind zich bedenkt. Ontstaat niet óók veel ellende als bijvoorbeeld een 17-jarige zich bedenkt en dan met een onderontwikkeld, borst- of baardloos lichaam zit? Cohen-Kettenis: "Ja, maar het is nog nooit gebeurd dat een behandeld kind van de operatie afzag. Het gaat hier om jongeren bij wie duidelijk de diagnose 'transseksueel' is gesteld. "Als we twijfelen, behandelen we nooit.'' Voor de diagnose trekt Cohen-Kettenis met haar team maanden, soms jaren uit. Ze voert veel gesprekken met het kind, waarin alle andere verklaringen voor diens psychische problemen moeten worden uitgesloten. Blijft de vraag of de sekse-identiteit van een puber al eenduidig is. "Of iemand zich man of vrouw voelt, ligt doorgaans op peuterleeftijd vast'', zegt Cohen-Kettenis. Anders dan de seksuele voorkeur, die pas veel later duidelijk kan worden. Het gaat hier evenmin om 'sekse ambiguïteit', een lichamelijke afwijking waardoor het geslacht van een pasgeborene niet duidelijk is vast te stellen. "Bij mijn patiënten is nooit een lichamelijke afwijking gevonden. Het
zijn gezonde kinderen, die echter al jaren extreem 'cross gender'-gedrag
vertonen. Jongetjes die al vanaf hun peutertijd alleen meisjeskleren aan
willen en met meisjesspeelgoed spelen. Als deze gevoelens in de puberteit
nog bestaan, leidt dat tot ernstige psychosociale problemen.'' Waar de grens ligt bij deze behandeling, is niet duidelijk. Cohen-Kettenis onderzocht eens een meisje van 16 dat van een arts al sinds haar 12e puberteitsremmende hormonen kreeg. Cohen, diplomatiek: "Ik heb daar geen oordeel over; daar kunnen goede redenen voor zijn geweest.'' Bron: Trouw, 9 januari 1999 |
||