Willem is een jongetje van acht jaar. Gewoon een leuk en spontaan kind. Toch is Willem anders dan zijn sexe-genootjes. Hij houdt van 'meisjesdingen'. Zijn moeder Els: "Ik weet niet precies wanneer het begon, maar het zal op het kinderdagverblijf geweest zijn. Willem wilde altijd de oorknoppen van de juffrouw dragen en zich verkleden met het bruidsjurkje uit de verkleedkist. Hij was toen drie jaar."

Willem is een genderdysfore kind, een kind dat zich aangetrokken voelt tot kenmerken en gedrag van het andere geslacht. Sinds vorige week staat deze groep kinderen volop in de belangstelling. Televisie en kranten berichtten toen over pubers die in het Amsterdamse VU-ziekenhuis hormoonbehandelingen kunnen ondergaan om zo op latere leeftijd makkelijker van geslacht te kunnen veranderen. Een ingreep die heel wat voeten in de aarde heeft en veel vragen oproept. Een ingreep die vooral ook om nuancering vraagt, want het zijn slechts vijf pubers in heel Nederland - en daarmee in heel de wereld - die momenteel zo'n behandeling ondergaan. Nieuw is de behandeling allerminst: al in 1987 vond de eerste toepassing plaats.

Exacte aantallen over genderdysfore kinderen ontbreken, maar geschat wordt dat het in Nederland gaat om enkele honderden. Het zijn vaker jongens (80 procent) die een meisje willen zijn, dan andersom: meisjes die een jongen willen zijn (20 procent). Volgens psycholoog en bijzonder hoogleraar genderontwikkeling en psychopathologie prof. P. Cohen, ontwikkelt vijf procent van de genderdysfore kinderen zich op volwassen leeftijd tot transseksueel. Zeventig procent blijkt later homoseksueel te zijn en een kwart ontwikkelt zich tot heteroseksueel. Cohen, verbonden aan het Academisch Ziekenhuis van Utrecht, baseert haar schattingen ondermeer op de kinderen die bij haar langs komen op het genderspreekuur. Willem is een van de kinderen die bij Cohen op het spreekuur komt.

Tijdens een ontmoeting met hem en zijn ouders - Peter en Els -, wordt al snel duidelijk dat Willem in de eerste plaats gewoon kind is. "We houden van hem zoals hij is", zegt zijn moeder, "en voor zover het mogelijk is willen we hem ook de ruimte geven om hem te laten zijn wie hij wil zijn. Dat is zoeken en aftasten, elke dag weer. Op een gegeven moment wilde hij in meisjeskleren naar school, maar dat vonden we niet goed. We hebben toen een compromis gesloten: op woensdagmiddag mocht hij in jurkjes spelen, hier in de buurt." We zitten in de huiskamer, in een woonhuis in Utrecht. Willem, met zijn halflange blonde haren en tere gezichtje, zit gezellig tegen z'n moeder aan op de bank. Voor iemand die niet beter weet, is Willem een meisje. Els: "Laatst nog bij de schoenmaker; ik zei voortdurend 'hij' en 'Willem', maar de schoenmaker zei consequent 'zij' en 'uw dochter'. Daar heb ik dan wel moeite mee. De mensen die ons kennen, weten het wel van Willem. Die maken er ook geen probleem van.

"Willem vertelt dat er twee kinderen in de buurt zijn die hem plagen om z'n meisjesdingen. "Gisteren liet ik Pluk de hond uit en toen zeiden ze zomaar 'hou je smoel, jij wordt later toch homo." Zijn broertje Wouter (12) vertelt: "Tegen mij zeggen ze wel eens 'Willem wordt later zeker travestiet'. Dan haal ik m'n schouders op en zeg "Oh, dat kan best."

Wouter vindt het, net als zijn jongere broertje Maarten (10), niet meer zo raar dat Willem anders is. Hij is er wel aan gewend. "Maar de dingen die hij leuk vindt, vind ik juist stom. Ik ga me écht niet verkleden in jurkjes en spelen dat ik een meisje ben." Willem glundert: "Ik vind dat juist leuk. Dan speel ik met m'n vriendinnetje dat we twee zwerfmeisjes zijn. Ik heet dan Meike."

