Het is allemaal zo vanzelfsprekend, leven. Je ademt, je eet, je drinkt, je
doet, je denkt. En als alles goed is, ga je daar járen mee door. Ziekte of
tegenslag zet soms de zaken op hun kop; zo vanzelfsprekend is het allemaal
niet. Maar de mens is veerkrachtig en hervindt zijn ritme. Toch zijn er
situaties waar de veerkracht amper nog tegenop kan, een verlies of tekort
dat heel het leven stempelt. Maar zelfs dan is er de drang om door te
gaan. Met ademen, eten, drinken, doen en denken. Anna Burger (39) wist al
jong dat ze anders was. Maar de consequenties daarvan brachten eerst
vooral paniek.
Doorleven
'Op een gegeven moment zei de chef van het bedrijf waar ik al een paar
jaar werkte: 'Ik weet niet wat het is, maar er is iets met jou.' Ik heb
hem later gelijk moeten geven.
De eerste keer dat ik het gevoel had dat er iets niet klopte was op de dag
van mijn heilige communie. Iedereen was op zijn paasbest. De meisjes in
mooie jurkjes, de jongens in saaie pakjes. Ik wilde geen pakje, ik wilde
ook een jurkje. Zo rond mijn twaalfde begon ik stiekem kleren uit de
kasten van mijn zusjes te halen. Ik nam ze mee naar mijn kamer en
verkleedde me. Mijn moeder moet het geweten hebben, want als ze mijn kamer
opruimde vond ze die kleren, maar ze heeft er nooit iets van gezegd.
Na het vwo ben ik naar de landbouwuniversiteit in Wageningen gegaan. Een
eenzame tijd. Ik had weinig sociale contacten.Tussen de macho's op de
studentenflat voelde ik me niet thuis. Ik zakte voor mijn propedeuse en
liet me omscholen voor een baan in de automatisering. Op die
omscholingscursus leerde ik Emke kennen. Ze maakte haar huiswerk bij mij
en van het een kwam het ander, we werden verliefd. Achteraf gezien zocht
en vond ik in haar datgene wat ik zelf niet had: vrouwelijkheid. Ik vroeg
haar bepaalde kleding en oorbellen te dragen die ik -onbewust- zelf wilde
dragen.
Al snel raakte ze zwanger en op mijn 22ste zijn we getrouwd. Ik was
buitensporig jaloers op haar dikke buik. Ik zei tegen haar: de volgende
wil ik baren. Natuurlijk wist ik dat dat niet kon, maar dat verlangen zat
zo diep. De jaren na de geboorte van onze zoon waren goede jaren. Ik had
op dat moment geen baan en genoot van de omgang met onze oudste. Met Emke
was het contact niet altijd even makkelijk. In haar leven was veel
misgegaan en dat reageerde ze soms af op mij.
Een paar maanden na ons huwelijk heb ik haar verteld dat ik wel eens
vrouwenkleren droeg. Ze reageerde kalm. 'Als jij dat wilt, moet je dat
doen.' Ik had het idee dat ik in vrouwenkleren mezelf kon zijn, het maakte
me rustig. Op mijn werk daarentegen -ik had een baan als programmeur-
speelde ik een rol. Ik nam van de mannen om me heen uitdrukkingen en
stembuigingen over. Ik wilde een grijze muis zijn, niet opvallen en er op
die manier bijhoren. Maar ik hoorde er nooit echt bij.
Op mijn dertigste zag ik een televisiefilm over transseksualiteit en toen
is bij mij een lampje gaan branden. Die documentaire vertelde het verhaal
van mijn leven. Ik had wel van travestieten gehoord maar niet van
transseksuelen, kende het begrip niet, maar herkende alle gevoelens die in
de documentaire werden verwoord als de mijne. Ik heb er met Emke over
gepraat, ben erover gaan lezen, en naarmate ik er meer mee bezig was
groeide het besef dat ik een vrouw in een mannenlichaam was. Toen werd ik
bang. Ontzettend bang. Tien jaar geleden heerste nog het idee dat
transseksuelen een moeizaam leven te wachten stond. Dat ze hun werk en
familie zouden kwijtraken. Ik dacht: ik verlies alles wat me dierbaar is,
dat kan ik niet aan. Op dat moment heb ik mijn emoties onderdrukt, diep
weggestopt.
