AMSTERDAM - De wens tot geslachtsverandering is vaak een voorbode van een psychose. Er moet daarom zorgvuldiger en terughoudender worden omgegaan met transseksuele operaties, zeker bij minderjarigen.

"Mensen met een psychiatrische aandoening zoals schizofrenie, hebben vaak het waanidee dat ze hun uiterlijk radicaal moeten wijzigen. Sommigen willen zelfs van geslacht veranderen", waarschuwt psychiater/onderzoeker Joost à Campo, werkzaam bij de Mondriaan Zorggroep in Heerlen. "Als hulpverlener moet je heel terughoudend zijn om mee te gaan in die wens. De kans is reëel dat je iemand onnodig zo'n ingrijpende operatie aanbiedt, terwijl je hem ook kunt behandelen met antipsychotische medicijnen. Ik heb dat zelf meerdere malen meegemaakt met psychiatrische patiënten. Na een paar weken ging het hen beter en was ook het verlangen naar een transseksuele operatie verdwenen."

Nederland geeft als enige land ter wereld ook hormonen aan minderjarigen als voorbereiding op een latere geslachtsveranderende operatie. Enkele tientallen kinderen die ervan overtuigd zijn 'in het verkeerde lichaam' geboren te zijn, worden behandeld in genderklinieken in Amsterdam en Utrecht. Nog enkele tientallen staan op de wachtlijst voor 'puberteitsremmers'. Vier jaar geleden werd dit bekend en ontstond hierover veel ophef.

À Campo is nog altijd diep bezorgd over deze behandelingen, en vele collega's met hem. In het julinummer van het vaktijdschrift American journal of Psychiatry zal À Campo een enquête onder ruim 380 Nederlandse psychiaters publiceren. Zij stellen dat bij ongeveer de helft van de patiënten die vragen om een geslachtsverandering, die wens een symptoom is van een psychiatrische ziekte zoals een depressie of een persoonlijkheidsstoornis. De psychiaters vinden verder dat 19 jaar de minimumleeftijd zou moeten zijn om aan zo'n ingrijpend behandeltraject te beginnen.

"De hype van vandaag is het schandaal van morgen", waarschuwt À Campo deze maand in het tijdschrift Psy. De behandeling met hormonen is zeer ingrijpend en onomkeerbaar, zonder dat goed is onderzocht wat daarvan de bijwerkingen op de lange termijn zullen zijn, licht hij toe.

Bovendien, stelt de psychiater, is schizofrenie een heel moeilijke diagnose, die vaak pas gesteld kan worden bij mensen boven de 18. "Wie weet nu in vredesnaam of een veertien- of zestienjarige niet daar de eerste psychotische symptomen van heeft, in plaats van een duurzame wens tot verandering van geslacht? Ik kan dit niet anders noemen dan een medisch experiment bij minderjarigen."

Bij mensen, en vooral bij kinderen, die hun geslacht willen laten veranderen, moet men heel zorgvuldig nagaan: heeft die persoon identiteitsproblemen, psychosen, of een depressie? Veel zorgvuldiger dan nu gebeurt, vindt À Campo. Zo is tot zijn verontwaardiging het hoofd van een 'genderteam' een psycholoog en wordt alleen een psychiater op de achtergrond geraadpleegd.

Dat moet veranderen, vindt À Campo. "We moeten ook die leeftijdsgrens opnieuw bekijken, en een onafhankelijke toetsingscommissie van psychiaters moet de diagnostiek en de indicatiestelling kritisch bestuderen."
 

Bron: Trouw, 3 juni 2003
 



Reactie Genderteam VUmc

Voor de meeste mensen (en dat geldt ook voor psychologen en psychiaters) is de zelfervaring van de transseksueel tot het andere geslacht te behoren en het daarmee gepaard gaande lijden oninvoelbaar. De behandeling van transseksuelen doet dan ook regelmatig stof opwaaien, zowel in medische vakpublicaties alsook de meer algemene media. Zo stond op 3 juni 2003 in het dagblad Trouw dat de wens tot geslachtsaanpassing vaak een voorbode zou zijn van een psychose. Veel van de geventileerde opinies in de pers berusten niet op feitenkennis over dit verschijnsel. Feitenkennis wordt opgebouwd door wetenschappelijk onderzoek.

