AMSTERDAM - De wens tot geslachtsverandering is vaak een voorbode van een psychose. Er moet daarom zorgvuldiger en terughoudender worden omgegaan met transseksuele operaties, zeker bij minderjarigen. "Mensen met een psychiatrische aandoening zoals schizofrenie, hebben vaak het
waanidee dat ze hun uiterlijk radicaal moeten wijzigen. Sommigen willen zelfs
van geslacht veranderen", waarschuwt psychiater/onderzoeker Joost à Campo,
werkzaam bij de Mondriaan Zorggroep in Heerlen. "Als hulpverlener moet je heel
terughoudend zijn om mee te gaan in die wens. De kans is reëel dat je iemand
onnodig zo'n ingrijpende operatie aanbiedt, terwijl je hem ook kunt behandelen
met antipsychotische medicijnen. Ik heb dat zelf meerdere malen meegemaakt met
psychiatrische patiënten. Na een paar weken ging het hen beter en was ook het
verlangen naar een transseksuele operatie verdwenen."
Bron: Trouw, 3 juni 2003
Voor de meeste mensen (en dat geldt ook voor psychologen en psychiaters) is
de zelfervaring van de transseksueel tot het andere geslacht te behoren en het
daarmee gepaard gaande lijden oninvoelbaar. De behandeling van transseksuelen
doet dan ook regelmatig stof opwaaien, zowel in medische vakpublicaties alsook
de meer algemene media. Zo stond op 3 juni 2003 in het dagblad Trouw dat de wens
tot geslachtsaanpassing vaak een voorbode zou zijn van een psychose. Veel van de
geventileerde opinies in de pers berusten niet op feitenkennis over dit
verschijnsel. Feitenkennis wordt opgebouwd door wetenschappelijk onderzoek. Bron: Trouw, 11 juni 2003 (verkorte versie) Geslachtsverandering is geen hype Volgens psychiater Joost à Campo lijden veel mensen die een sekse-verandering willen ondergaan, aan een waanidee. Hij geeft in Trouw van 3 juni een onjuist beeld van het behandelprotocol en de problemen van transseksuelen. Het screenen van transseksuelen gebeurt intenser dan bij elke andere behandeling in de gezondheidszorg. De cliënt wordt voor de genoemde operatieve ingrepen tenminste anderhalf jaar intensief gevolgd. De adolescenten die onder behandeling zijn worden veelal nog veel langer gevolgd. Definitieve ingrepen worden altijd pas na het 18de levensjaar uitgevoerd. Het komt ons onbegrijpelijk voor dat Trouw het jarenlange diagnostische screenen van adolescenten laat kwalificeren als 'medisch experiment'. Door die uitgebreide screening wordt een groot deel van de mensen die zich aanmelden doorverwezen naar de reguliere psychosociale hulpverlening. Onder geen beding kan worden aangetoond dat het huidige genderteam onzorgvuldig handelt, laat staan meewerkt aan een hype. Het is ook niet waar dat alleen in Nederland puberteitsremmers worden voorgeschreven aan adolescenten. Ook in Amerika gebeurt dat, maar veelal in privé-klinieken zodat een uitgebreide registratie als in Nederland ontbreekt. À Campo merkt tenslotte op dat hij in zijn praktijk veel succes boekt met het toeschrijven van antipsychotische middelen aan transseksuelen. Inmiddels is naar wij dachten voldoende duidelijk dat antipsychotische middelen bijna alle gevoelens (kunnen) dempen. À Campo loopt het gevaar iedere cliënt met transseksuele wensen op deze wijze een knock-out te geven. Met overigens goed bestudeerde, lang niet altijd even positieve en soms zelfs desastreuze gevolgen. Het behandelprotocol is juist ontwikkeld om een inmiddels aantoonbaar beter alternatief te bieden in de behandeling van transseksuelen. Het is goed dat hiertoe een gespecialiseerd genderteam in het leven is geroepen. Zoals À Campo zelf aangeeft is de diagnostiek van transseksualiteit nu eenmaal geen sinecure. Via zelfhulpgroepen kunnen daarnaast veel niet transseksuele mensen met genderdysfore gevoelens een vorm van (zelf)acceptatie bereiken, waardoor ingrijpende medicatie achterwege kan blijven. Bron: Trouw, 6 juni 2003 Sekse-verandering kan levens redden De wens om van geslacht te veranderen kan niet zomaar met medicijnen worden onderdrukt. Door te pleiten voor minder operaties en meer therapie, worden transseksuelen net als vroeger neergezet als psychisch zieken. De wens tot geslachtsverandering is volgens psychiater/onderzoeker Joost à Campo vaak een waanidee. Hij meent dat veel mensen met zo'n wens ook behandeld kunnen worden met anti-psychotische medicijnen (Trouw, 3 juni). À Campo heeft duidelijk onvoldoende ervaring en verstand van zaken. Transseksualiteit is door alle eeuwen heen onder alle volken bekend en veel mannen en vrouwen hebben de wens tot geslachtsaanpassing met succes in hun leven gestalte weten te