Emke had wel begrip voor mijn transseksuele gevoelens, maar ik geloof dat
het toch een opluchting voor haar was toen ik zei dat ik er niet aan toe
durfde te geven. Dat ik mijn leven met haar zou doorzetten. We hadden
inmiddels twee zonen en zij wilde nog graag een derde kind. We woonden in
een groot huis, ik had een mooie baan als analist-programmeur, waarom ook
niet? Twee jaar later is onze derde zoon geboren.
Intussen bleven dingen uit het verleden spoken in het hoofd van Emke en
onze relatie werd moeizamer. In '96 gingen we met het gezin op vakantie en
die week is er bij mij iets geknapt. Zes jaar lang had ik mijn gevoelens
van transseksualiteit volledig verdrongen en ontkend, maar tijdens die
vakantie schoot de kurk van de fles. Het besef dat ik een vrouw was liet
zich niet langer onderdrukken. Voor de angst was ik niet meer bang. Ik
wist dat ik zo niet verder kon leven. Ik was al jaren ongelukkiger dan ik
me had gerealiseerd. Op dat moment kwamen alle gevoelens naar buiten in
eindeloze huilbuien. Emke reageerde gelaten: als het zo is dan is het zo.
Twee dagen later heb ik het de kinderen verteld. Zij waren toen dertien,
negen en drie. Ik heb hun uitgelegd dat mijn lichaam niet klopte met mijn
gevoel en dat ik een vrouw zou worden. Al was het voor hen niet makkelijk
te begrijpen, het gaf geen grote problemen. De oudste woont nu bij mij, de
andere twee komen na de vakantie hier wonen. Ik ben en blijf hun
biologische vader, dat kan en wil ik niet ontkennen. Die trouwfoto aan de
muur maakt deel uit van mijn leven. Al was het misschien niet het leven
dat ik wilde, het was wel mijn leven.
Op die vakantie heb ik besloten wat mijn nieuwe naam zou worden: Anna.
Mijn eerste doopnaam is Johannes -mijn roepnaam was John- en ik wilde toch
iets met dat verleden doen. De vrouwelijke variant van Johannes is Johanna
en zo werd het Anna. Ik vond dat die naam bij mij paste.
Al was nu het besluit gevallen om toe te werken naar een
geslachtsverandering, ik was van plan om het rustig aan te doen. Ik woog
115 kilo, vond mezelf er absoluut niet vrouwelijk uitzien en besloot eerst
af te vallen. Ik ben na de vakantie gewoon aan het werk gegaan maar na een
week moest ik concluderen dat er niets uit mijn handen kwam. Ik was alleen
maar bezig met het gegeven dat ik niet was wie ik wilde zijn. Ik heb het
genderteam gebeld en kon twee weken later op gesprek komen. De arts
plaatste me op de wachtlijst voor een psychologisch onderzoek. Wachttijd:
een half jaar tot negen maanden. Moeilijk vond ik dat. Eigenlijk tegen
beter weten in ben ik de omgeving gaan vertellen dat ik transseksueel was.
Men had het mij afgeraden omdat het nog helemaal niet zeker was dat ik
hormonen zou krijgen. Maar ik had iets van: ze kunnen me wat, ik ben een
vrouw. Mijn ouders reageerden zoals ze mijn hele jeugd hadden gereageerd.
Niet merkbaar geschrokken, eerder onverschillig. Van mijn zussen had
alleen de oudste er moeite mee. Mijn werkgever wilde niet langer met me in
zee. Hoewel mijn collega's me accepteerden werd mijn jaarcontract niet
verlengd.
Ik ben de laatste maanden -voor mijn contract afliep- naar kantoor gegaan
in vrouwenkleren. Aanvankelijk kleedde ik me pas om na mijn werk, maar op
een gegeven moment werd het voor mij te moeilijk om overdag te leven als
man en 'savonds als vrouw. De tussenoplossing van vrouwelijke bloesjes en
vrouwelijke lange broeken heb ik welgeteld vier dagen volgehouden. Toen
heb ik de knoop doorgehakt en ben ik als vrouw gaan leven. Vanaf dat
moment was mijn angst weg. Als eerste heb ik een permanentje genomen.
Natuurlijk riep mijn verschijning reacties op en niet alleen achter mijn
rug. Maar als je je niet al te nerveus of onzeker gedraagt valt het ook
wel mee.
Ik voerde gesprekken met het genderteam en in februari '97 kreeg ik te
horen dat ik toestemming had om te beginnen met hormonen. Dat was zo'n
fantastisch bericht. Ik zou ook lichamelijk een vrouw worden. Een maand
later ben ik begonnen en in de zomer zat ik topless in de tuin te zonnen.