Recent Nederlands follow-up onderzoek bij 172 volwassen transseksuelen (Smith, 2002; en twee follow-up onderzoeken bij transseksuelen, die vanaf hun 16e jaar aan een hormoonbehandeling zijn begonnen Cohen-Kettenis & van Goozen, 1997; Smith e.a. 2001), en evenmin andere onderzoeksliteratuur bieden steun voor de aanname dat transseksualiteit als regel een (eerste) uiting is van een psychose. Uit deze onderzoeken komt naar voren dat bij de overgrote meerderheid de genderdysforie (het ongenoegen over het eigen geslacht) verdwijnt, terwijl men postoperatief in psychologisch opzicht niet veel anders functioneert dan de gemiddelde mens. Opvallend is dat personen die op jongere leeftijd een geslachtaanpassende behandeling ondergaan relatief beter functioneren dan degenen die pas op latere leeftijd aan de behandeling zijn begonnen.

Het vereist intensief contact met grote groepen transseksuelen om tot wetenschappelijk valide uitspraken te komen. In Nederland zullen de meeste psychiaters weinig of geen andere ervaring hebben met transseksuelen en zo ja, dan zijn dit doorgaans ernstig gestoorde (transseksuele) patiënten. Het is dan ook niet vreemd dat juist zij menen dat transseksualiteit vaak een voorbode is van een psychose. Deze mening is echter gebaseerd op een selectieve ervaring met de groep transseksuelen en niet met de groep als geheel, noch op de literatuur op dit gebied. Generalisaties ten aanzien van de behandeling vanuit deze kleine aantallen psychiatrisch gestoorde transseksuelen naar de grote groep transseksuelen zijn wetenschappelijk niet houdbaar.

Genderteam VUmc

Bron: Trouw, 11 juni 2003 (verkorte versie)
Door: prof. dr. P. T. Cohen-Kettenis

 


Geslachtsverandering is geen hype

Volgens psychiater Joost à Campo lijden veel mensen die een sekse-verandering willen ondergaan, aan een waanidee. Hij geeft in Trouw van 3 juni een onjuist beeld van het behandelprotocol en de problemen van transseksuelen.

Het screenen van transseksuelen gebeurt intenser dan bij elke andere behandeling in de gezondheidszorg. De cliënt wordt voor de genoemde operatieve ingrepen tenminste anderhalf jaar intensief gevolgd. De adolescenten die onder behandeling zijn worden veelal nog veel langer gevolgd. Definitieve ingrepen worden altijd pas na het 18de levensjaar
uitgevoerd. Het komt ons onbegrijpelijk voor dat Trouw het jarenlange diagnostische screenen van adolescenten laat kwalificeren als 'medisch experiment'.

Door die uitgebreide screening wordt een groot deel van de mensen die zich aanmelden doorverwezen naar de reguliere psychosociale hulpverlening. Onder geen beding kan worden aangetoond dat het huidige genderteam onzorgvuldig handelt, laat staan meewerkt aan een hype.

Het is ook niet waar dat alleen in Nederland puberteitsremmers worden voorgeschreven aan adolescenten. Ook in Amerika gebeurt dat, maar veelal in privé-klinieken zodat een uitgebreide registratie als in Nederland ontbreekt.

À Campo merkt tenslotte op dat hij in zijn praktijk veel succes boekt met het toeschrijven van antipsychotische middelen aan transseksuelen. Inmiddels is naar wij dachten voldoende duidelijk dat antipsychotische middelen bijna alle gevoelens (kunnen) dempen. À Campo loopt het gevaar iedere cliënt met transseksuele wensen op deze wijze een knock-out te geven. Met overigens goed bestudeerde, lang niet altijd even positieve en soms zelfs desastreuze gevolgen.