geven. Pas de laatste 35 jaar worden wereldwijd transseksuelen niet meer zoals voorheen door de voorlopers van Joost à Campo linea recta verbannen naar een psychatrisch ziekenhuis ver weg in de bossen, omdat ze niet pasten in het toen uitermate verkokerde maatschappijbeeld en bekrompen psychiatrische theorievorming en opvattingen. Maar nu zie ik nog steeds zo nu en dan cliënten op mijn spreekuren die indertijd door psychiaters ronduit de vernieling in zijn geholpen met vruchteloze psychiatrische martelmethoden, elektroshocktherapie, insulinekuren en zware kalmerende medicatie. A Campo verwijst naar vrouwen die een borstvergroting hebben ondergaan, zij plegen volgens Zweeds onderzoek driemaal vaker dan gemiddeld suïcide. À Campo verwacht bij transseksuelen ook zo'n toename. In de twintig jaar dat ik met transseksuelen en hun familie werk heb ik zo ongeveer 1500 transseksuelen een geslachts aanpassende behandeling zien ondergaan. Van diep ongelukkige, vaak suïcidale mensen is het overgrote deel juist veel gelukkiger dan voorheen uit die behandeling gekomen. In hun nieuwe sekse hebben ze een zinvol en actief bestaan opgebouwd. Mijn collega's in het genderteam van het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit hebben sinds 1978 wereldfaam opgebouwd in de medische behandeling van transseksuelen en cliënten die lijden aan zogenaamde genderdysforie (verwarring over het eigen geslacht). In het genderteam zijn tussen de 2600 en 3000 Nederlanders bekend die ooit een geslachts aanpassende behandeling met behoorlijk succes hebben ondergaan. Dat in Nederland pubers vanaf twaalf jaar behandeld kunnen worden met hormonen die de puberteit remmen is inderdaad uniek. Deze kinderen zijn beslist nog niet transseksueel, zoals À Campo doet voorkomen, maar ze hebben wel zeer grote problemen met genderdysforie. Uiteraard beslissen de kinderen zelf als ze daar de leeftijd voor hebben of ze wel of niet een geslachtsaanpassende behandeling willen ingaan. Het is belangrijk dat dit werk wordt voortgezet. Begeleiding in een uitermate zorgvuldig medisch/psychologisch en psycho-sociaal traject, kan deze kinderen ervan weerhouden zelfmoord te plegen. Zolang ik zie dat ze op unieke wijze opbloeien en carrière maken in hun nieuwe leven, werk ik daar van harte aan mee. Joost à Campo doet voorkomen alsof we als professionele behandelaars van transseksuelen en genderdysfore mensen er obscure praktijken op nahouden, ternauwernood door de wetenschap en de regering gedoogd. De regering heeft echter na tientallen jaren van zorgvuldig onderzoek in 1985 de wettelijke mogelijkheid gegeven om de geboorteakte van transseksuelen na langdurige medische en psychologische behandeling te veranderen in de gewenste sekse. Dat is inmiddels in vrijwel alle westerse landen het geval. Daarnaast kijkt de inspectie voor de volksgezondheid zorgvuldig mee over de schouders van de genderteams. Een duidelijke wetenschappelijke oorzaak van transseksualiteit is nog niet bekend. Moderne bevindingen duiden er meer en meer op dat genderdysforie en transseksualiteit aangeboren factorvariaties zijn in de hypofyse, zoals ook professor Dick Swaab na langdurige onderzoek aangeeft. Persoonlijkheidsstoornissen en psychiatrische problematiek komen regelmatig voor bij transseksuelen. Mijn ervaring is dat deze cliënten bij een zorgvuldig medisch en psycho-sociaal traject nadien veel beter met hun psychiatrische ziekzijn kunnen omgaan en veel gelukkiger zijn dan voorheen. Het is meer een kip en ei kwestie. Als de genderdysforie aangeboren is -iets waar ik vanuit ga- en mensen blijken doodongelukkig te zijn in hun overigens gezonde lijf, is de kans groot dat zich juist een persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt door de afwijzende reactie van de samenleving. Grofweg gesteld: transseksuele mensen worden juist psychisch ziek door het onvermogen van samenleving anders te denken dan in starre man- of vrouwbeelden.
Bron: Trouw, 6 juni 2003 Paniek
Onderzoeker Joost à Campo baseert zich met zijn uitspraken over
geslachtsveranderingen op eigen ervaring en op een enquête onder 380
psychiaters, maar het had Trouw gesierd als de informatie ook was gecheckt bij
de VU, waar de begeleiding plaatsvindt van de kinderen waar het artikel over
ging.
Bron: Trouw, 11 juni 2003 Opmerking: Joost à Campo heeft al eerder geprobeerd om de behandeling van transseksuelen door het Genderteam in diskrediet te brengen. Zie bijvoorbeeld ook het artikel Nicky M/V en het weerwoord van Peggy Cohen-Kettenis hierop. |
||