Het was pijnlijk om borsten te krijgen maar ook mooi. Ik was apetrots. De
vraag of het uiteindelijke resultaat esthetisch perfect zou zijn hield me
niet zo bezig. Ik had en heb de overtuiging dat uiterlijk niet bepalend
is. Je gedrag en houding zijn minstens zo belangrijk. En ik wist dat ik
een vrouwelijke uitstraling had.
Door de geslachtsverandering werden Emke en ik gedwongen te scheiden want
een huwelijk van twee mensen van hetzelfde geslacht is bij de wet
verboden. We wilden aanvankelijk blijven samenwonen maar zagen daar in
tweede instantie vanaf omdat de problemen tussen ons te hoog opliepen.
Emke trok zich niks van mij aan, had geen belangstelling voor me. De dag
dat ik te horen zou krijgen of ik met hormonen mocht beginnen, belde ze me
niet op. Ze vroeg er niet naar toen ze thuis kwam. Er gebeurde zoveel in
mijn leven, maar het leek niemand wat te kunnen schelen. Dat was zwaar. Te
zwaar. In april '98 ben ik opgenomen omdat ik een overdosis medicijnen had
geslikt. Ik wilde niet dood, ik wilde rust. Ik vreesde dat de operatie
uitgesteld zou worden vanwege de zelfmoordpoging, maar de artsen
verzekerden me dat dat niet zou gebeuren.
In de zomer ben ik verhuisd, ik vond tijdelijk werk en toen hoorde ik dat
er een operatiedatum was gepland. Ik kon wel huilen van geluk. Oktober '98
ben ik geopereerd. Ik was bang omdat ik niet wist wat er zou gebeuren maar
vooral opgelucht: Het was zo ver. Toen ik bijkwam uit de narcose
realiseerde ik me dat mijn leven als man achter de rug was. Ik kon het
nauwelijks geloven.
De maanden die volgden waren vreemde maanden. Tot aan de operatie was ik
op die gebeurtenis gefocust, dat was het enige, 'als die maar achter de
rug was'. Ik had gedacht dat ik er dan zou zijn. En toen was de operatie
achter de rug en ik een vrouw en begon het allemaal pas. Ik moest leren
inhoud te geven aan mijn vrouwelijke identiteit. Ik moest opnieuw mijn
houding en mijn zelfbeeld bepalen. Ik werd geconfronteerd met mensen die
mij niet accepteerden. Ze zeiden van wel maar uit alles bleek dat ze het
niet meenden. Ik vond het uitermate moeilijk om verschillende malen bij
sollicitaties te worden afgewezen vanwege mijn geslachtsverandering. Dat
kwam allemaal op me af. En werd me teveel. Ik heb een aantal
suďcidepogingen gedaan. Achteraf denk ik dat het allemaal te snel gegaan
is. Alles bij elkaar heeft het hele proces, van die ene beslissende
vakantie tot aan de operatie, nauwelijks twee jaar geduurd.
Voor een vrouw ben ik lang en tamelijk fors. Ik val dus wel op maar dat
doet me vrij weinig. Ik verlang niet terug naar dat grijze muizige bestaan
van vroeger. Ik heb inmiddels weer een baan - ik werk als systeembeheerder
op het gemeentehuis - en een vriend. Ik heb hem drie weken voor mijn
operatie via internet leren kennen. Hij sprak me 's maandags aan, kwam die
zaterdag en sindsdien is er geen weekend voorbijgegaan dat we niet samen
zijn. Bij hem was het liefde op het eerste gezicht.
Bij mij is het ook wel liefde maar toch anders. We hebben een half jaar
samengewoond, dat beviel me niet zo. Er zijn een aantal verlangens die we
niet voor elkaar kunnen vervullen. Hij is zeventien jaar jonger dan ik en
wil graag vader worden over een aantal jaar. Mocht een van ons iemand
anders tegenkomen dan zullen we elkaar vrijlaten. Want mijn diepste
verlangen is toch huisje, boompje, beestje. Ik hoop nog een keer de ware
Jacob te ontmoeten. Ik heb er altijd van gedroomd om in een witte
trouwjurk de trap af te komen. Ik ben er trut genoeg voor om dat te
willen.
Al is het niet altijd makkelijk, ik heb geen spijt van mijn beslissing. Ik
ben nu wie ik ben. En daar gaat het om. Als je je vrouw voelt in een
mannenlichaam of man in een vrouwenlichaam, pas dan je lichaam maar aan
aan je gevoel. En vraag me verder niet hoe het zit, want ik begrijp het
zelf ook niet. Het is niet te begrijpen.'