Het behandelprotocol is juist ontwikkeld om een inmiddels aantoonbaar beter alternatief te bieden in de behandeling van transseksuelen. Het is goed dat hiertoe een gespecialiseerd genderteam in het leven is geroepen. Zoals À Campo zelf aangeeft is de diagnostiek van transseksualiteit nu eenmaal geen sinecure. Via zelfhulpgroepen kunnen daarnaast veel niet transseksuele mensen met genderdysfore gevoelens een vorm van (zelf)acceptatie bereiken, waardoor ingrijpende medicatie achterwege kan blijven.

Bron: Trouw, 6 juni 2003
Door: Sonja Raaymakers, Patricia de Jong, Arianne van der Ven


Sekse-verandering kan levens redden


De wens om van geslacht te veranderen kan niet zomaar met medicijnen worden onderdrukt. Door te pleiten voor minder operaties en meer therapie, worden transseksuelen net als vroeger neergezet als psychisch zieken.

De wens tot geslachtsverandering is volgens psychiater/onderzoeker Joost à Campo vaak een waanidee. Hij meent dat veel mensen met zo'n wens ook behandeld kunnen worden met anti-psychotische medicijnen (Trouw, 3 juni). À Campo heeft duidelijk onvoldoende ervaring en verstand van zaken. Transseksualiteit is door alle eeuwen heen onder alle volken bekend en veel mannen en vrouwen hebben de wens tot geslachtsaanpassing met succes in hun
leven gestalte weten te geven.

Pas de laatste 35 jaar worden wereldwijd transseksuelen niet meer zoals voorheen door de voorlopers van Joost à Campo linea recta verbannen naar een psychatrisch ziekenhuis ver weg in de bossen, omdat ze niet pasten in het toen uitermate verkokerde maatschappijbeeld en bekrompen psychiatrische theorievorming en opvattingen.

Maar nu zie ik nog steeds zo nu en dan cliënten op mijn spreekuren die indertijd door psychiaters ronduit de vernieling in zijn geholpen met vruchteloze psychiatrische martelmethoden, elektroshocktherapie, insulinekuren en zware kalmerende medicatie.

A Campo verwijst naar vrouwen die een borstvergroting hebben ondergaan, zij plegen volgens Zweeds onderzoek driemaal vaker dan gemiddeld suïcide. À Campo verwacht bij transseksuelen ook zo'n toename. In de twintig jaar dat ik met transseksuelen en hun familie werk heb ik zo ongeveer 1500 transseksuelen een geslachts aanpassende behandeling zien ondergaan. Van diep ongelukkige, vaak suïcidale mensen is het overgrote deel juist veel gelukkiger dan voorheen uit die behandeling gekomen. In hun nieuwe sekse hebben ze een zinvol en actief bestaan opgebouwd.

Mijn collega's in het genderteam van het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit hebben sinds 1978 wereldfaam opgebouwd in de medische behandeling van transseksuelen en cliënten die lijden aan zogenaamde genderdysforie (verwarring over het eigen geslacht). In het genderteam zijn tussen de 2600 en 3000 Nederlanders bekend die ooit een geslachts
aanpassende behandeling met behoorlijk succes hebben ondergaan.

Dat in Nederland pubers vanaf twaalf jaar behandeld kunnen worden met hormonen die de puberteit remmen is inderdaad uniek. Deze kinderen zijn beslist nog niet transseksueel, zoals À Campo doet voorkomen, maar ze hebben wel zeer grote problemen met genderdysforie. Uiteraard beslissen de kinderen zelf als ze daar de leeftijd voor hebben of ze wel of niet een
geslachtsaanpassende behandeling willen ingaan.

Het is belangrijk dat dit werk wordt voortgezet. Begeleiding in een uitermate zorgvuldig medisch/psychologisch en psycho-sociaal traject, kan deze kinderen ervan weerhouden zelfmoord te plegen. Zolang ik zie dat ze op unieke wijze opbloeien en carrière maken in hun nieuwe leven, werk ik daar van harte aan mee.