Willem mag z'n speelgoed en zijn kamer laten zien. Trots: "Dit is m'n starcastle." Hij showt een lilaroze mini-poppenhuis met daarin een make-up spiegeltje. "Er hoort ook lippenstick bij", zegt 'ie terwijl hij tuitend z'n lippen stift. Verder heeft hij eigenlijk alles waar meisjes van zijn leeftijd mee spelen. Barbies, meisjeslego, kraaltjes, cd's en posters van de Spice Girls. "Maar die zijn nu een beetje uit, ik ben nu fan van Aqua. En ik houd nu ook meer van skatekleren en korte, strakke truitjes. Jurkjes zijn niet meer zo in."

"De enige manier voor ons om met Willem om te kunnen gaan, is wat hij wil en doet bespreekbaar maken", zegt zijn moeder. "In het gezin, op school, binnen de familie. Dat neemt niet weg dat je wel eens rare opmerkingen naar je hoofd krijgt in de trant van 'jullie hadden zeker graag een meisje gehad' of 'jij hebt te weinig vrouwelijke energie en dat moet Willem nu compenseren'. Mensen roepen wel vaker dingen, maar wij hebben Willem zoals hij is, geaccepteerd." Peter: "In het begin dacht ik dat het een voorbijgaande fase was, dat Willem vanzelf meer jongensachtig zou worden. Tot ik besefte: 'dit gaat niet over'. Ik moest toen wel over een drempel heen om mijn eigen beelden bij te stellen."

Tot een paar jaar geleden geleden was er weinig bekend over genderdysfore kinderen. "In het begin dachten we dat we de enigen waren met zo'n kind. "Totdat ik vier jaar geleden een artikel las in een vrouwenweekblad. Daar stond een telefoonnummer bij van Humanitas, van een zelfhulpgroep voor familieleden van transseksuelen. Maar die zelfhulpgroep was niet specifiek gericht op ouders van genderdysfore kinderen, terwijl wij daar juist wel behoefte aan hadden."

Onder de naam 'Berdache' hebben Peter en Els met steun van Humanitas een nieuwe zelfhulpgroep opgericht. Inmiddels zijn diverse ouders van in totaal veertig genderdysfore kinderen via Berdache met elkaar in contact gekomen. De (antropologische) naam verwijst ondermeer naar bepaalde groepen Indianen in Noord- en Zuid-Amerika die binnen hun culturen behalve het mannelijke en vrouwelijke geslacht ook tussenvormen accepteren.

De zelfhulpgroep streeft die acceptatie ook in de Nederlandse samenleving na. "Het is een geluk dat we in een grote stad wonen en omringd zijn door ruimdenkende mensen", vertelt Els. "Maar via de zelfhulpgroep horen we schrijnende verhalen van mensen in kleine of zeer gelovige gemeenschappen. Er zijn kinderen die alleen zichzelf mogen zijn op hun kamertje, maar een toneelstukje moeten opvoeren als opa en oma op bezoek komen." Peter: "En dan krijgt zo'n kind prachtig jongensspeelgoed, terwijl hij er nooit mee speelt." Els: "Ik vind het moeilijk om tegen die mensen te zeggen dat ze het bespreekbaar moeten maken op school. Misschien is het voor hen wijzer om het gedrag van hun kind geheim te houden. Wie weet keert anders de hele gemeenschap zich tegen hen."

Voor de ontwikkeling van een kind kan dat geniepige nooit goed zijn, vindt Els. Zij en haar man ervaren iedere dag dat Willem al genoeg barrières moet overwinnen. Hoe meer weerstanden zij voor hem kunnen wegnemen, des te meer hij zichzelf kan zijn. "Hij zal het de komende jaren nog moeilijk genoeg krijgen. Op hun negende, tiende komen dit soort kinderen sneller in een sociaal isolement, omdat het hun leeftijdgenootjes meer opvalt dat ze 'anders' zijn. En in de pubertijd kunnen ze last krijgen van depressies." Peter vult aan: "We kunnen nog niet weten hoe hij zich ontwikkelt: tot homo-, hetero- of transseksueel. We hopen dat hij een leven kan leiden waarin hij kan zijn wie hij is." De tekeningen bij dit verhaal komen uit tekenschrift van Willem. Het liefst tekent hij meisjes met jurken of rokjes.

Mensen die in contact willen komen met werkgroep Berdache kunnen bellen met tel: 030-2717035.
 


Bron: Eindhovens Dagblad, 16 januari 1999
Door: Annelies van der Woude

Terug naar index