Joost à Campo doet voorkomen alsof we als professionele behandelaars van transseksuelen en genderdysfore mensen er obscure praktijken op nahouden, ternauwernood door de wetenschap en de regering gedoogd. De regering heeft echter na tientallen jaren van zorgvuldig onderzoek in 1985 de wettelijke mogelijkheid gegeven om de geboorteakte van transseksuelen na langdurige medische en psychologische behandeling te veranderen in de gewenste sekse. Dat is inmiddels in vrijwel alle westerse landen het geval. Daarnaast kijkt
de inspectie voor de volksgezondheid zorgvuldig mee over de schouders van de genderteams.

Een duidelijke wetenschappelijke oorzaak van transseksualiteit is nog niet bekend. Moderne bevindingen duiden er meer en meer op dat genderdysforie en transseksualiteit aangeboren factorvariaties zijn in de hypofyse, zoals ook professor Dick Swaab na langdurige onderzoek aangeeft.

Persoonlijkheidsstoornissen en psychiatrische problematiek komen regelmatig voor bij transseksuelen. Mijn ervaring is dat deze cliënten bij een zorgvuldig medisch en psycho-sociaal traject nadien veel beter met hun psychiatrische ziekzijn kunnen omgaan en veel gelukkiger zijn dan voorheen.

Het is meer een kip en ei kwestie. Als de genderdysforie aangeboren is -iets waar ik vanuit ga- en mensen blijken doodongelukkig te zijn in hun overigens gezonde lijf, is de kans groot dat zich juist een persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt door de afwijzende reactie van de samenleving. Grofweg gesteld: transseksuele mensen worden juist psychisch ziek door het onvermogen van samenleving anders te denken dan in starre man- of vrouwbeelden.

Bron: Trouw, 6 juni 2003
Door: Petra Klene


Paniek

Onderzoeker Joost à Campo baseert zich met zijn uitspraken over geslachtsveranderingen op eigen ervaring en op een enquête onder 380 psychiaters, maar het had Trouw gesierd als de informatie ook was gecheckt bij de VU, waar de begeleiding plaatsvindt van de kinderen waar het artikel over ging.

Als een van de oprichters van de oudervereniging Berdache heb ik inmiddels zo'n 130 ouders gesproken met een zoon die zich uitermate meisjesachtig gedraagt of een dochter die juist jongensachtig is. Je noemt dit crossgender-gedrag. Bij het overgrote deel van deze kinderen is dit gedrag begonnen voor het vierde jaar, jong dus. Ook bij kinderen waarbij pas op een wat oudere leeftijd duidelijk wordt dat ze zich meer thuis voelen bij het gedrag van de andere sekse, geven ouders vaak aan dat het voor hen geen verrassing is. Ook bij die groep was dat al jong zichtbaar. Het is dus geen gedrag dat in de puberteit begint, zoals bij psychotisch gedrag wel het geval is.

De begeleiding in de VU is erop gericht om onze kinderen de tijd te geven om te ontdekken wie ze zijn en op welke manier ze hun leven willen vormgeven. Dat is ook vrijwel altijd de insteek van de ouders. De behandeling met hormonen is nadrukkelijk geen voorbereiding op een geslachtsveranderende operatie. De behandeling kan op elk moment gestopt worden en heeft geen onomkeerbaar effect. Het voorkomt wel dat kinderen volslagen in paniek raken doordat hun lijf zich op een manier ontwikkelt die ze als rampzalig ervaren. Het voorkomt grote psychische nood en soms zelfmoord.

Mijn kind wordt al vanaf zijn vijfde jaar begeleid. Puberteitsremmers worden niet uitgedeeld alsof het snoepjes zijn. Voordat daaraan begonnen wordt, vindt een heel uitgebreid onderzoek plaats onder meer door een psychiater. De kinderen zijn dus al lang bekend en plotselinge veranderingen in hun psyche kunnen dan ook worden opgemerkt. De strekking van het Trouw-artikel is stigmatiserend, pijnlijk en beledigend voor de kinderen en voor hun ouders.

Bron: Trouw, 11 juni 2003
Door: Els Schijf


Opmerking: Joost à Campo heeft al eerder geprobeerd om de behandeling van transseksuelen door het Genderteam in diskrediet te brengen. Zie bijvoorbeeld ook het artikel Nicky M/V en het weerwoord van Peggy Cohen-Kettenis hierop.

Terug naar index